Procestechnologie kan uitkomst bieden voor milieubelasting stelde Van Swaaij. Het vinden van duurzame procestechnologische oplossingen vraagt echter meer dan ongestuurde marktwerking kan bieden. De tijdschaal van de technologische ontwikkelingen is er namelijk een van tientallen jaren, terwijl de tijdshorizon van overheid en bedrijfsleven slechts enkele jaren bedraagt. De indirecte regie van de overheid en de directe regie van het bedrijfsleven zijn daarom niet toereikend om tijdig te voorzien in de broodnodige, radicale technologische vernieuwingen.
Van Swaaij pleitte ervoor dat de overheid universiteiten en Groot Technologische Instituten (GTI's) de ruimte biedt om een belangrijk deel van hun budget te besteden aan onderzoek dat zich richt op het behalen van succes op de lange termijn.
Van Swaaij constateerde dat procestechnologische bedrijven hun eigen Research & Development-activiteiten steeds meer uitbesteden aan universiteiten en GTI's. Zo ontstaan speciale procesontwikkelingsbedrijven en ad-hoc-allianties met kennisinstituten en universiteiten. 'Deze nieuwe taakverdeling tussen de verschillende spelers leidt ertoe, dat universiteiten en GTI's nadrukkelijker het initiatief moeten nemen bij de formulering en oplossing van de problemen die een duurzame samenleving in de weg staan.'
Van Swaaij gaf aan dat de ontwikkeling van de benodigde technologie veel tijd vraagt: tientallen jaren. Die termijn correspondeert volgens hem niet met de tijdshorizon van overheid en bedrijfsleven. Daarom wordt alleen in tijden van oliecrises gezocht naar alternatieven als biomassa. 'Daalt de prijs per vat weer (...), dan stoppen de ontwikkelingen ook praktisch volledig en moet later bij een nieuwe crisis weer vrijwel geheel opnieuw worden begonnen.'
Autonome instellingen, als universiteiten en GTI's, moeten de gelegenheid krijgen een belangrijk deel van hun budget te investeren in dit risicovolle onderzoek dat wellicht pas op lange termijn tot succes leidt, zo gaf Van Swaaij zijn gehoor mee.
![]()