Wapbapbeluwap
We weten het niet, met die wap. Maar voor we uitleggen waarom, willen we alvast even gezegd hebben dat we er wel gratis een willen hebben, toch maar, zeg maar.
Wordt het wat, die wap? Laten we onze toevlucht nemen tot een andere draadloze applicatie: het gedachtenexperiment. Wanneer komt ons gratis waptelefoontje van ons pas?
We zitten 's ochtends op de fiets naar het werk en we zien een man lopen met een hond. We kennen het duo. We zijn uitstekend gehumeurd, dus de wuifhand is reeds geheven, maar dan treft ons een sensatie die een ieder van ons bij tijd en wijle overvalt: we kunnen niet op hun namen komen - ze schieten ons gewoonweg niet te binnen. Het bevriende duo ligt op het puntje van onze tong en dreigt daar de hele verdere reis te blijven liggen.
Vervelend, maar geen acuut gevaar voor de volksgezondheid.
Vroeger was kennis macht, maar volgens Roel Pieper gaat het er tegenwoordig om die kennis zo snel mogelijk te ontsluiten. Roel zou dus graag zien dat wij tijdens het fietsen ons wapje tevoorschijn halen en via het world wide web draadloos zouden opbrowsen hoe onze vrienden ook al weer heten. Handig hoor - zo net lagen de Man en zijn Hond nog op het puntje van onze tong, nu liggen we met z'n allen in de sloot.
Nee, wij hebben de indruk dat mobiel internetten thuishoort in de categorie der onbegrensde mogelijkheden tot kansen die net zo goed onbenut hadden kunnen blijven, zoals daar zijn de kruimeldief en de elektrische deken.
Maar dat zijn wij. Om zeker te weten dat we ons niet vergissen willen we er trouwens toch een hebben, zo'n wapje, voor gratis dan natuurlijk.
Snelweg
'Wat wethouder Buursink in zijn kop heeft, dat heeft hij niet in zijn kont.' De meubelverkoper aan de Haaksbergerstraat sprak deze zware woorden terwijl een enorme betonmachine een busbaan langs zijn etalageruit stortte.
De Enschedese wethouder voor verkeerszaken rijdt met zijn beleid vaak roekeloos tegen de verkeersstroom in. Met alle overlast van dien.
Wie tegenwoordig met de auto naar de Enschedese binnenstad wil, kan daar maar het beste een halve dag voor uittrekken. Fietsers moeten met gevaar voor eigen leven door de onoverzichtelijke verkeerschaos rondom het centrum laveren. En Duitsers die willen winkelen komen de stad niet in omdat alle toegangswegen opgebroken zijn. Hoewel dat laatste misschien niet het aller ergste is.
Protesterende automobilisten, buschauffeurs, fietsers, voetgangers, winkeliers en ondernemers, Buursink trekt zich er niets van aan. Hij stort rigoureus kilometers busbaan, bouwt tientallen rotondes en buigt zonder blikken of blozen hele verkeersaders om.
Nou wil iedere weldenkende Enschedeër uiteindelijk een mooie, schone, rustige en verkeersveilige binnenstad. Wat dat betreft is het wel prettig dat de wethouder zich niet teveel van alle particuliere belangenbehartiging aantrekt. Maar Buursink wordt wel gevaarlijk als hij door het groen rondom de stad in het wilde weg nieuwe tangenten, randwegen en verkeersaders gaat trekken. Voordat je het weet komt er echt een snelweg over de campus. Want wie de grauwe grijze busbanen in de stad ziet, kan niet twijfelen aan het adagium: waar Buursinks wil is, is een weg.