'Die Robin Korving, die hebben ze na z'n operatie de toegang tot het Olympisch dorp ontzegd. Niet geschikt voor invaliden, zeiden ze. Terwijl ze in datzelfde dorp binnenkort onderdak gaan bieden aan de atleten van de Paralympics. Geen drempels, ruime toiletten, alles gelijkvloers - keurig in orde hoor.' Robert Jonkman grijnst.
Zo kennen we hem weer: sarcastisch, soms bij het sardonische af. Hij mag nog steeds op krukken lopen, mentaal lijkt de Twente Vier-coach weer helemaal de oude. De teleurstelling, zegt Jonkman, duurde maar kort. Hij zag zijn roeiers 19 september stranden in de halve finales. Weg jongensdroom.
De Twente Vier eindigde als achtste in het lichte-vier-zonderklassement. Spaans, Trooster, Van de Vooren en Kolkman hadden geen behoefte aan de sluitingsceremonie. De coach vloog al een paar dagen eerder naar Nederland. Geen rondrit door Enschede, geen glimlach van de koningin, laat staan een ridderorde.
Vijf minuten - Jonkman zegt vijf minuten stevig te hebben gebaald. 'Daarna heb ik de feiten geaccepteerd. Ik hou niet van types die na een tegenvaller uren in mineur blijven. De jongens hebben goed geroeid. We zijn niet weg gepaald, zoals die acht van Kris Korzeniowski. Dus moet je berusten.'
Jonkman lijkt geen man voor emoties - of het moet gezonde toorn zijn. Vier jaar lang stond hij elke dag om zes uur naast z'n bed. 's Ochtends aan het kanaal, 's avonds aan de kanaal. Keer op keer liet hij zijn gezin en zijn bedrijf achter voor alweer een trainingskamp. Topsporters zijn doorzetters, maar vergeet hun coaches niet.
Daarbij wilde Jonkman het liefst alles alleen opknappen. Roeiers uit eigen stal, trainen op het Twentekanaal, eigen vervoer en accomodatie tijdens de Olympische Spelen. Zijn ploeg, vond hij, had om te presteren geen roeibond nodig. 'We verschillen van inzicht', zegt hij. 'Dus doe ik het liever gewoon zelf.'
Maar de ironie stelt zijn eigen wetten. Juist Jonkman, de eigenzinnige, de dwarse, de rebelse, brak tijdens een Australische ochtendtraining zijn rechter heup. En zag hoe hij speelbal van de KNRB en het NOC*NSF dreigde te worden. Die man moet naar huis, oordeelde teamarts Cees Rein van den Hoogenband, en snel ook.
Maar dat was buiten de waard gerekend. 'Natuurlijk ben ik niet gegaan', zegt Jonkman. 'Van den Hoogenband riep al dat ik weg moest nog voor hij me had gezien. Terwijl de Australische artsen me verzekerden dat ik binnen vier dagen langs de baan zou staan.' Het werd zitten, in een rolstoel.
Van den Hoogenband heeft nog een uur op hem ingepraat. Jonkman: 'Hij wilde per se dat ik het vliegtuig zou pakken. Het was zijn woord tegen dat van mijn behandelende artsen - en dat zijn echt geen inheemse medicijnmannen of zo. Van den Hoogenband mag zich graag uitgeven voor orthopeed, maar dat is hij niet. Hij is maar een gewone chirurg.'
Maar zelf wél vader van een topsporter. 'Tuurlijk', geeft Jonkman toe, 'hij schijnt Pieter de zaak ook wel te hebben voorgelegd - daar niet van. Hoe zou Pieter hebben gereageerd wanneer Jacco Verhaeren een heup had gebroken? 'Gewoon hard zwemmen', schijnt-ie te hebben geantwoord. Kan wel wezen, maar Pieter is geen roeiploeg. Want waar blijft een ploeg zondercoach?'
Het deed wel even zeer, die eerste dagen. Op een speciale olympische afdeling schroefden de chirurgen Jonkmans heup vast met een plaat en een pen. 'Ik kon ook kiezen voor een kunstheup, maar daar ben ik wat te jong voor, vind je niet?' De werkelijke ellende, zegt hij, kwam uit een andere hoek.
De KNRB. Zal het ooit nog goed komen tussen Jonkman en zijn bond? De verzamelde sportpers stond al snel om de coach en zijn karretje - die wel - maar zijn 'eigen' officials heeft hij niet gezien of gehoord. 'Helemaal niks, nada, noppes.' Wel ontving Jonkman - officieel bondscoach lichte vier - drie dagen voor zijn vertrek naar Sydney een aangetekende brief waarin de KNRB bedankte voor samenwerking na de spelen.
Nu is Jonkman geen type om bij de telefoon te gaan zitten, lastig werd het toen hij de KNRB echt nodig bleek te hebben. 'Ik wilde naar de baan. Daarvoor had ik vervoer nodig. Geld speelde geen rol, maar om de roadblocks te kunnen passeren moest je wel geaccrediteerd zijn. Dus hebben we de KNRB om een auto gevraagd. Kregen we niet, terwijl ze die heus wel hadden.'
'Het NOC*NSF dreigde me ondertussen uit de collectieve verzekering te zetten.' De coach lacht. Inderdaad - hij is geen man die wijkt voor dreigementen. Dus stuurde hij zijn pupillen naar de athletes service, een loketje aan het roeiwater. Achter het raampje zat een Australische meneer - zelf ook roeicoach - die opstond, naar zijn auto wandelde en Jonkman is gaan ophalen in het ziekenhuis. 'Vier dagen lang, honderd kilometer heen, honderd kilometer terug, voor dag en dauw.'
Jonkman glimlacht. 'Kijk', zegt hij, 'zo kan het dus ook.' Hij is geen man om zijn waardering onder stoelen of banken te steken.
![]()
Robert Jonkman: ...zo kan het dus ook...