Saskia (4) en Marieke (6) stonden op 13 mei midden in de woonkamer toen de drukgolf de ruiten in duizenden stukjes naar binnen blies. Op visite bij de kinderen van TW-docent Brigit Geveling (43) en TBK-wetenschapper Leo van der Wegen (43).
Nieuwsgierig en kinderlijk verlegen tegelijk verschuilen Saskia en Marieke zich achter de lange benen van hun moeder. Marieke geeft als eerste een hand. Saskia volgt schoorvoetend na de geruststellende woorden: 'Geef die meneer maar een handje.'
In de woonkamer met speelgoedhoek, lichtblauw linoleum en een zacht zwart kleed voor de bank ontdooien de dames. Marieke leest voor uit Vos en Haas. Saskia legt omstandig uit wat ze allemaal wel niet kan met de plastic ratel die ze die morgen op school in haar schoen vond.
Na een hoofdstukje waarin Vos en Haas - regelmatig onderbroken door de ratel - een te gek avontuur beleven komt het gesprek voorzichtig op de bouwkundige staat van de woning. 'Ja, het huis staat er nog', zucht Geveling. Marieke reageert meteen: 'Ik hou er niet van dat jullie over de ramp praten.'
Dan maar eerst een Sinterklaasliedje. Marieke leerde net eentje op school. Het versje moet geoefend - Sinterklaas en Zwarte Piet zouden eens mee kunnen luisteren. Marieke:
'Sinterklaas komt aangereden.
Over de hoge daken.
Piet strooit lekkers naar beneden.
Jongens dat zal smaken.'
Na drie herhalingen - waarvan de laatste voorzien van een dansje - verdiept Marieke zich weer in Vos en Haas. Saskia zit voor de bank op de grond en speelt met haar ratel. 'De badkamerdeur lag er helemaal uit', somt Geveling de schade op. 'Alle ramen aan de achterkant waren kapot. De drukgolf brak een slaapkamerdeur door midden. Er zaten scheuren in de muren en gaten in het dak. Het dak werd zelfs een stukje opgetild.'
Vooral in de slaapkamer van Marieke en Saskia was de ravage compleet. Glas in de kast, glas in het bed, glas in de muur, glas in het Sisal-tapijt. 'We wachten nog steeds op de schilder. Die zou eind september komen. Het is nu al december en we hebben hem nog steeds niet gezien.'
Daarom slapen ouders en kinderen al maanden lang samen in één kamer. Saskia vertelt: 'Met z'n viertjes liggen we in één bed. En op kussens en op lakens op de grond. Met z'n viertjes. En soms ook met z'n tweeën.' Geveling ligt toe: 'In principe liggen wij in ons eigen bed en slapen de kinderen op matrassen daarnaast. Maar vaak kruipen Marieke en Saskia bij ons onder de dekens.' Marieke kijkt op van haar boek: 'En dan moeten we heel vroeg op want dan is Saskia wakker.' Geveling: 'Nou dat valt toch wel mee meid. Meestal slapen we gewoon verder.'
Dan roept Marieke zomaar ineens: 'Jullie moeten stoppen met praten.'Geveling vraagt voorzichtig. 'Waarom moeten we stoppen?' Marieke antwoord terwijl ze richting speelhoek beent. 'Omdat ik het heel erg vond.'
'De kinderen stonden midden in de woonkamer toen de ruit aan de achterkant naar binnen vloog', vertelt Geveling. 'Het glas kwam tot halverwege...' Saskia interrumpeert: 'Het glas kwam tot hier, het glas kwam tot hier, tot hier.' Ze wijst met haar vingen naar een plek voor de bank, ver van het raam achter in de kamer. 'Kwam het zover?', vraagt Geveling gespeeld verbaasd. 'Ja echt hoor, tot hier', bevestigt Saskia. Haar vinger boort in het zachte kleed.
De kinderen raakten wonder boven wonder niet gewond. Zelf kreeg Geveling - die op het moment van de explosie de woonkamer in kwam rennen - een glasscherf in haar been. 'Dat ontdekte Saskia toen we ons achter de bank in de hoek van de kamer schuil hielden', aldus Geveling. 'Ja', zegt Saskia, 'Ik had ook spetters bloed op mijn been. En mamma ook. Maar toen zat het bij mamma.' Geveling tegen Saskia: 'We dachten eerst dat het glas jou ook had geraakt. Maar dat was gelukkig niet zo. Alleen mamma had een sneetje in haar been.'
Geveling vertelt hoe ze met de kinderen achter de bank terechtkwam. 'Na de grootste explosie wist ik niet wat ik moest doen. Ik ben maar achter de bank gekropen. De bibberende kinderen in mijn armen. Dat leek mij het veiligst.'
Gelukkig kwam vader Van der Wegen snel terug van boodschappen doen. 'Leo had de knal niet echt meegemaakt. Die kon nog normaal denken. Hij heeft een bezem gepakt, daarmee een pad door het glas te gebaand en drinken ingeschonken. Al snel daarna vertelde de politie dat we ons huis uit moesten. De Grolsch kon ontploffen. We hebben de kinderen in twee buggy's geladen en we zijn zo de straat uit gerend.' Geveling kijkt even voor zich uit: 'Dat was echt vluchten.'
Marieke, die zit te spelen en het gesprek ogenschijnlijk niet volgt, roept plotseling fel: 'En nu houden jullie op met over de vuurwerkramp te praten.'
'Ga je spullen alvast maar pakken', reageert Geveling, 'je moet naar muziekles. Ze komen je zo ophalen.' Dan tegen Saskia: 'En jou breng ik naar boven. Kun je achter de computer een leuk spelletje spelen.'
Als de kinderen weg zijn vertelt Geveling verder. 'Vooral Marieke zegt steeds vaker dat ze niet meer over de vuurwerkramp wil praten. Toen ik ze vanmiddag ophaalde en zei dat er een meneer over de explosie kwam praten reageerde ze ook al met: "Ha jakkes, gaat het daar over." Kennelijk is het voor haar genoeg geweest.'
Mediant startte drie weken na de ramp een verwerkingsgroepje op de school van Marieke. Geveling denkt dat haar dochter daar heeft geleerd dat je ook nee kunt zeggen. 'Als ze niks wil horen houdt ze haar handen voor haar oren. Als ze er niet over wil praten zegt ze dat gewoon. En het helpt. Sinds het verwerkingsgroepje is ze veel minder schrikachtig.'
In de weken direct na de explosie raakten de kinderen overstuur van elk geluid dat ze hoorden. 'Als het koffiezetapparaat pruttelde hingen ze al angstig aan mijn benen. Wind, regen, donkere wolken, vliegtuigen die overkomen, van elke verandering, van elk geluid schrokken ze.'
Tegenwoordig worden Saskia en Marieke alleen van weersomslagen onrustig. 'Als er donkere wolken aan komen drijven bijvoorbeeld, of als het ineens hard gaat waaien, of als het gaat onweren. Maar nu kun je gewoon zeggen: "Niets aan de hand. Het gaat regenen." Dan is het wel weer over.'
Vooral Marieke reageerde na de ramp erg angstig. 'Ze wilde nauwelijks van mijn zijde wijken. Als ik naar boven ging, moest zij ook naar boven. Als ik boodschappen ging doen, wilde ze per se mee. Voortdurend bleef ze aanmij klitten. In het begin moest ik 's avonds voor het slapengaan naast haar gaan liggen. Dan ging het wel, dan viel ze wel in slaap.'
Pas in augustus, tijdens de vakantie op een Veluwse camping konden de kinderen de ramp vergeten. 'Die vakantie was heerlijk. We hadden wel zoiets van: o jee moeten we vertellen dat we uit Enschede komen. Maar we wilden juist helemaal niet als rampgezin bekend worden. Gelukkig ging dat heel goed. De kinderen hebben twee weken lang niet over de ramp gepraat. Ook niet tegen de kinderen waar ze mee speelden. En op kampvuurtjes en onverwachte geluiden reageerden ze heel normaal.'
Marieke is sinds de zomervakantie weer veel minder bang en wil ook niet meer over de ramp praten. Maar niet alle kinderen reageren zo. 'Een vriendinnetje van Marieke en Saskia vraagt elke keer als ze hier weer binnenkomt eerst: "Hoever kwam het glas dan? Waar waren jullie? Lagen er bij jullie in de straat ook dakpannen?" Een vriendje dat vaak komt spelen, bouwt nog steeds gebouwen van duplo. Als hij ze af heeft, gooit hij ze met veel geweld en kabaal kapot. De eerste keer riep ik boos: "Wat ben jij aan het doen?" "Vuurwerkrampje spelen", antwoorde hij verbaasd. Tja, kinderen verwerken angsten ieder op hun eigen manier.'
Van Saskia dachten Geveling en Van der Wegen in eerste instantie dat ze nauwelijks last had van de ramp. 'Maar dat hebben we verkeerd ingeschat. Op school zegt ze tegen de juf dat ze bang is. Terwijl ze zich thuis flink houdt. Daarom hebben we haar ook bij mediant aangemeld voor een verwerkingsgroepje.'
Saskia is uitgespeeld en klimt bij haar moeder op de schoot. Geveling vertelt ondertussen dat ze zelf veel alerter op onverwachte gebeurtenissen reageert. 'Laatst was de aankomst van Sinterklaas op tv. Je ziet een kanon staan en je weet: straks als de pakjesboot de haven in vaart, gaat dat ding knallen. Je vraagt je af: hoe gaan de kinderen reageren. Uiteindelijk viel dat erg mee.'
Behalve die extra alertheid kan Geveling bij zichzelf weinig blijvende psychische schade constateren. 'Van de zomer fietste ik soms met tranen in mijn ogen naar het werk. Ik heb er toen veel over de ramp gepraat. Ook op de faculteit. Dat heeft mij goed geholpen. Praten doet mij trouwens nog steeds goed.'
Sakia duwt de mond van haar moeder dicht. 'Ik wil iets vertellen.'
Geveling: 'Wat wil jij dan vertellen.'
Saskia zacht: 'Dat weet ik niet meer?'
Geveling: 'Weet jij dat niet meer?'
Saskia iets luider: 'Mamma is ook wel bang. Van de ramp.'
Geveling: 'Ja mamma was ook bang. En jij was ook bang.'
Saskia: 'Een klein beetje.' Dan ineens opgewekt tegen de bezoeker: 'Bij Bram is niks stuk gegaan. Daar mag je wel gaan kijken.' Met een denkrimpel in haar voorhoofdje. 'Maar dat hoeft dan natuurlijk weer niet.'
Geveling: 'Jouw slaapkamer is wel stuk.'
Saskia: 'Ja, maar ik krijg nieuw behang. Blauw met gele sterretjes.'
Geveling: 'Of was het geel met blauwe sterretjes?'
Saskia: 'Ja, want ik wilde ook wel een andere kleur, maar blauw is mijn lievelingskleur.'
Dinsdag 12 december is er tijdens de lunchpauze (12.30 uur) weer een
gespreksbijeenkomst voor getroffen medewerkers van de vuurwerkramp. Plaats: Vrijhof kamer 201.
![]()
Saskia (links) en Marieke in hun slaapkamer.