Een beter milieu begint bij de groenbak zelf

| Redactie

Eén verkeersdrempel vermag meer dan honderd snelheidsboetes. Daarom vraagt techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek ingenieurs en ontwerpers rekening te houden met de daadkracht der dingen. Zijn proefschrift reikt het filosofische vocabulaire aan. Een boek bevat een tekst, maar is een voorwerp. En als voorwerp ziet De daadkracht der dingen, het proefschrift van Peter-Paul Verbeek, er opvallend aantrekk

Eén verkeersdrempel vermag meer dan honderd snelheidsboetes. Daarom vraagt techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek ingenieurs en ontwerpers rekening te houden met de daadkracht der dingen. Zijn proefschrift reikt het filosofische vocabulaire aan.

Een boek bevat een tekst, maar is een voorwerp. En als voorwerp ziet De daadkracht der dingen, het proefschrift van Peter-Paul Verbeek, er opvallend aantrekkelijk uit. Kunstzinnige kaft, stijlvolle belettering, op de rug de uitgeversnaam waar elke jonge filosoof voor tekent: Boom. En dus bezit deze prettige pocket ongetwijfeld daadkracht.

Je zou ze eens op een nachtkastje moeten leggen, dit boek dat eruit ziet als een literaire roman en hetzelfde proefschrift uitgegeven in goedbedoeld eigen beheer - eens kijken waarin die lezer het eerste begint. Een mooi vormgegeven boek is als een Trojaans paard.

Peter-Paul Verbeek, sinds afgelopen vrijdag gepromoveerd techniekfilosoof, zal voor altijd zó naar de dingen kijken, als naar volwaardige tegenspelers die onze manier van doen ingrijpender sturen dan we beseffen. Lachend: 'Daar heb ik inderdaad een beetje last van.'

Verbeek kijkt zoekend om zich heen. 'Neem bijvoorbeeld deze tafel. Die is rond, zodat geen van ons beiden aan het hoofd kan zitten. Waarschijnlijk zeggen we daardoor gemakkelijker je en jij. Maar dat is natuurlijk maar een voorbeeldje.'

Maar juist voorbeeldjes kunnen boekdelen spreken. Zo gebruikte techniekfilosoof Bruno Latour, in Verbeeks kringen 'toch wel een goeroe', het voorbeeld van de hotelsleutel. Iedereen kent de zware peer met daaraan het lichtgewicht sleuteltje en niemand heeft vergeten het lastige ding bij de balie in te leveren voor hij zijn hotel verliet.

Over de daadkracht der dingen gesproken: vóór de vondst van de onhandelbare sleutelhanger kon de hoteleigenaar hemel en aarde bewegen om zijn klanten de sleutel af te laten geven, toch vergat de helft het. De peer bracht daar in één klap verandering in. Latour, en met hem filosofen als Don Ihde en Albert Borgmann, zetten Verbeek aan het denken.

'De klassieke techniekfilosofie heeft haar tijd gehad', zegt hij. 'Heidegger en Jaspers beweerden nog dat techniek vervreemdt. De mens zou door al die apparaten steeds verder af komen te staan van de wereld en zichzelf. Maar dat is te simpel, en vaak helemaal niet waar. Dat hebben Latour en Ihde laten zien.'

Ook verwerpt Verbeek de klassieke aanname dat een apparaat een neutraal iets is. 'Een technische vinding krijgt pas betekenis en waarde zodra de mens het gebruikt. De telefoon hebben ze ooit uitgevonden als gehoorapparaat, voor als je naast een slechthorende op de bank zat. Pas toen het ding al in gebruik was, bedacht iemand dat je ook vanuit verschillende ruimten met elkaar kon praten.'

Verbeek ging op zoek naar een filosofische taal om de werkelijke rol van de techniek te kunnen beschrijven. Anders dan bijvoorbeeld Latour zocht hij zijn heil in de fenomenologie. 'Dat was niet echt een modieuze keuze', zegt hij zelf. 'Maar ik heb geprobeerd een nieuwe invulling aan deze benadering te geven. Fenomenologie concentreert zich op de relatie tussen mens en wereld. En juist in die relatie bemiddelen apparaten.'

Om te greep te krijgen op die bemiddeling werkte Verbeek met de gedachte dat elk ding % van boeken en ronde tafels tot vliegtuigen en mobiele telefoons - een 'script' heeft. 'Voorwerpen kunnen vragen om een bepaaldehandelwijze. Net als een regisseur een acteur stuurt, kan een voorwerp ons sturen. Een plastic bekertje wil weggegooid worden, terwijl een porseleinen kopje uitnodigt om afgewassen te worden.'

Binnen Verbeeks vakgroep, systematische wijsbegeerte van de techniek, houden meer filosofen zich bezig dit soort scripts. Hans Achterhuis, zijn promotor, doet onderzoek naar 'moraliserende apparaten'. Verbeek: 'De overheid schrijft een maximumsnelheid van 120 km/u voor. Maar zolang je auto's produceert die twee keer zo hard kunnen, nodig je bestuurders uit die wet te overtreden.'

'Dus pleit Achterhuis voor snelheidsbegrenzers % een technische ingreep die moraliseert. Mensen roepen dan al snel dat hun vrijheid ingeperkt wordt, dat er sprake is van dwang. En voor je het weet komt de totalitaire staat van stal. Helaas vergeet dat soort mensen dat élke techniek dwingt.'

Als voorbeeld kiest hij zijn mobiele telefoon. 'Je kunt tegenwoordig niet meer te laat komen zonder even een belletje te geven % je hebt je GSM toch? Geen Haagse wet die zoveel beleefdheid afdwingt, dat is toch echt dat telefoontje zelf.'

Daarom vraagt Verbeek in zijn dissertatie ingenieurs en ontwerpers om al tijdens de rit na te denken over het script van de apparaten die ze bouwen. 'Nu bepalen functionaliteit en design de agenda', zegt hij. 'Een ding hoort het te doen én aan te sluiten bij een levensstijl. Maar zodra je beseft dat elk product een bepaald gedrag uitlokt, anticipeer er dan verstandig op.'

Wat is verstandig? Verbeek denkt niet in eerste instantie aan het verhogen van de algemene beleefdheid. 'Om te beginnen zou het milieu gediend zijn met beter doordachte scripts. Neem de groenbak. Nederlanders moesten en zouden hun afval scheiden. Johan Cruijff op de televisie die vertelt dat een beter milieu begint bij hemzelf.'

'Maar maak na een zomers weekje die bak maar eens schoon! Een vreselijk vieze klus, zo smerig dat half Nederland % ikzelf ook % binnen een mum van tijd was afgehaakt. Daar veranderde geen Johan Cruijff wat aan. De ontwerpers hadden daar bij stil moeten staan. Bijvoorbeeld door er stevige, goed passende papieren bruine zakken bij te leveren. Je moet het Nederlanders een beetje makkelijk maken.'

Zelf is Verbeek gecharmeerd van de Nederlandse ontwerpgroep Eternally Yours, die zich bezig houdt met milieuvriendelijke productontwikkeling. 'Deze stichting probeert milieuvriendelijk te produceren. Maar nu eens niet door schoon te werken, maar door de levensduur van de dingen die ze maken te verlengen.'

'Mensen gooien veel spullen weg die nog prima functioneren. Dat wegwerpcultuurtje kun je veranderen door voorwerpen te maken waaraan gebruikers zich hechten. Zo heeft Eternally Yours een bankstel bedacht dat mooier wordt door intensief gebruik. Als de bekleding slijt, komt er een onderliggend motiefje tevoorschijn. Dat zijn leuke dingen, vind ik.'

Verbeeks eigen bijdrage eindigt niet met zijn proefschrift. 'Nee', zegt hij, 'ik ben van plan om mijn ideeën uit te werken tot een methode voor ingenieurs en ontwerpers. Ik wil ze in staat stellen om systematisch na te gaan welk script er van hun producten uit zal gaan.'

Wat dat betreft is de UT een aardige proeftuin: technische studies zat. Verbeek: 'Klopt. We willen delen van mijn onderzoek gaan gebruiken in de minor ontwerpen. Onze techniekbenadering past bij uitstek in de twee-kernengedachte van de UT: techniek speelt een beslissende rol in de maatschappij, en deze minor kan ingenieurs inzichten aanreiken om daar verantwoord mee om te gaan.'

Peter-Paul Verbeek
Peter-Paul Verbeek

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.