Hilgenkamp is net terug uit de VS waar hij een groot congres over supergeleiding bezocht. Daar, en ook in wetenschappelijke publicaties, werd het werk van de Twentse lage-temperaturen groep regelmatig genoemd. 'De Universiteit Twente mag daar best trots op zijn, ' vindt Hilgenkamp.
Hilgenkamp startte zijn carrière in Twente. Hij studeerde in 1991 af bij EL en promoveerde vervolgens in 1995 op supergeleidende magneetveld-sensoren voor medische toepassingen. Daarna werkte hij anderhalf jaar als post-doc bij IBM in Zürich. Kort daarna werd hij werkgroepleider aan de universiteit van Augsburg.
Al die tijd hield hij zich bezig met supergeleiders. Want: 'Supergeleiding fascineert me gewoon, het is een apart fenomeen,' legt hij uit. Zijn werkgroep dunne lagen in Augsburg werkte al langer aan het probleem van de korrelgrenzen, waar hij nu een doorbraak in heeft bereikt. In eerste instantie was het onduidelijk waardoor de korrelgrenzen precies een probleem waren. Hiervoor bedachten Hilgenkamp en zijn collega's een theorie, waarna een oplossing is bedacht die goed bleek te werken.
Op dit moment noemt Hilgenkamp de resultaten die hij in samenwerking met mensen van de universiteit Augsburg heeft bereikt 'een doorbraak in natuurkundig opzicht'. Commerciele toepassingen van de vinding zullen echter nog zeker vijf tot tien jaar op zich laten wachten. De grootste vooruitgang voor het onderzoek vindt hij nog dat andere groepen de resultaten ondersteunen.
De 'hoge Tc' materialen, supergeleiders met een hoge kritische temperatuur, bestaan pas sinds 1986. De kritische temperatuur Tc, dat is de temperatuur waaronder het materiaal supergeleidend wordt, ligt voor de meestgebruikte supergeleiders rond de -160 graden. Dit is ruim boven de temperatuur van vloeibaar stikstof (-196%C), wat koeling relatief goedkoop maakt. Op dit moment lopen er in de VS enkele proefprojecten bij energiebedrijven, die supergeleidende kabels willen gebruiken voor de stroomvoorziening. Dat is een van de eerste opties waarbij het materiaal op grote schaal kan worden ingezet.
De vinding van Hilgenkamp en zijn collega's in Augsburg wordt hierin nog niet verwerkt, maar het bedrijf is wel zeer geinteresseerd, vooral omdat de methode van Hilgenkamp relatief eenvoudig in het bestaande proces is in te bouwen. Heel belangrijk vind hij dat 'het bekend is geworden dat het probleem van de korrelgrenzen oplosbaar is', iets wat een van de grootste problemen was bij de toepassing van deze supergeleiders. Een andere mogelijke toepassing vansupergeleiders is de ontwikkeling van supersnelle electronische schakelingen, iets waarin de Universiteit Twente volgens Hilgenkamp met het MESA+ instituut 'ver vooraanstaand' is, gezien de vele referenties op dit gebied naar werk van de MESA+ onderzoekers.
Zijn werk is intussen overgenomen door diverse onderzoeksgroepen over de hele wereld, die met vergelijkbare resultaten zijn gekomen. 'Op het congres vorige week kwamen mensen aanlopen met resultaten, die ze de week daarvoor gemeten hadden' vermeldde Hilgenkamp trots. Hierbij ging het vooral om werk dat was gebaseerd op op zijn publicaties vorig jaar. De recente publicatie in Nature veroorzaakte een gigantische publicatiegolf. Het bericht werd door vele kranten overgenomen. Maar het gevolg voor zijn verdere carrière 'moet nog blijken'.
Een effect van de publicatie is wel dat het gemakkelijker is geworden om geld en middelen te krijgen. 'Voor een goed idee krijg je niet automatisch geld, maar publicaties helpen goed'. Het huidige werk is verricht met subsidie voor vijf jaar van de KNAW, de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. 'Geld is belangrijk, maar 'rust en ruimte om na te denken over nieuwe ideeën zijn het belangrijkst'.