Inspraak? 'Heel belangrijk', zegt Robert Winkel, de architect die de Bastille onderhanden gaat nemen. 'Maar ik sluit geen compromissen.' Winkel legt deze weken zijn oor te luister bij de Student Union, de gegadigde voor de Bastille-nieuwe-stijl.
'Het moet een open gebouw zijn, en helder, maar toch gezellig.'
'Als je d'r in gaat, moet je d'r eigenlijk niet meer uit willen - zo leuk moet het worden.'
'Precies, nu wíl je er eigenlijk wel uit, maar nu kún je er niet uit.'
Bewonerswensen peilt een moderne architect met behulp van een workshop. In vergaderzaal vijf van de Vrijhof, een hok waarvoor diezelfde moderne architect stiekem zijn neus ophaalt, zitten ontwerpers en beoogde gebruikers van de Bastille-nieuwe-stijl samen aan tafel. Ze brainstormen, al de hele middag lang.
'Het moet studentikozer', gooit Unionbestuurder Frank Engel in de groep. 'Nu is het te netjes, te strak georganiseerd. Wie straks de Bastille binnenkomt, moet denken: hier kan ik doen en laten wat ik wil. Feesten geven, stand up comedy, muziek maken, betogen houden terwijl het zwart ziet van de studenten. Weet je wel.'
Gebouwbeheerder Rob de Koning fronst zijn wenkbrauwen.
'Ik bedoel', haast Engel zich, 'ook gewone mensen zijn natuurlijk welkom. Medewerkers en zo.' Het hok lacht.
'Het grappige is dat Piet Blom destijds waarschijnlijk met ongeveer hetzelfde wensenpakket te maken heeft gehad', zegt Robert Winkel. Supervisor Jan Hoogstad heeft de 37-jarige Rotterdammer aangedragen als de creatieve man voor de verbouwing. 'Maar het gaat er natuurlijk om', vervolgt Winkel, 'hoe je die eisen vertaalt.'
Piet Blom bedacht en bouwde midden jaren zestig de Bastille zoals wij hem kennen: een even ingenieus als ingewikkelde bakstenen doos die volgens criticasters noch uitnodigt tot spontane betreding noch tot gezellig samenzijn. De mensa op de bovenste verdieping geldt als kil en niet meer van deze tijd: campusstudenten koken tegenwoordig lekkerder thuis, iets wat tot in de jaren zeventig verboden was.
Daarom moet het roer om. De mensa verdwijnt uit de Bastille om in de nabije toekomst een stukje verderop te verrijzen in de vorm van een vlot, modieus restaurant. De ruimte die resteert moet Winkel verbouwen tot een bolwerk van studentenactivisme. De Union, de SRD, USE, de studieverenigingen, de koepels, de Vestingbar, de bellettrie - voor alles en iedereen is plaats in de nieuwe opzet. Natuurlijk komt er een zaal voor feesten en partijen. Het moet een bedrijvige boel worden.
'Precies wat Blom beoogde', glimlacht Winkel - 'een bedrijvige boel. Kennen jullie het verhaal achter de Bastille? Blom heeft hem gebouwd als een stad. Op de begane grond liggen klinkers, bij wijze van bestrating. De Speakerscorner bedoelde hij als marktplein, aan de plafonds hangen draperieën die wolken moeten voorstellen. Blom wilde dat de Bastille zou werken als een stedelijke samenleving.'
Helaas werd het meer een spookstad. 'Met name overdag', zegt Arjan van der Bijl, sinds kort Unionbestuurder. 'Je kunt er niet zomaar zonder reden binnenwandelen en even blijven hangen. Als er al mensen zijn, kijken ze je aan alsof je zomaar zonder reden bent komen binnenwandelen.'
De workshopdeelnemers lopen met Robert Winkel door de Bastille. De architect heeft ze een digitale camera gegeven en de opdracht plaatjes teschieten van positieve en negatieve kenmerken van het gebouw. Winkel geeft ondertussen zijn ogen de kost. 'Persoonlijk vind ik het een prachtig gebouw', zegt hij.
Je zou het bijna vergeten, maar de Bastille geniet een zekere wereldfaam. Het gebouw staat te boek als een schoolvoorbeeld van het structuralisme in de bouwkunst, een stijl waarmee Nederlandse architecten in de jaren zestig wereldwijd de aandacht trokken. Winkel mag zich dus vergrijpen aan een monument.
'Correct', zegt hij, zonder een spier te vertrekken. 'Maar voor zijn dood heeft Blom met verbouwing ingestemd. De tijden veranderen, dat voelde hij ook zo. Bovendien kijkt zijn zoon Abel Blom, net als zijn vader architect, mee over mijn schouder. Hoogstad heeft hem bij het project betrokken.'
Het is niet de eerste keer dat Winkel verbouwt. Eerder transformeerde hij in Schiedam een bankkluis tot wijnkelder, en onlangs kwam in Rotterdam het 25 Kv-gebouw gereed, een enorm schakelstation dat hij veranderde in een 'verzamelgebouw voor audiovisuele bedrijven'.
In laatst genoemde geval slaagde Winkel erin van een gesloten betonnen doos een bruikbaar en aangenaam kantorencomplex te maken. Hij liet de doos de doos, maar sloopte wel de hele voorgevel eruit. In plaats van de bakstenen installeerde hij een glazen kast waarin alles terecht is gekomen wat een kantoor leefbaar maakt: liften, trappen, toiletten, keukentjes, en bovenal: daglicht.
'Ik kies niet voor euthanasie', zegt Winkel. Hij staat op een van de vele Bastilletrapjes, zijn ogen glijden langs de wanden van de Sociëteitsbar. 'Maar reken maar op een stel fijnchirurgische ingrepen.'
![]()
Ontwerpers en gebruikers bijeen, overleg over de verbouwing van de Bastille.