Hermans breekt muur tussen hbo en wo stilletjes af

| Redactie

Minister Hermans wil het onderscheid tussen hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs handhaven. Maar intussen breekt hij de muur die die twee scheidt steentje voor steentje af. Het Nederlandse hoger onderwijs lijkt sluipend op weg naar een 'open stelsel'. 'Veel nieuws heeft minister Hermans niet te melden. En onze standpunten waren ook al bekend.' Zo reageert Frans Leijnse, voorzitter van de H

Minister Hermans wil het onderscheid tussen hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs handhaven. Maar intussen breekt hij de muur die die twee scheidt steentje voor steentje af. Het Nederlandse hoger onderwijs lijkt sluipend op weg naar een 'open stelsel'.

'Veel nieuws heeft minister Hermans niet te melden. En onze standpunten waren ook al bekend.' Zo reageert Frans Leijnse, voorzitter van de HBO-raad, op Hermans' notitie over het bachelor-mastermodel.

Leijnse heeft gelijk. Anderhalf jaar lang heeft Hermans vooral anderen laten praten over het bachelor-mastermodel. Sinds juli lag er bovendien een advies op zijn bureau van de door hemzelf ingestelde commissie-Rinnooy Kan. De afgelopen maanden had hij al laten doorschemeren dat hij dat advies zou overnemen.

Geen wonder dat Hermans' standpunt over de bachelor-masterstructuur niet verrassend was. En evenmin verbazend is het dat de reacties van universiteiten en hogescholen net zo voorspelbaar zijn: met de grote lijnen stemmen we in, er moet nog veel uitgewerkt worden, jammer dat Hermans geen geld voor het nieuwe model uittrekt.

De studentenbonden slaan een andere toon aan. Het ISO is 'boos

en enorm teleurgesteld'. De LSVb is kwaad dat er geen extra geld voor universitaire masterstudies komt. 'Sponsoring, duale leerwegen, bedrijfsopleidingen, niets lijkt te gek zolang het de overheid maar geen geld kost', foetert de bond - maar ook die woede kan nauwelijks verrassend genoemd worden.

Toch bevat Hermans' notitie een nieuwtje, bijna terloops meegedeeld in een passage over kwaliteitskeurmerken voor het hoger onderwijs. Hogescholen mogen straks hun opleidingen als `wetenschappelijk onderwijs' laten bestempelen, universiteiten mogen hoger beroepsonderwijs geven.

Een opvallende mededeling. Al sinds zijn aantreden vertelt Hermans tegen ieder die het horen wil dat hij het zogeheten binaire stelsel (met een duidelijk onderscheid tussen hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs) wil handhaven. Maar intussen breekt hij steentje voor steentje de muur af die hogescholen en universiteiten gescheiden houdt.

In de ruim twee jaar dat Hermans nu minister is, heeft hij al een paar flinke gaten in die muur geslagen. Universiteiten en hogescholen mogen in de toekomst fuseren. Hogescholen mogen straks ook erkende mastertitels verlenen - een privilege dat tot nu toe aan de universiteiten voorbehouden was. En nu mogen ze zelfs wetenschappelijk onderwijs gaan geven.

De universiteiten zien het met lede ogen aan. Hun verzet tegen de hbo-mastertitel hebben ze inmiddels opgegeven - die strijd was hopeloos. Op Hermans' nieuwste plan reageren ze omzichtig. 'Wemoeten de tegenstellingen niet aanscherpen', zegt de nieuwe VSNU-voorzitter D'Hondt. 'Maar ik geloof niet dat er een maatschappelijke behoefte bestaat aan wetenschappelijk onderwijs bij hogescholen.'

Ook Hermans zelf verwacht niet dat hogescholen nu op grote schaal academische ambities zullen vertonen. Zijn plan doet geen afbreuk aan het binaire stelsel, houdt hij vol. Het doet er niet toe wie wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs geeft, zegt hij, zolang die twee soorten onderwijs maar onderscheiden blijven. Hij breekt weliswaar de muur af die hbo en wo scheidt, maar blijft volhouden dat die twee ook zonder muur gescheiden blijven.

Frans Leijnse van de HBO-raad ziet dat echter net iets anders. Hij noemt Hermans' plan 'een goed teken'. 'De HBO-raad roept dit al twee jaar: kijk niet naar wie een opleiding geeft, maar wat die echt voorstelt. Zo zal er geleidelijk een open stelsel ontstaan met zowel hbo als wo, maar ook van alles ertussenin.'

Hermans durft dat nog niet hardop te zeggen. Toch lijkt hij er heel voorzichtig wel een voorschot op te nemen. We handhaven het bi-naire stelsel, schrijft hij, maar veelbetekend voegt hij daar een voorwaarde aan toe: het stelsel moet zich dan wel 'internationaal blijven bewijzen.'

Voor Leijnse is dit alles reden genoeg de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Hij verwacht een toekomst waarin beroepsgerichtheid en wetenschappelijkheid de uiteinden zijn van een glijdende schaal, met vele varianten ertussenin. En zo'n 'open stelsel' is precies wat hij wil.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.