Gekkekoeienziekte, de rol van de media en politiek

| Redactie

Achteraf is het altijd makkelijk praten. Ook als het om de gekkekoeienziekte gaat. Hoe konden Britse ministers, ambtenaren en wetenschappers het in hemelsnaam zover laten komen? Frank van der Most (31) doet aan de faculteit WMW onderzoek naar de gang van zaken rond BSE.

Is rundvlees in het algemeen en Frans koeienvlees in het bijzonder veilig? Kunnen we zaterdag met een gerust hart runderlapjes sudderen om die zondag samen met de stoofpeertjes ontspannen op te peuzelen? Dat zijn vragen die je sinds een week of twee aan een deskundige op het gebied van de gekke-koeienziekte wilt stellen.

Frank van der Most kan en wil er geen antwoord op geven. 'Daarin ben ik niet deskundig. Ik ben geen viroloog of geneeskundige. Ik ben sociaal-wetenschapper.'

Waarom journalisten juist nu die vraag stellen, en niet maanden eerder of weken later, die kwestie vindt Van der Most eigenlijk veel interessanter. 'Dat BSE ook op mensen overgedragen kan worden is al veel en veel langer bekend. Dat er in Frankrijk gekke koeien rondlopen eveneens. Het is zelfs niet nieuw dat er Fransen zijn met de BSE-variant Creutzfeldt-Jacob. Maar pas als er beelden van mensen met de ziekte op tv verschijnen, pas als er besmet vlees in supermarkten ligt, dan komt het hele mediacircus echt op gang, dan is het hek van de dam, dan vindt iedereen BSE ineens een issue.'

Met beleidmakers en ministers werkt het ongeveer net zo. 'Die komen ook niet zomaar in actie', zegt Van der Most. Hij schetst het ontstaan van de BSE-crisis in Groot Brittannië. 'Het onderzoeksinstituut van het Britse ministerie van Landbouw constateerde officieel eind 1986 dat er in Engeland gekke koeien rondliepen. De wetenschappers rapporteerden hun bevindingen netjes aan hun ministerie. Maar de ambtenaren besloten daar verder niks mee te doen. Ze dachten dat het zo'n vaart niet zou lopen. En dat de publiciteit die ongetwijfeld met de bekendmaking gepaard zou gaan een soort massahysterie zou kunnen veroorzaken. Met - in hun ogen - onnodige negatieve gevolgen voor de verkoop van Brits rundvlees.'

Pas een halfjaar later lichtten de ambtenaren de minister van landbouw in. 'Het aantal gekke koeien in Engeland bleef maar toenemen, ze moesten wel. De minister besloot daarop dat boeren koeien met BSE-symptomen verplicht dienden aan te geven. Maar hij weigerde in eerste instantie veehouders die dat deden financieel te compenseren. Alleen, boeren die geen vergoeding krijgen, zullen hun koeien niet zo snel aanmelden. Die sturen hun beesten liever naar een slachthuis, dan krijgen ze nog geld voor het vlees.'

De minister weigerde de financiële compensatie omdat zieke koeien volgens hem bij het normale bedrijfsrisico horen. Ook als ze met BSE besmet zijn. 'De man had een halfjaar eerder publiekelijk geweigerd landbouwers te compenseren. Die zagen hun suikerbietenoogst mislukken omdat er een ziekte in het gewas zat. Het lag daarom niet voor de hand boeren met gekkekoeien wel een vergoeding te geven.'

Pas anderhalf jaar later begrepen ze in Engeland dat veel boeren hun koeien alleen aangeven als daar ook financieel iets tegenover staat. De veehouders kregen de helft van de waarde van een met BSE besmette koe terug. En honderd procent als de koe achteraf niet besmet bleek.

De Engelse overheid greep in 1988 pas echt in, maar toen was het al te laat. Inmiddels zijn er in Groot-Brittannië meer dan tachtig mensen overleden aan de gevolgen van de gekkekoeienziekte. De schattingen over het aantal besmette Engelsen lopen uiteen. Maar wetenschappers rekenen op minstens 160.000 gevallen.

BSE wordt veroorzaakt door prionen. Dat zijn infectueuze eiwitten die na opname door mens of dier bepaalde veranderingen in de hersenen veroorzaken. In het hersenweefsel vallen gaten waardoor mensen en dieren zich zeer vreemd gaan gedragen. Prionen laten zich moeilijk uitroeien. De ziektekiemen zijn bestand tegen warmte of koude. Ontsmetting is dus moeilijk.

De gekkekoeienziekte komt oorspronkelijk van schapen. De aandoening heet daar scrapie. Koeien die veevoer eten dat met scrapie besmette schapenresten bevat, kunnen BSE krijgen. Vooral ruggenmerg en hersenen zijn gevaarlijk. Tussen besmetting en de eerste verschijnselen zit in sommige gevallen wel drie tot vier jaar. Bovendien kunnen wetenschappers de besmetting alleen definitief vaststellen door dood hersenweefsel te onderzoeken. Dat bemoeilijkt de opsporing.

'Dat weten we nu allemaal', verzucht Van der Most. 'In 1987 was dat niet zo duidelijk. Toen wisten we nog minder van de risico's voor de volksgezondheid.' De onderzoeker kan zich voorstellen dat de Engelse minister van landbouw niet hard ingreep. 'In veel gevallen blijkt een dergelijke beslissing juist. Ministers en ministeries moeten elk jaar honderden of duizenden risico's inschatten. Ze kunnen niet overal een crisis van maken.'

Of regeringen besluiten om maatregelen te nemen, hangt volgens Van der Most af van het 'repertoire' dat bewindslieden en ambtenaren hebben opgebouwd. 'Pas als hun repertoire bestaat uit de juiste mix van wetenschappelijke feiten, normen, waarden, zichtbare gevolgen en aandacht in de media komen ze in actie. Maar in het geval van de gekke-koeienziekte was dat te laat.'

En dus moeten er volgens Van der Most systemen komen die er voor zorgen dat een repertoire beter ontwikkeld wordt. Ministers, ambtenaren, beleidsmedewerkers de eurocommissarissen, ze moeten sneller en accurater reageren op signalen over mogelijk risico voor de volksgezondheid. 'Maar het is te simpel om te zeggen dat de betrokkenen gewoon op meer verschillende dingen moeten letten. Signalen moeten ook gefilterd en beoordeeld worden.'

'Onafhankelijke wetenschappers moeten vaak eerst in commissies vaststellen wat de potentiële risico's voor de volksgezondheid zijn en de consequenties van maatregelen proberen te overzien', legt Van der Most uit. 'Dat cognitieve deel hoort dus een belangrijke plek in je repertoire te krijgen.'

Daarnaast zou in de Europese Unie de verhouding tussen uniformiteit en diversiteit misschien anders kunnen organiseren. 'Algemene regels voor alle lidstaten, natuurlijk. Maar niet in alle landen worden signalen op dezelfde manier gegenereerd. Daar dien je rekening mee te houden als je een early warning system opzet.'

Whistle blowers, mensen die tegen de zin van hun baas in signalen afgeven, verdienen bescherming. Economisch verlies voor bedrijven of particulieren kun je maar beter compenseren. Zo voorkom je bijvoorbeeld dat boeren hun schapen in de sloot gooien of gekke koeien niet aangeven. Het zijn maar een paar van de maatregelen die de Europese Unie volgens Van der Most in overweging moet nemen.

En de media? Moeten die de signalen die niet worden opgepikt breed uitmeten? 'Dat is te simpel. Media spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een repertoire. Maar als journalisten zomaar van alles gaan publiceren kan dat ook averechts werken. In 1994 liet de toenmalige landbouwminister Van Aartsen 64.000 kistkalveren uit Engeland ruimen. Terwijl wetenschappers dat niet nodig vonden. Maar Van Aartsen redeneerde dat consumenten niet op basis van wetenschappelijke argumenten beslissen of vlees veilig is of niet. Consumenten worden ook door de overdrijving in de media beïnvloed.'

Naar aanleiding van de BSE-crisis riep de Europese Unie acht wetenschappelijke commissies en een stuurgroep in het leven. Die houden zich allemaal bezig met gezondheidsrisico's. Durft Van der Most rundvlees te eten? 'Die vraag had ik wel verwacht. Ik heb er over nagedacht en besloten er geen antwoord op te geven. Mijn eigen eetgedrag doet er niet toe.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.