Vier jaar geleden begon Bertwin Bonenberg zijn eigen bedrijf. Vanuit een kamertje van de Universiteit Twente, dat hij moest delen met een aio. Nu zetelt zijn logistiek adviesbureau B-SIM in een modern kantorenpand, telt het vijftien medewerkers en draait het een omzet van ongeveer een miljoen gulden. Een van de vele, typisch Twentse voorbeelden.
Met dank aan de Universiteit Twente. Want Bonenberg is een van de afgestudeerden die steun kreeg via de regeling Tijdelijke Ondernemers Plaatsen (TOP) van de universiteit. Die regeling biedt startende ondernemers een renteloze lening van 30.000 gulden. Daarnaast mogen ze gebruik maken van computers, telefoons en een netwerkaansluiting van de universiteit. En ze krijgen inhoudelijk advies.
'Ik heb vooral veel gehad aan mijn twee mentoren', zegt Bonenberg. 'Ik had een mentor van de universiteit en een bedrijfsmentor, die zelf succesvol ondernemer was. Dat was heel inspirerend.'
Staatssecretaris Ybema van Economische Zaken (EZ) zou juichen bij dit initiatief. Hogescholen en universiteiten bereiden hun studenten te weinig voor op een loopbaan als ondernemer, is zijn oordeel. 'Onderwijs kweekt werknemers in plaats van ondernemers', zei hij in april. Daarom gaf de staatssecretaris een commissie ondernemerschap & onderwijs de opdracht ideeën te verzamelen over hoe dat beter kan. Hijzelf en minister Hermans hebben tien miljoen gulden over voor projecten die het goede voorbeeld geven.
Dat is hard nodig, vindt Ybema. Uit onderzoek van zijn eigen ministerie blijkt dat slechts zeven procent van de studenten geïnteresseerd is in het starten van een eigen bedrijf. In de rest van Europa ligt dat percentage op tien en in de Verenigde Staten op zelfs negentien.
Dat gebrek aan ondernemerselan onder Nederlandse studenten is deels te wijten aan het onderwijs, denkt Ybema. Tweederde van de mensen die nu ondernemer zijn, zegt dat het onderwijs hen geen ondernemersvaardigheden heeft bijgebracht. Slechts vijftien procent van de studenten komt tijdens de studie in aanraking met ondernemers. 'Zo creeër je een sfeer waarin een ondernemer een soort marsmannetje wordt', zei Ybema dit voorjaar.
Nederland kan zich zo'n weinig ondernemend klimaat niet veroorloven, vindt Ybema. Nieuwe ondernemingen zijn immers de aanjager van de economie. Bovendien zijn de kansen voor jonge ondernemers nog nooit zo groot geweest. Want dankzij internet kunnen ze kleinschalig beginnen en toch economische doorbraken tot stand tebrengen.