'Oude indeling onderzoek is niet meer bruikbaar'

| Redactie

CT-professor Wim van Swaaij spreekt morgen, vrijdag 1 december, de diesrede uit. Hij constateert dat de taakverdeling voor onderzoek sinds zijn aantreden in 1972 sterk is veranderd. Dat biedt kansen voor de universiteit. Maar vraagt ook om herbezinning. Een gesprek vooraf.

Hoe heeft uw vakgebied op de UT zich de laatste jaren ontwikkeld?

'In een termijn van ongeveer twee jaar is een nieuwe groep hoogleraren aangetreden. Zes van de zeven kernleerstoelen zijn opnieuw bezet. Hierin zit zeker voldoende talent en veel kansen voor de nodige vernieuwing. Dat is ook nodig vanwege de veranderende rol die het universitaire onderzoek krijgt in de samenleving.'

Welke veranderingen bedoelt u daarmee?

'De oude indelingen van fundamenteel versus toegepast onderzoek en van monodisciplinair versus multidisciplinair onderzoek, zijn niet meer bruikbaar. Monodisciplines zijn in veel gevallen gerijpt. Baanbrekend onderzoek is meer gefocusseerd. Het gebruikt ad hoc delen van diverse disciplines voor de creatie van nieuwe ontwikkelingen.

Binnen het PIT (Procestechnologisch Instituut Twente, red.) is de focus gericht op een beperkt aantal speerpunten waarmee we graag voorop willen lopen. We gaan daarbij uit van onze sterke punten: scheidingsprocessen, meerfasen reactoren, polymerisatie reactoren en energieconversie.

'In Nederland gaat het erom de toppositie in de reactorkunde te handhaven en tegelijkertijd de scheidingstechnologie krachtiger te maken. Deze is voor een duurzame toekomst onmisbaar. Het PIT heeft hierin, onder andere met de kennis van membranen, een uitstekende uitgangspositie. Verdere versterking is er ook door de oprichting van een kenniscentrum, samen met TNO.'

Is het moderne universitaire onderzoek nu anders dan toen u in Twente kwam?

'Sinds 1972 is het tempo en de efficiency van onderzoek verhoogd. Door de computerisering, informatisering en instrumentalisering is de productiviteit per onderzoeker flink toegenomen.

'Maar ook de taakverdeling in de maatschappij is ingrijpend veranderd. Tot voor kort beschikten veel grote bedrijven over uitgebreide onderzoeksfaciliteiten. Nu probeert men tot procesvernieuwing te komen door onderzoek meer uit te besteden via ad hoc allianties met andere bedrijven, universiteiten, GTI's en ingenieursbureaus.'

Wat betekent dit voor het werk van wetenschappers?

'Onderzoekers moeten veel verder gaan dan het publiceren van resultaten van onderzoek of het toesturen van proefschriften aan collegae bij bedrijven. Participeren in onderzoeksallianties en hetfaciliteren van de weg naar praktische toepassingen, zijn nadrukkelijk taken voor de universiteit geworden. De overheid heeft zijn stimuleringsregelingen hierop aangepast.'

Dat betekent dus vooral nieuwe kansen ...

'De regiefunctie van de gebruikers is niet uitsluitend zegenrijk. Ontwikkelingen die gericht zijn op sprongsgewijze verbeteringen of voor nut op de lange termijn, krijgen steeds minder support. Dit geldt voor sommige op duurzaamheid gerichte ontwikkelingen. Naast goede prestaties op de middellange termijn is het voor ons belangrijk ook een aantal lijnen naar de verdere, zeg maar duurzame, toekomst vast te houden en daar financiële middelen voor te verwerven. Deze universiteit kan juist daar haar trekkersrol tonen.'

Waar zet u dan concreet op in?

'Een grote uitdaging is duurzame energievoorziening in het licht van de CO2-problematiek. Voor de procestechnologie gaat het om: verkleinen van de materiestromen, procesintensivering, recycling, hernieuwbare grondstoffen en energie. Nieuw onderzoek zal daarbij een sleutelrol vervullen. Het zal makkelijker zijn om voor de korte en middellange termijn onderzoeksondersteuning te vinden dan voor radicale plannen. De laatste categorie is echter wel het meest uitdagende voor deze universiteit.

Wat in de loop der jaren vooral teruggevallen is, is de tijd om na te denken over echte vernieuwing. En daar moet wel ruimte voor blijven.'

Wim van Swaaij

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.