Hermans wil bachelor- master snel invoeren

| Redactie

Binnen drie tot vijf jaar zal het grootste deel van het hoger onderwijs een bachelor-masterstructuur hebben, zegt minister Hermans. 'Als de universiteiten en hogescholen er niet serieus werk van maken, missen ze een geweldige kans.' 'Het momentum is er. Er is breed steun voor in Nederland. We hebben de kans voorop te lopen in Europa en dus mede bepalend te zijn voor wat er elders gebeurt. Die kans

Binnen drie tot vijf jaar zal het grootste deel van het hoger onderwijs een bachelor-masterstructuur hebben, zegt minister Hermans. 'Als de universiteiten en hogescholen er niet serieus werk van maken, missen ze een geweldige kans.'

'Het momentum is er. Er is breed steun voor in Nederland. We hebben de kans voorop te lopen in Europa en dus mede bepalend te zijn voor wat er elders gebeurt. Die kans moeten we grijpen.'

Minister Hermans wil tempo maken bij de invoering van het bachelor-mastermodel. Anderhalf jaar geleden hebben 29 Europese onderwijsministers afgesproken dat ze zo'n model gaan invoeren. Na alom advies te hebben ingewonnen, hakt Hermans daar nu knopen over door.

Steun is er inderdaad. Maar de universiteiten en hogescholen hadden graag geld gekregen voor de invoering van het bachelor-mastermodel. Hermans voldoet niet aan die wens - althans voorlopig.

Met name voor de hogescholen lijkt zijn boodschap daardoor wat mager. Hun masterstudies worden weliswaar erkend, maar niet betaald. Verder hoeft het hbo zich van dat hele bachelor-mastermodel eigenlijk niets aan te trekken.

'Daar ben ik het niet mee eens', reageert Hermans. 'Hoe je het ook draait, de invoering van het bachelor-mastermodel is het ingrijpendst in het wetenschappelijk onderwijs, inderdaad. Voor de hogescholen gaat het erom dat ze straks bachelors opleiden die internationaal de concurrentie aankunnen. Ook dat is een enorme uitdaging.'

Schaars talent

Die groeiende internationale concurrentie op de markt voor hoger onderwijs is Hermans' belangrijkste drijfveer bij de invoering van het bachelor-mastermodel. 'Nu al werven buitenlandse instellingen Nederlandse studenten. Alleen al door de opkomst van virtueel onderwijs zal de slag om schaars talent internationaler worden.'

Juist om internationaal in de pas te lopen, willen de universiteiten geld om hun masterstudies van een naar twee jaar uit te breiden. Maar, zegt Hermans, ook met eenjarige masters hoeven ze de slag niet te verliezen. 'Het gaat erom of je internationaal aan de maat bent - niet om de studieduur. De universiteiten leveren nu toch ook kwaliteit? Waarom zouden ze dan in het bachelor-mastermodel opeens een jaar extra nodig hebben?'

De tegenwerping dat een bachelor-masterstudie van drie plus twee jaar internationaal het meest gangbaar is, maakt geen indruk. 'Ik zie dat niet. Geen van mijn buitenlandse collega's vindt het gek dat Nederlandse studies maar vier jaar duren. Ik hoor wel steeds van hen dat we hoog aangeschreven staan.'

Hermans sluit universitaire masterstudies van meer dan een jaar niet uit. Maar dat moeten de universiteiten dan zelf financieren. Zelfdenkt hij dat ze geld kunnen vragen van buitenlandse studenten of van mensen die na een aantal jaren werk terugkomen voor extra studie. Ook bedrijven hebben misschien geld over voor op maat gesneden studies. 'Kijk wat er internationaal aan de hand is. Dit gebeurt overal ter wereld.'

Een tweedeling dus tussen masters op hoog niveau in gebieden waar kapitaal zit en `gewone' masters voor studenten zonder geld? 'Dat is mode', weerspreekt Hermans. 'Telkens als er andere financieringsbronnen ter sprake komen dan de overheid, wordt er gewezen op die tweedeling. Onzin. De overheid betaalt onderwijs tot op een bepaald niveau. Wie meer wil, moet zelf betalen. Daar is toch niets mis mee? Als mensen geld over hebben voor onderwijs, ga ik dat toch niet verbieden?'

Ook al met het oog op de internationale concurrentie wil Hermans dat universiteiten een aantal topmasterstudies starten voor `excellente' studenten. 'Alleen zo kunnen we de beste studenten voor Nederland behouden', zegt hij.

Het is voorstelbaar dat daarvoor extra collegegeld gevraagd wordt. 'Maar we hoeven niet bang te zijn dat briljante studenten geweigerd worden omdat ze geen geld hebben. Elke universiteit wil die studenten binnenhalen. En er zijn partijen genoeg die daaraan financieel willen bijdragen.'

Ronde kaas

Hermans had nog wat andere financiële kwesties op te lossen. Hij wil dat studenten met een bachelordiploma op zak keuzes kunnen maken: doorstuderen aan de eigen universiteit of aan een andere of werk zoeken. Daarvoor is het noodzakelijk dat studenten na hun bachelors de studie kunnen staken zonder studieschuld op te lopen. Dat gaat Hermans inderdaad regelen.

De minister wil stimuleren dat studenten na een aantal jaren werk alsnog een masterstudie volgen, schrijft hij. Maar wie dat wil, moet dat op eigen kosten doen. Een simpele ingreep in de studiefinancieringswet zou dat voorkomen. Maar zo'n ingreep kost honderden miljoenen, en dat heeft Hermans er niet voor over.

'Jammer? You can't have it all', vindt Hermans. 'Een kwestie van ronde kaas en platte stukken. De samenleving legt ons niet in de watten. Na drie jaar studie moeten studenten toch een goede keus kunnen maken. Komen ze daar later op terug, dan is dat voor eigen rekening.'

De bekostiging van de universiteiten past Hermans slechts licht aan, maar hij overweegt ingrijpender veranderingen in de toekomst. 'De masterstudie zou bekostigd kunnen worden via vouchers', zegt hij. Dat zijn een soort `bonnen' die studenten bij een universiteit kunnen inwisselen tegen delen onderwijs. Voor elke geïnde bon krijgt de universiteit vervolgens een vergoeding van de overheid.

'Maar', zegt Hermans, 'ik wil de discussie nu niet belasten met financiële vraagstukken. De budgetten zullen niet krimpen, dat wil ik wel als signaal geven. We moeten het eerst maar eens over de inhoud hebben. Als universiteiten en hogescholen niet serieus nadenken over een invulling van het bachelor-mastermodel die ook internationaal gezien mag worden, dan missen ze een geweldige kans.'

Alles goed en wel, maar er wordt van het hoger onderwijs een ingrijpende vernieuwing verwacht, en ze krijgen geen cent extra om die door te voeren ... 'Laten de universiteiten en hogescholen eerst maar eens met goede plannen komen', reageert Hermans.

Dan komt het kabinet alsnog met een schip met geld aanvaren? 'Nou, een schip met geld ... Laat ik het zo zeggen. Als je in het kabinet alleen maar zegt: we gaan iets moois doen, is de kans klein dat je geld krijgt. Maar er komen nog vele momenten waarop geld verdeeld wordt. Als er vóór de komende voorjaarsnota nu eens plannen lagen....'

KADER:

'Wetenschappelijk onderwijs

niet het grootste paardijs'

Een voorwaarde voor het bachelor-mastermodel is de invoering van keurmerken, vindt Hermans. Daardoor ziet het buitenland in een oogopslag dat een opleiding goedgekeurd is door een onafhankelijk instituut, het nog op te richten accrediteringsorgaan.

Hermans' notitie over het bachelor-mastermodel bevat over deze keurmerken een opvallend voorstel. De minister wil onderscheid maken tussen hbo- en wo-keurmerken. Maar desondanks kunnen hogescholen straks voor bepaalde opleidingen een wo-keurmerk krijgen, en universiteiten een hbo-keurmerk.

'Niet de instelling die de opleiding verzorgt, maar de oriëntatie en de kwaliteit ervan moeten bepalen wat voor keurmerk een opleiding krijgt', zegt Hermans. 'Waar haal ik het recht vandaan om van een bepaalde opleiding te zeggen: die wordt aan een hogeschool gegeven, dus die verdient geen wo-keurmerk.'

Lokt de minister de hogescholen zo niet uit `universiteitje te

spelen', terwijl hijzelf zo hecht aan het onderscheid tussen

hbo en wo? 'Sommige hogescholen vinden het wetenschappelijk

onderwijs het grootste paradijs', zegt Hermans. 'Ten onrechte.

De markt schreeuwt om de hoogopgeleide professionals die het

hbo kan leveren. Hogescholen zouden wel gek zijn als ze zich

niet dáárop zouden richten.'

Waarom dan toch hogescholen de mogelijkheid bieden om wo-stu-

dies te verzorgen? 'Dat is meer bedoeld voor buitenlandse onderwijsinstellingen. Ik verwacht niet dat Nederlandse hogescholen er veel gebruik van maken. Het zal voor een hogeschool ook niet simpel zijn, want de voor wetenschappelijk onderwijs kenmerkende link met onderzoek kan een hogeschool nauwelijks bieden. Ik ga zedaar in elk geval ook geen geld voor geven.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.