Bijna twee jaar nu is R. de Hoog verbonden aan TCW, waarvan een jaar als hoogleraar. Zijn oratie, die hij onlangs uitsprak, was getiteld 'Even kennis maken'. De Hoog werkt twee dagen in Twente en drie aan de Universiteit van Amsterdam.
Zijn vakgebied is informatie- en kennismanagement. Er is, vertelt hij, duidelijk onderscheid tussen informatie en kennis. Informatie is vluchtig, en snel verouderd: de krant staat er vol mee, maar de volgende dag pak je er vis mee in. Kennis is blijvender, maar het kost ook veel meer tijd en moeite om die verwerven. Kennis en informatie zijn wel met elkaar verbonden. De een kan nauwelijks zonder de ander. De Hoog omschrijft kennis als de interpretatie van informatie.
Wat is uw doel als hoogleraar?
'Mijn doel is erg ambitieus gesteld: het verbeteren van het kennismanagement. Dat houdt in: het goed opslaan van kennis en informatie, bijhouden wat er aan kennis binnen een organisatie voor handen is, en hoe die kennis is terug te vinden. Kennis hoeft hiervoor niet per se opgeslagen te worden. Veel kennis is als ervaring reeds aanwezig in de hoofden van de mensen op de werkvloer. Belangrijk is ook communicatie, de overdracht van kennis en informatie tussen personen.
'Technologie is een belangrijk hulpmiddel bij de overdracht van informatie, maar niet meer dan dat. Kennismanagement richt zich tegenwoordig heel sterk op die technologie, maar ik zie dat als een modeverschijnsel.'
Een moderne bron van veel informatie is natuurlijk het Internet.
'Internet is interessant, maar niet essentieel. In de jaren tachtig was er het viditel systeem, een soort teletekst, waarop gezocht kon worden naar informatie. De problemen die dat systeem had, zien we nu ook weer met Internet. Het is een mooi systeem, er staat heel erg veel op, maar het wordt ook topzwaar. Er mist een filter, zoals een bibliothecaris in een traditionele bibliotheek.
'Heel belangrijk is de zogenaamde meta-informatie, dat is informatie over informatie. De index van een boek is daar een goed voorbeeld van. Op internet bestaan vele zoekmachines, maar een zoekterm levert vaak duizenden of zelfs miljoenen pagina's op. Als ik op zoek ben naar lesmateriaal over het principe van een pomp, en ik zoek op het woord 'pomp', dan krijg ik alles over pompen te zien. Ik ben nu bezig met een project voor de EU, om technische documentatie zo te indexeren dat ik een dergelijke zoekopdracht kan geven.'
De UT profileert zich heel sterk als ICT-Universiteit. Wat vind u daarvan?
'Ik vind het een hele goede insteek. ICT is heel erg nuttig. Ik heb al vijftien jaar e-mail, ik ben het gewend. Ik gebruik de telefoon ook bijna niet meer, omdat je dan vaak hebt dat degene die je wilt spreken er niet is, of dat het niet uitkomt. E-mail is ook heel handig voor het versturen van documenten, tegenwoordig kan ik bijna niet meer zonder.
'We moeten wel oppassen voor te hooggespannen verwachtingen. Zoals het 'paper-less office', daar is ook nooit iets van terecht gekomen. Integendeel, de papierberg in de kantoren neemt alleen maar toe!'.
En het WAP@UT project?
'Leuk bedacht, e-mail lezen op de telefoon, maar de display is daar toch veel te klein voor! Je ziet het al als mensen een lange e-mail binnenkrijgen op de pc, die gaan ze niet van het beeldscherm lezen, maar ze maken er eerst een print-out van. Voor e-mails van een paar regels kan mobiel internet wel handig zijn. Maar mensen zullen niet zo snel gaan internetten in de trein. Draadloze communicatie heeft overigens wel de toekomst, want het is heel erg handig. Het grote probleem is nu de omvang van het beeldscherm, daar kan de technologie aan ten onder gaan. Een groter beeldscherm betekent dat het apparaat groter wordt, en als het niet meer in mijn borstzak past neem ik het niet meer overal mee.'
WAP wordt vaak afgeschilderd als een hype. Wat vindt u daarvan?
'De toekomst van WAP en nieuwe varianten daarvan is moeilijk te voorspellen. Een goede graadmeter voor het mogelijke succes van een technologie is de vraag of het de autonomie van de mensen vergroot. En voor mobiel internetten is die vraag moeilijk te beantwoorden. Verdwijnen zal het zeker niet, omdat er altijd wel een markt voor zal zijn. Maar die markt kan klein zijn.'
![]()