U-raad stemt schoorvoetend in met vijfkoppig college

| Redactie

De U-raad heeft dinsdag met acht stemmen voor, vijf tegen en twee blanco, ingestemd met een wijziging van het bestuurs-en beheersreglement van de UT. Daarin komt nu te staan dat het college van bestuur uit maximaal vijf leden (in plaats van drie) bestaat. Als de raad het voorstel had verworpen of zijn besluit had opgeschort was er voor de UT een pijnlijke bestuurlijke situatie ontstaan.

In het eerste geval zou daarmee het aantal collegeleden vooralsnog op drie blijven steken, in het andere geval -het opschorten van het besluit- had de raad de tijd gehad om voorwaarden te verbinden aan zijn jawoord. Zoals bijvoorbeeld een forse inbreng in de vier benoemingen (buiten die van de rector/ voorzitter Frans van Vught) en een invulling van de bestuurslagen daaronder. Dat gebeurde allemaal niet en dat verklaarde wellicht de onmiskenbare opluchting na afloop bij CvB-voorzitter Arie van der Hek en rector Van Vught, plus hun beleidsmedewerkers op de publieke tribune. In feite kan de commissie onder leiding van het lid van de raad van toezicht José van Eijndhoven nu pas echt aan de slag met het aantrekken van nieuwe CvB-leden. Vorig week vond een eerste gesprek plaats met een headhuntersbureau in Amsterdam, dat bij de werving is ingeschakeld. De verwachting is dat het tenminste tot medio volgend jaar duurt voordat het college op sterkte is. Frits Schutte (die vrijdag 8 december officieel met een symposium afscheid neemt van de UT) vertrok per 1 oktober en Arie van der Hek legt zijn voorzitterschap uiterlijk 1 februari volgend jaar neer.

CvB-voorzitter Van der Hek betoogde tegenover de U-raad dat in het UT-beleid twee zaken het hardst tellen: de studenteninstroom en het onderzoek in de tweede en derde geldstroom. 'Daar draait het op. Als we op deze gebieden niet scoren, is er een acuut probleem.' Van der Hek doelde onder andere op een verhoging van de verdiencapaciteit van faculteiten en instituten. 'Het college van bestuur moet dat proces steunen en faciliteren. Professionaliteit is daarbij noodzakelijk. Welnu, zoiets doe je niet op je eentje, laat staan met een driemanscollege. Gezien het aantal taken dat op ons afkomt, zijn op het hoogste niveau aparte mensen nodig voor onderzoek en onderwijs. Dat geldt ook voor het financieel management en personeelsbeleid, in combinatie met de facilitaire dienstverlening.' 'Personeelsbeleid', zo voegde Van der Hek er nog aan toe, 'is een van de belangrijkste randvoorwaarden voor het succesvol opereren van de instelling, met name op het gebied van de primaire processen (onderwijs en onderzoek, red.).' Van der Hek onderstreepte nog eens dat de Raad van Toezicht, het College van Bestuur, zowel alsde faculteitsdecanen, voorstander zijn van een uitbreiding naar vijf collegeleden. De minister heeft daar vorige week zijn toestemming voor gegeven. Na vier jaar zal het model worden geëvalueerd en worden voortgezet, dan wel gewijzigd.

Het issue van het vijfkoppig college diende in de raad omdat deze de exclusieve bevoegdheid heeft het bestuurs-en beheersreglement van deze universiteit te wijzigen. En dat is nodig als (bijvoorbeeld) de samenstelling van het college verandert.

Erg overtuigd van de noodzaak van een vijfkoppig college van bestuur was de U-raad, ondanks het gedreven betoog van Arie van der Hek, niet. De verschillende fracties in de raad zaten onderling niet op één lijn en stemden verdeeld. Het algemene gevoelen was wel dat uitbreiding van drie naar vijf niet was tegen te houden. Het voornaamste tegenargument was dat het logischer zou zijn eerst de nieuwe bestuursstructuur verder op te tuigen en vorm te geven en dan pas de profielen van de portefeuillehouders in het CvB vast te stellen. Raadlid Willemien Wallinga betoogde dat de aandachtsvelden onderwijs en onderzoek juist bijelkaar horen en niet uit elkaar moeten worden betrokken. Ze wees ze erop dat andere universiteiten het ook met drie mensen afkunnen. Van der Hek repliceerde dat er weliswaar een koppeling is tussen de twee gebieden, maar slechts ten dele. 'Verder zie je bij de andere universiteiten dat de inbedding van de colleges in de organisatie te wensen overlaat, aldus de

voorzitter. 'De absolute meerwaarde van een groter CvB is een effectiever bestuur. Het gaat niet alleen om de ontwikkeling van beleid, maar ook om de communicatie erover binnen de universiteit en de implementatie ervan.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.