Onder docenten aan de middelbare scholen, vakdidactici en anderen is een discussie gaande om de scheikunde in het voortgezet onderwijs te veranderen. Door deze 'Nieuwe Scheikunde' moeten leerlingen zien wat het nut is van de rol van scheikunde in de maatschappij en een eventuele vervolgstudie. Bij de Universitaire Lerarenopleiding heb ik als assistent in opleiding de taak dergelijke nieuwe lesstof te ontwikkelen en te testen in de schoolpraktijk.
Van origine werkt het vak scheikunde met een overzichtsprogramma waarbij veel onderwerpen aan bod komen. In de loop der jaren zijn er stukjes scheikunde bijgekomen en afgehaald, waardoor vak min of meer het aanzien heeft gekregen van een lappendeken. Volgens de een nieuwe opzet, die nog in discussie is, zou scheikunde gegeven worden in blokken die elk zes tot twaalf weken duren. Elk blok is opgebouwd uit een maatschappelijk thema en een deel chemische kennis en vaardigheden. Tijdens het chemische deel werken de leerlingen al aan de opdracht die moet resulteren in een klein werkstuk. De chemische inhoud zou de 'rode draad' door het programma moeten gaan vormen. Het is op dit moment nog niet bekend wat een goede rode draad zou zijn.
In mijn onderzoek beperk ik me voorlopig tot het deeltjesmodel als een mogelijke rode draad. Volgens het deeltjesmodel, dat overal in de scheikunde terugkomt, is alle materie is opgebouwd uit atomen. Door gebruik te maken van dit model kunnen chemici voorspellingen doen over eigenschappen en reacties van materialen. Chemici gebruiken een chemische taal, waarbij elk atoomsoort een eigen symbool krijgt. Leerlingen moeten in hun denken daarom leren om te schakelen tussen de nanowereld van moleculen en atomen, de echte wereld van alledag en de symbolenwereld van de chemische symbolen.
Context
Uit onderwijskundig onderzoek komt regelmatig naar voren dat leerlingen beter leren als ze het nut van nieuwe kennis en vaardigheden zien, als het aansluit bij hun dagelijkse wereld. In de praktijk betekent dit dat leerlingen moeten werken vanuit contexten en problemen. Opvallend is dat alle lesmethoden uitgaan van de scheikunde en daar praktische (maatschappelijke) toepassingen bij zoeken. In mijn onderzoek probeer ik het andersom. Ik geef eerst een context en leg een probleem voor waar leerlingen chemische kennis voor nodig hebben en biedt vervolgens deze kennis aan.
Voor het deeltjesmodel ben ik momenteel bezig met de ontwikkeling van zo'n context en de chemische inhoud. De hoofdvraag van mijn onderzoek is of leerlingen nog steeds de chemische begrippenen verbanden leren als de stof vanuit een contextprobleem wordt aangeboden. Het is voor mij een uitdaging deze leerstof te ontwikkelen en te testen.
Han Vermaat
De auteur is de eerste aio die werkt bij de Universitaire Lerarenopleiding (ULO) van de UT. Hij was jaren werkzaam als docent en publicist. Als freelancer levert hij bijdragen aan UT-Nieuws.