Het ITC waar jaarlijks zo'n vierhonderd mid career professionals uit ontwikkelingslanden studeren, is gevestigd in Enschede op nog geen kwartier fietsafstand van de UT. In de vijftig jaar dat het instituut bestaat, streefde de UT meerdere malen samenwerking na. Toch kwam het nooit zover. Totdat de minister in het Hoger Onderwijs en Onderzoeks Plan (HOOP) de Nederlandse instellingen voor internationaal onderwijs de opdracht gaf zich te binden aan een universiteit. Eind augustus koos het ITC voor de Universiteit Twente.
'Onze autonomie staat voorop', stelt aankomend rector Molenaar (in januari neemt hij het roer over) die gruwelt van woorden als inlijving of annexatie. 'Wij blijven het ITC zoals we dat nu zijn. Het penvoerderschap is een administratieve link tussen de UT en het ITC. Die is eigenlijk puur formeel. De minister wil dat wij integreren in het systeem voor wetenschappelijk onderwijs. De geldstroom wordt verplaatst van het ministerie naar de UT. Maar ons budget wordt geoormerkt. Daar mag en kan de UT niet aankomen.' Wel moet de UT zich gaan uitspreken over begrotingen van het ITC. 'We moeten nog praten over wie de financiële risico's draagt. Nu doet het ministerie dat nog.'
Het ITC twijfelde tussen Utrecht of Twente als penvoerder. 'We kozen Twente vanwege de fysieke nabijheid. Maar ook omdat het een kleine universiteit is, veel kleiner dan de Universiteit Utrecht. Zo staan we helderder op de kaart.'
Bezwaren
Maar de toenadering blijft niet bij een administratieve link alleen. Molenaar stipt een meer inhoudelijk aspect aan. 'Door het penvoerderschap is er meer druk op samenwerking gekomen, ook op onderwijskundig gebied.' Het ITC wil echter ook haar al bestaande contacten met de universiteiten van Delft, Wageningen en Utrecht handhaven. 'De UT heeft geen alleenrecht tot samenwerking', benadrukt Molenaar. 'Dat staat geheel los van het penvoerderschap.'
Wat de beide instellingen aan elkaar kunnen hebben is nog niet duidelijk. Molenaar is vol goede wil, maar ziet veel praktische bezwaren. 'Onze doelgroepen verschillen erg van elkaar. ITC-studenten zijn tussen de dertig en vijfendertig, zitten in een andere levensfase en hebben een andere motivatie. Bij ons is het onderwijs erg gericht op de organisaties van waaruit de studenten komen. Op universiteiten ligt de nadruk op het individu.' Maar dat staat een uitwisseling van expertise niet in de weg. Docenten van het ITC kunnen UT-studenten les komen geven en andersom. Molenaar verwacht raakvlakken met de faculteiten informatica, bestuurskunde en civiele techniek.
Dekolonisatie
Het ITC werd in 1950 opgericht door de eerste naoorlogse premier, professor Schermerhorn. 'Het was de tijd van dekolonisatie. Landen die zich losmaakten hadden te maken met een economische achterstand. Grondgebied in kaart kunnen brengen ligt aan de basis van economische ontwikkeling. Op die manier krijg je namelijk inzicht in infrastructuur en in de ligging van je natuurlijke hulpbronnen', legt Molenaar uit.
Studenten bij ITC komen dan ook bijna allemaal uit ontwikkelingslanden. Per jaar zijn er zo'n 250 studiebeurzen te vergeven. Studenten doen een programma van een jaar of van achttien maanden. Veelal zijn ze gelieerdaan universiteiten, karteringinstituten of overheidsinstanties. 'Met de kennis die ze bij ons opdoen kunnen ze in het thuisland aan de slag',aldus Molenaar.
![]()
Martien Molenaar