Opmerkelijk

| Redactie

Zes op de tien eerstejaars studenten wonen nog bij hun ouders thuis. Ruim eenderde (36%) woont op kamers en de overige 5% voert een zelfstandige huishouding. Eerstejaars aan een hogeschool wonen aanzienlijk vaker thuis dan hun medestudenten aan de universiteit (68% vs. 40%), hetgeen verklaarbaar is gelet op het aantal hogescholen en de spreiding daarvan. Dat zijn de voornaamste conclusies uit de e

Zes op de tien eerstejaars studenten wonen nog bij hun ouders thuis. Ruim eenderde (36%) woont op kamers en de overige 5% voert een zelfstandige huishouding. Eerstejaars aan een hogeschool wonen aanzienlijk vaker thuis dan hun medestudenten aan de universiteit (68% vs. 40%), hetgeen verklaarbaar is gelet op het aantal hogescholen en de spreiding daarvan. Dat zijn de voornaamste conclusies uit de enquête die het onderzoekbureau NIPO in opdracht van Mikro Gids onder ruim 600 eerstejaars uitvoerde.

De reisafstand is meestal van doorslaggevend belang om op kamers te gaan wonen. Ook het zelfstandig wonen en het studentenleventje lokken veel eerstejaars uit het ouderlijk huis. Voor wat betreft de huisvesting hebben vooral de universiteitsstudenten het moeilijk, want hbo'ers wonen dichter bij opleidingsinstituten.

Ronald Lenselink, senior projectleider Onderwijs van het NIPO: 'Krapte in het aanbod van kamers drijft de prijzen op en door het huidige welvaartsniveau neemt de behoefte aan verhuur af. Studenten kijken steeds meer naar reistijd, budget en verzorging. Daarnaast houden afgestudeerden vaker kamers bezet', aldus Lenselink. De meeste kamerbewoners krijgen hun onderkomen via het informele circuit: familie, vrienden of kennissen. Het studentenhuis blijkt de meest populaire woonvorm onder eerstejaars.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.