Van de studenten die tussen 1991 en 1994 aan hun studie is begonnen, heeft na zes jaar zo'n 45 procent zijn doctoraalbul op zak. Dat is een paar procent meer dan de lichtingen daarvoor.
Medische studenten gaan nog steeds het snelst door hun studie. Tweederde van hen heeft na zes jaar een bul. Dat is twee keer zoveel als het aantal techniek-studenten dat in die tijd zijn studie weet af te ronden. Maar studenten in de letteren (36 procent na zes jaar klaar), economie (38 procent) en rechten (40 procent) studeren nauwelijks sneller, hoewel hun studie als veel minder zwaar geldt.
Ook tussen de universiteiten bestaan verschillen. Het snelst studeren nog steeds studenten in Maastricht en Wageningen. Dat danken deze universiteiten echter grotendeels aan het gegeven dat zij veel studenten hebben in opleidingen die het sowieso goed doen.
Daarnaast scoren vooral studenten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen opvallend goed. Bij veel opleidingen steekt de snelheid van haar studenten duidelijk uit boven die van de concurrentie. Alleen bij letteren en een deel van de bêta-hoek is de KUN geen uitschieter. Langzaam studeren daarentegen studenten aan de Universiteit van Amsterdam.
De cijfers die de vereniging van universiteiten VSNU dit jaar verzamelde zijn lastig te vergelijken met die van vorig jaar. Toen betrok ze namelijk ook omzwaaiers in de berekeningen, nu niet meer. De trend is desondanks duidelijk. Het aantal studenten dat in twee jaar zijn propedeuse haalt, neemt niet of nauwelijks toe. Maar er zijn wel iets meer studenten die binnen zes jaar afstuderen.