Uit het lood, column

| Redactie

De kapitein is een vreselijke man. De passagiers en de bemanning hebben dat aanvankelijk niet in de gaten, maar wij zien het meteen. En wij hebben recht van spreken, want wij staan aan wal. Daar staan altijd de beste stuurlui. Dus proberen we kapitein Slob weg te krijgen. Zijn schip mag onze havens niet meer in. En bij pech krijgt hij van ons geen nieuwe onderdelen meer. Langzaam maar zeker takelt het schip af.

Stuurlui

Nu zal er spoedig muiterij uitbreken, denken wij. Maar dat gebeurt niet. De opvarenden begrijpen onze boodschap niet. Als één man scharen ze zich achter hun kapitein. En ze worden boos op ons. Onbegrijpelijk. Willen we die arme opvarenden nou juist helpen onder het juk van die vreselijke kapitein uit te komen, en dan verenigen ze zich tegen ons!

Ten einde raad schieten we een lading raketten op het schip af. Dat moet toch duidelijk maken hoe zo'n slechte navigator die kapitein Slob wel is. Ik bedoel, welke kapitein voert zijn schip nu dwars door een regen van raketten heen? Maar ook als de granaatscherven hen links en rechts om de oren vliegen, begrijpen de opvarenden nog steeds niet dat wij het beste met ze voor hebben.

Pas als het schip werkelijk in de problemen komt, we hebben de hoop eigenlijk al opgegeven, komt er een kentering. De motor is uitgevallen. Kapitein Slob denkt hem nog wel weer aan de praat te krijgen, maar de bemanning en vooral ook de passagiers hebben daar weinig vertrouwen in. Ze weten dat er genoeg vervangende motoren voor handen zijn. En om daar aan te komen, hoeft alleen maar de kapitein te vertrekken.

Kapitein Slob komt met een compromis. Hij wil het nog één week proberen. Loopt de motor dan nog niet, dan zal hij vertrekken. In de tussentijd moeten de opvarenden roeien. Want het schip drijft recht op een waterval af. Maar de opvarenden weigeren te roeien. Ze willen het vertrek van kapitein Slob. En wel meteen.

Wij, de beste stuurlui, staan langs de kant. Met stemmen schor van Sydney moedigen we de opstandige passagiers aan. "Riemen neer!" en "Slob rot op!". Het wordt spannend. Natuurlijk krijgt kapitein Slob met geen liters smeerolie de gebroken tandwielen weer draaiende, dus zijn dagen zijn geteld. Maar ondertussen komt de waterval angstig dichtbij. Straks storten ze met z'n allen in de afgrond.

Ik doe het bijna in m'n broek van de zenuwen. En plotseling houd ik het niet meer. Met overslaande stem roep ik: "Roeien! Roei nou toch!" Mijn omgeving staart mij verbijsterd aan. Op het schip breekt onverwacht toch nog muiterij uit. Kapitein Slob geeft het op. En al die voortreffelijke stuurlui aan de wal noemen mij een domme man.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.