De zeven delen van Het Bureau zijn zo monumentaal dat ze al bij verschijnen andere boeken genereren. Zo schreef John Heymans Lam naast leeuw, een bundel 'essayistische' gesprekken met J.J. Voskuil. Wat dreef deze UT-medewerker?
Wat is wetenschap? Wetenschap is schrijven over jezelf met de feiten van een ander. De vraag kwam van John Heymans, het antwoord van J.J. Voskuil. Lokatie: de woonkamer van de schrijver van Het Bureau. Tijdstip: ergens tussen twee en vijf uur 's middags, misschien wel tijdens het afsluitende borreltje.
Zeven delen telt Voskuils roman fleuve, zeven keer bezocht Heymans de schrijver. Hij sprak met hem over het kort tevoren verschenen deel en over alles wat verder ter tafel kwam - altijd tussen twee en vijf. Daarna toog hij huiswaarts en zette zich aan het schrijven over zichzelf met de feiten van de ander.
Voskuil noemt het wetenschap, in het geval van John Heymans heet het literaire journalistiek. En deze keer resulteerde de arbeid in een kloek boek met hybride teksten: de zeven stukken houden het midden tussen dialogen en essays. In Lam naast leeuw spreken Heymans en Voskuil over Maarten Koning, de wetenschap, en de wereldliteratuur.
Een andere keer werden het essays, zoals in Een boom (1999), een verzameling beschouwingen over Armando. Vaker maakte Heymans lange interviews met dichters en schrijvers als Kees Ouwens, Gerrit Krol, Willem Brakman en Huub Beurskens. Ze stonden in NRC Handelsblad en literaire tijdschriften als De Revisor, Bzzlletin en De Gids.
Wie is deze John Heymans? Wiskundige, midden jaren zeventig studerend aan de THT. Plunderde met een vriendenclubje de bellettriebibliotheek van de campus. Las destijds ondermeer Pirsigs Zen and the Art of Motorcycle Maintenance, Sartres La Nausée, en, jawel, Voskuils vroege roman Bij nader inzien - in die tijd een obscure, bijna vergeten turf. Het werd zijn Geheimtip.
Gaandeweg de jaren tachtig won de lezer het van de wiskundige. Heymans ging literaire kritieken schrijven voor Twentsche Courant, en produceerde voornoemde interviews. Twee jaar geleden keerde hij, het freelancersbestaan beu, terug naar de Universiteit Twente, dit keer als coördinator van de stichting TARt.
Al die tijd prijkte J.J. Voskuil bovenaan zijn auteursverlanglijstje, maar was die nog wel schrijver? Heymans: 'Sinds 1963, het verschijningsjaar van Bij nader inzien, had Voskuil niets meer gepubliceerd. Hij gold als een schimmige figuur die na één grootse roman leek opgedroogd.'
'Bovendien was hij altijd wars geweest van publiciteit. Bij nader inzien - dat verplichte lectuur zou moeten zijn voor elke UT-student - had echter zoveel indruk op mij gemaakt, dat ik altijd hoop ben blijven koesteren. Op een lentedag in 1995 vertelde Henk Romijn Meijer me dat Voskuil bezig was met "iets groots". Eigenlijk geloofde ik er niets van. Een half jaar later kondigde zijn uitgever Het Bureau aan.
Meneer Beerta verscheen, Vuile handen. Heymans las twee interviews met Voskuil in de dagbladen. Hij besloot de gok te wagen. 'Ik stuurde hem een uitvoerige brief met wat voorbeelden van mijn werk.' Maar Voskuil zat al weer in zijn schulp. Hij wilde niet. De interviews die de schrijver had gegeven, zo verklaarde hij, hadden hem gesterkt in de overtuiging dat hij maar beter geen interviews kon geven.
Maar Heymans hield aan. 'Een ander argument dat Voskuil gaf was: je kent de hele roman niet, dus is een steekhoudend interview onmogelijk. Ik schreef terug: waarom houden we dan niet zeven interviews, telkens na het verschijnen van het nieuwste deel?' Zijn staaltje blufpoker viel in goede aarde.
Ruim drie jaar later ligt er Lam naast leeuw. De titel kan op de ootmoed van de interviewer duiden. Werkt Heymans vanuit bewondering? Hij denkt even na. 'Als bewondering een kritische blik niet uitsluit, dan zeg ik: ja. Ik moet wel degelijk iets hebben met het werk van een auteur. Ik moet er lange tijd mee bezig kunnen zijn.'
Bezig zijn betekent bij Heymans lezen en herlezen. 'Is een werk rijk genoeg, dan werpt het steeds weer nieuwe vragen op. Die wil ik beantwoord zien. Dat kan door een essay te maken. Een mogelijke weg is corresponderen met de schrijver. Soms mondt dat uit in een gesprek.'
En soms dus in zeven stuks. Waarom fascineert Het Bureau Heymans zo? Weer peinst hij even. En besluit hij niet te kiezen voor de humor, de spiegel en de louterende herhaling.
'Ten eerste bewijst Voskuil dat je een roman kunt schrijven volgens het program van Barbarber - het hyperrealisme dat K. Schippers en J. Bernlef in de jaren zestig predikten. Niet eerder is de alledaagsheid van het kantoorleven zo minutieus vastgelegd. Ten tweede beschrijft Voskuil en passant de genese van een wetenschap: de volkskunde. Zie daarvoor hoofdstuk zes van mijn boek.'
Maar tenslotte is daar dan toch nog de humor. 'Prachtig hoe Voskuil vijfduizend bladzijden lang weet te boeien over zoiets wezenloos als diezelfde volkskunde. Die arme Maarten Koning. Je zult je schoonmoeder maar moeten vertellen dat je een lezing gaat houden over de verbreiding van de kerstboom.'
![]()
J. Heymans: Lam naast leeuw; over J.J. Voskuil. De Prom, f 29,50.