'Absolute hoogte- of dieptepunten? Die waren er niet echt. Wat me het meest heeft geboeid is de grote verscheidenheid aan mensen waar je mee samenwerkt, plus de verschillende stijlen van besturen. Ik sta zelf bekend als degene die de procesgang en procedures redelijk op een rijtje heeft. Dat zal menig college hebben geholpen. Maar ik wilde niet gezien worden als de ambtenaar der eerste klasse, die met het rode potlood door de stukken ging.'
Maar je staat wel bekend als een perfectionist...
'Dat klopt. Ik ben vrij snel geneigd om iets wat goed is net even een extra slagje te geven, waardoor het -in mijn ogen- net wat beter wordt. Ik ben niet alleen streng voor m'n omgeving, maar ook voor mezelf.'
Zo'n snel afscheid doet toch wel een beetje pijn?
'Natuurlijk. Er zit een verwerkingsproces bij. Maar ik ben er ook heel laconiek in. Ik was op het moment aangeland dat ik de meeste vragen wel kon beantwoorden, sterker nog, kon voorspellen.. De uitdaging was er een beetje af. Ik noem dat wel 'es freewheelen op je kennis. Moet je niet te lang doen. Dit stukje bagage neem ik nu mee naar iets nieuws. Wat dat ook is. Iets in het management van een ziekenhuis, iets internationaals, iets in landelijk universitair verband. Ik zie wel.'
Schutte is zeer wel bereid de bestuursperiodes die achter hem liggen aan een kritische blik te ontwerpen. Als een soort watcher van de colleges van bestuur waar hij zelf deel van uitmaakte. Zijn loopbaan bij de UT begon in 1985 in een college met daarin de WB-hoogleraar Harry van den Kroonenberg als rector en ex-ondernemer Carel van Lookeren Campagne als voorzitter, beiden bezig aan hun tweede termijn.
Schutte: 'Dat waren twee heel bijzondere types. Dat college had ook een bijzondere manier van werken. Het marcheerde wonderwel tussen die twee, want er is natuurlijk altijd een ingebouwd spanningsveld tussen rector en voorzitter. Mijn bewondering was groot, ik heb er veel van geleerd.
'Wat die periode kenmerkte? Eh, harmonie. En het begin van deondernemende universiteit. Na het vertrek van Harry naar ECN, heb ik die portefeuille overgenomen. Ik heb dat als een eer ervaren en zo de universiteit in de regio, nationaal maar ook internationaal, verder kunnen profileren.'
Schutte herinnert zich het gekrakeel rond het label ondernemendheid, eind jaren tachtig. Twente en Rotterdam stonden lijnrecht tegenover elkaar in hun benadering. 'De Erasmus Universiteit was voorstander van het opzetten van b.v.'s naast onderwijs en onderzoek. Dat zou een stukje ondernemendheid creëren. Onze stelling was, en is, dat een ondernemende universiteit -door kennis en technologie over te dragen- een drijvende kracht is voor de regio. Volgens de laatste gegevens zijn er sinds 1977 360 spin-offs ontstaan uit de UT, dat zegt wel iets.'
Schutte is ervan overtuigd dat de regio de voorname rol van de UT erkent en zich in moeilijke tijden altijd pal achter de universiteit zal scharen. 'We leven nu in een tijd van hoogconjunctuur, maar je weet het maar nooit. Er komt wel weer 'es een recessie en dan zijn er altijd mensen die erop wijzen dat drie technische universiteiten misschien wel wat te veel van het goede is. Die discussie hebben we ook gehad tijdens de eerste grote snoeioperatie in het hoger onderwijs, begin jaren tachtig. Daar leer je wel van.
'Vandaar ook dat we ons steeds meer zijn gaan profileren als een universiteit die niet sec technisch is. Er is daardoor meer ruimte ontstaan voor de sociaal-wetenschappelijke en andere studies zoals gezondheidswetenschappen.'
Vervolgens zat je in een college met dezelfde Campagne en Jos de Smit, als de nieuwe rector.
'Jos is een ander type bestuurder. Hij was de initiator van de nieuwe opleidingen die ervoor zorgden dat de lagere instroom direct werd omgezet in een stijging. BIT, TCW, CT&M. Ik heb altijd gezegd dat de UT zoals die de laatste vijftien jaar is ontwikkeld, goed is voor een studentenaantal van ten minste zesduizend en ten hoogste achtduizend. Dat lukt aardig.'
Je praat nog steeds niet over je eigen verdiensten.
'Anderen mogen daar over oordelen. Een verdienste is dat ik steeds de continuïteit belichaamde, ik was de stabiele factor. Ik zorgde er ook voor dat nieuw aangetreden collegeleden niet direct met al te wilde plannen kwamen.'
Krijg je dan niet snel het etiket behoudend opgeplakt?
'Nee, dat denk ik het niet. Er zaten in mijn portefeuille genoeg vernieuwende activiteiten. Zo was ik betrokken bij de totale vernieuwing van het hele onderwijs- en onderzoekmodel, vanaf 1990 tot '97. Dat is trouwens een continu proces geworden.'
En toen kwam Ben Veltman (1992, voorzitter) en Theo Popma (1993, als rector).
'Tja, dat was een hele andere club. Wat zal ik daar van zeggen. Eh...'
Dat Ben Veltman een Delftenaar was, die hier met argusogen werd bekeken...
'Zeker. En wat nog veel gevaarlijker was, hij was ook oud-rector van de TU Delft. Het is niet optimaal gelopen tussen hem en de echte rector, Popma dus. Dat was heel spijtig voor Theo. Hij heeft veel werk verzet, had goede bestuurlijke kwaliteiten, maar zo af en toe kwam het spanningsveld tussen de twee rectoren bovendrijven.'
Was dat per saldo een mindere periode voor de UT?
'Nee, dat zou ik niet willen zeggen. De contouren van de onderzoekinstituten werden in die periode zichtbaar evenals die van onze speerpunten. Dat was het werk van Theo. En Ben, ja dat is een figuur apart. Een heel andere voorzitter dan Campagne. Keiharde werker, nam zeer veel (ook) representatieve zaken voor zijn rekening. Schoot wel 'es door.'
Maar kon je als collega-bestuurder de al te enthousiaste activiteiten van Veltman niet wat intomen?
'Nee, Ben was absoluut niet te sturen. Maar je moet een voorzitter ook niet willen sturen, die stuurt zelf wel. Je kon er vreselijk mee lachen, en dat is ook belangrijk in dit soort werk'.
Denk je dat de UT dat lot ook is beschoren als Van Vught voorzitter/ rector wordt? Met andere woorden als de macht samenkomt bij één functionaris?
'Dat hangt heel erg af van de personele samenstelling van het college. We zagen natuurlijk de MUB al jaren geleden aankomen. We hebben daar uitvoerig over gepraat. Ik ben altijd voorstander geweest van het Leuvense model. Met een rector als baas en boegbeeld en een tweede collegelid voor de interne processen. Ik hoop dat Van Vught gaat voor wat-ie moet doen: boegbeeld zijn en zorgen dat de UT steeds verder op de kaart komt te staan. Ik denk wel dat Van Vught geleerd heeft van deze vier jaar en hoe je om moet gaan met bestuurlijke processen.'
Er is binnen de UT de laatste jaren heel wat afgepraat over de vermeende disharmonie binnen het college. Het leek erop dat je zelf binnen het college steeds weer stuitte op de dominantie van de rector.
'Het was niet een kwestie van dominantie. Iedere portefeuillehouder heeft zijn eigen portefeuille. Ik ben consistent van dat principe uitgegaan. Ja, ik zou wel bepaalde zaken anders hebben aangepakt. De invoering van major/ minor bijvoorbeeld. Je moet inderdaad niet te veel voor je troepen uitlopen, noch mag je vergeten draagvlak voor je plannen te creëren. Die wisselwerking is erg belangrijk wil je een instelling echt meekrijgen. Zeker in het begin was Frans niet erg gevoelig voor kritische, opbouwend bedoelde opmerkingenvanuit de UT. Nee, dan moest en zou het gaan zoals in het CvB was bedacht. Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Je moet als bestuurder de bereidheid hebben om een beetje bij te sturen en te luisteren naar degenen die het moeten uitvoeren. En soepelheid te betrachten met tijdschema's.'
En toen volgde Arie van der Hek Veltman op als voorzitter, nu bijna drie jaar geleden. Dat was al weer even omschakelen dus.
'Ja, dat mag je wel zeggen. Arie is weer een heel ander type bestuurder. Kwam vanuit het hbo en had en heeft veel externe activiteiten, niet allemaal even relevant voor de UT. Ik heb zelf het gevoel dat hij, door een samenloop van omstandigheden, niet helemaal uit de verf is gekomen. Het is een man met een klein hartje, met veel gevoel naar de UT toe. Maar hij verkoopt zichzelf niet zo als Van Vught. Die zorgt er wel voor dat-ie de publiciteit haalt. Arie is wat introverter. Hij verzet heus wel het nodige werk voor de instelling. Bovendien, je komt op je 58-ste binnen en je weet dat je er niet meer dan drie jaar zit, dat was bekend. Dan loop je het risico dat je als een soort tussenpaus wordt beschouwd en dat was natuurlijk ook zo.'
Je bedoelt, het was anders gelopen als de UT de corpschef IJzerman op die stoel had gehad? (IJzerman was in voor deze post, maar de toenmalige minister Ritzen wenste hem niet te benoemen, b.g.)
'IJzerman, Van Vught en ik zouden een prima trio zijn geweest. IJzerman op competence management en veranderingsprocessen, ik op de financiÙle en infrastructurele kant en Frans op onderwijs en onderzoek. Dat het niet doorging was een inschattingsfout van de minister, maar ook van de Raad van Toezicht die net was aangetreden en direct al met de kwestie werd geconfronteerd. De minister zat op het eind van zijn termijn en wilde het van zijn bordje schuiven richting Raad van Toezicht. Die had ook kunnen zeggen: IJzerman is een goeie kandidaat, die nemen we. Dat had de raad gesierd. Het ging bovendien om een unanieme voordracht van de benoemingsadviescommissie.'
Het imago van deze universiteit. Hebben we wel voldoende lef om te laten zien waar we goed in zijn?
'Ik vind van wel. De UT heeft zich, wat dat betreft, de laatste jaren krachtig geweerd in binnen- en buitenland. Dat mag je voor een belangrijk deel op het conto van Van Vught schrijven.'
Ok, maar dat zou betekenen dat de UT het zonder Van Vught niet zover zal schoppen?
'Dat beweer ik niet. Maar dit soort mensen is dungezaaid. Het staat of valt allemaal met leiderschap binnen het CvB.'
Vind je Van Vught een leider?
'Jazeker'.
En jezelf?
'Ik ben minder charismatisch dan Frans. Ik heb die ambitie ook helemaal niet, heb nooit voorzitter willen worden van het CvB. Ik denk wel dat bij mij, op grond van mijn bestuurlijke ervaring in de ondersteunende processen en alles wat hier de afgelopen periode tot stand is gebracht, een zekere mate van leiderschap is te onderscheiden. Alhoewel, leiderschap is wel een erg groot woord.'
Je blijft zelf steeds buiten schot in je beschouwingen. De UT zou wel 'es wat meer emotie bij je willen zien.
'Ik kan me dat heel goed voorstellen. Maar ik ben geen type van hoge bergen en diepe dalen. Ik ben redelijk vlak. Ik merk het ook in de omgeving hier in de bestuursvleugel: nieuwe mensen hebben moeite om mij te leren kennen, mij te doorgronden. Maar na een jaar is dat over en weten ze mij wel te waarderen. Ik heb negen jaar een en dezelfde secretaresse gehad, dat zegt natuurlijk ook wel iets.'
Het vastgoedplan. Je vertrekt, hoe gaat het nu verder met de plannenmakerij?
'De komende jaren zal er voor driehonderd tot driehonderdvijftig miljoen worden geïnvesteerd in vastgoed. De manier waarop is nog ten dele aan discussie onderhevig. Iedere nieuwe opleiding vereist steeds weer een modificatie van je plannen, dat is één. En ten tweede speelt mee de belofte aan de faculteit CT, nu al een jaar of vijf geleden, dat ze nieuwbouw krijgen. Het huidige pand is finaal op, energetisch is het een ramp. Toen Frans van Vught echter kwam was een van de eerste dingen die hij zei: we moeten ervoor uitkijken dat we puur voor de faculteiten gaan bouwen. Multifunctioneel is raadzamer. Dat was een nieuw inzicht, ik was het daar mee eens. Nieuw is ook facility sharing, denk aan Philips en Stork, waarmee je betaalde huisvesting gaat bieden aan bedrijven die iets met bijvoorbeeld met nano-technologie van doen hebben. Daardoor is het oorspronkelijke plan niet van tafel, maar door de nieuwe inzichten wel aan een heroverweging toe. Maar de UT moet opschieten. Eindhoven bouwt evenals Delft, Amsterdam, Groningen. Straks zijn wij de enige chemieopleiding met een shabby infrastructuur. Dat is fnuikend voor het onderwijs en onderzoek.'
Wat vind je van een eventuele verhuizing van Catering naar de Boerderij?
Schutte, fijntjes: 'Is een zaak van het nieuwe CvB. Ikzelf vind nieuwbouw annex de Drienerburght de beste optie. Zo staat het ook in het destijds in het door het CvB vastgestelde Vastgoedplan. Ook is afgesproken dat elk 'majeur' project afzonderlijk op zijn merites zal worden bezien en moet worden goedgekeurd, ook door de RvT. Kennelijk zijn er inzichten die er destijds niet waren'.
Het CvB blies twee jaar geleden de clustering van faculteiten af, wegens gebrek aan draagvlak. Denk je dat het ooit nog die kant op gaat?
'Je ziet nu gebeuren dat faculteiten weer bij elkaar over de schutting kijken. Toen ging het niet, maar het zal er toch van komen, denk ik. Maar dan bottom-up. WB, TW en Civiele Techniek, CT/ EL/ TN, Informatica apart in verband met de ict-profilering van de UT, WMW en TO (met ook een stuk WMW naar Bestuurskunde), en een samengaan van bestuurs- en bedrijfskunde. Maar dan zou bedrijfskunde wel terug moeten naar de rol van vroeger, die van een business school.'
Hoe kijk je tegen de Raad van Toezicht aan?
'Ik ben heel gelukkig met het model. De raad en het CvB moeten wel beter uitsorteren wat beider rol is. De RvT is soms wel 'es erg indringend bezig met het dagelijkse reilen en zeilen van de UT. Ik vind het ook niet zuiver dat een lid van de RvT voorzitter is van de commissie die zich bezighoudt met de nieuwe structuur van het college. Je committeert je dan als raad op voorhand aan iets waar je later een beslissing over moet nemen.'
En de voorzitter van de RvT, Frans Sevenstern...?
'Tja, wat zal ik daar van zeggen. Een eh...erg aimabele man. Ja, aimabel. Geeft hoogst interessante interviews....'
![]()