Competitie met ingenieursscholen houdt UTC scherp

| Redactie

Nauwelijks honderd kilometer ten noorden van Parijs ligt Compiègne, een stad die vooral bekend is om zijn middeleeuwse erfgoed. De zeventigduizend bewoners zijn trots op het fraaie château waar Lodewijk de Vijftiende en diens opvolger in het midden van de achttiende eeuw resideerden. Of het theater van Napoleon de Derde, de koninklijk tuinen en de musea. Of de uitgestrekte wouden die destijds het

Nauwelijks honderd kilometer ten noorden van Parijs ligt Compiègne, een stad die vooral bekend is om zijn middeleeuwse erfgoed. De zeventigduizend bewoners zijn trots op het fraaie château waar Lodewijk de Vijftiende en diens opvolger in het midden van de achttiende eeuw resideerden. Of het theater van Napoleon de Derde, de koninklijk tuinen en de musea. Of de uitgestrekte wouden die destijds het exclusieve jachtdomein vormden van de adel.

Van veel recentere datum maar niet minder belangrijk is de technische universiteit die de stad rijk is. Gesticht in 1972 om de regionale bedrijvigheid en de ontwikkeling van de technologie met

kracht te bevorderen voorziet zij de krappe arbeidsmarkt van universitair geschoolde ingenieurs.

UTC telt na het tweede jaar de ingenieursspecialisaties biologie, chemie, informatica, planologie en werktuigbouwkunde. UTC was vijf jaar na haar oprichting de eerste universiteit in Frankrijk die deze categorie ingenieurs aflevert. Tot dan toe betrok de industrie afgestudeerden van de aloude, meer dan 300 ingenieurssscholen (de grandes écoles) in het land, plus academici met een technische specialisatie aan een algemene universiteit. Het UTC-model (vernieuwing, ondernemendheid) schoot in korte tijd wortel, wat niet alleen blijkt uit de vele contacten en contracten met het bedrijfsleven (inkomsten 50 miljoen FF op jaarbasis), maar ook uit het jaarlijks aantal aanmeldingen, zo'n zeshonderd studenten. Om nog maar te zwijgen van de wereldwijd gerenommeerde wetenschappers en instituten die op vakgroep- of faculteitsniveau zaken doen met de eerste technische universiteit van Frankrijk.

Taal

'Zie ons maar als de Franse MIT', lacht Joël Chopineau, decaan van de faculteit biological engineering met een knipoog naar het fameuze Massachusetts Institute of Technology in Boston, VS. Vele honderden buitenlandse studenten komen jaarlijks in Compiègne studeren. 'De taal is geen probleem', verzekert hij. 'De buitenlanders krijgen uitstekend les in de Franse taal. Binnen een paar weken kunnen ze zich zelf al redden'. Twentse studenten die er zouden willen studeren kunnen er met Engels best wel terecht, al lijken de Fransen er een hekel aan te hebben.

Hoe het ook zij, het studeren in Compiègne heeft zo z'n aantrekkelijke kanten. Weliswaar liggen de betonnen universitaire gebouwen aan de rand van de stad er in dit jaargetijde wat sombertjes bij en nodigt het kleine centrum van de stad ook al niet uit tot uitbundig kroegbezoek, feit is wel dat Parijs binnen handbereik ligt. Uurtje met de trein. De meeste studenten wonen nog gewoon bij hun ouders in de buurt. Weekendbezoek aan Parijs is een geliefde bezigheid.

Trots

Omgekeerd trekt een groeiend aantal UTC-studenten de landsgrenzen over. 'We zijn er trots op dat ongeveer een derde deel van onze studenten zijn stage in het buitenland doet', verklaart Francois Peccoud, de president van UTC en te beschouwen als de hoogste baas van de universiteit. Peccoud is net herbenoemd voor een periode van vijf jaar. Deze wat bonkige, kettingrokende informatica-hoogleraar weet dat men respect heeft voor zijn drive en dadendrang. 'Mijn voorganger was een beheerder, ik niet. Oké, ik ben de big boss, maar we moeten het wel met z'n allen doen. Het karwei is nog lang niet af, sterker nog, is nog maar net begonnen.'

Vaststaat dat Peccoud voor een frisse wind zorgde nadat de pioniersgeest bij de universiteit, na de onstuimige beginjaren, wat was weggeëbd. De zekerheid van een stabiele jaarlijkse bijdrage vanuit Parijs (in 1999 driehonderd miljoen francs) en meer dan voldoende studenteninstroom, leidde hier en daar tot een afnemende gedrevenheid onder het ouder wordende personeel.

Maar het tij is gekeerd, verzekert Peccoud. Tal van ondernemende activiteiten zijn gestart. Steeds meer studenten beginnen voor zich zelf - met UTC als inspiratiebron-, de universiteit is zeer actief in het bijspijkeren van mensen uit de industrie en een groeiend aantal vijftigplussers wordt bediend met (voor UTC lucratieve) cursussen op universitair niveau. Daarbij is de slag om de studenten met de ingenieurssscholen verhevigd en groeien de contacten met het bedrijfsleven voorspoedig.

Kwaliteit

Peccoud beseft dat zijn universiteit niet bepaald centraal is gelegen, 'maar men weet ons steeds meer te vinden'. Kwaliteit is bij dit alles een belangrijk principe, aldus de president, die veel verwacht van Europese onderzoeksprojecten waarbij de bij de ECIU aangesloten universiteiten zijn betrokken. De informatietechnologie en daaraan gekoppelde internettoepassingen (zoals lange afstandsonderwijs) worden steeds belangrijker. 'We zijn klein, maar hebben veel te bieden. We zullen in deze nieuwe rol gaan groeien'.

Hij schetst de wijze waarop het contract-onderzoek bij UTC is georganiseerd. Gradient-Divergent-Secant is de naam van het drieluik dat dit externe geld beheert, verdeelt, doorsluist, producten uitbaat en de contacten met de banken en andere geldgevers onderhoudt.

Op dit moment telt UTC 3000 studenten: 2300 daarvan studeren in twee periodes voor een ingenieursdiploma: twee algemene jaren, gevolgd door drie jaar specialisatie, daarbij inbegrepen een bedrijfsstage in binnen- of buitenland. Jaarlijks studeren er 500 ingenieurs af, waarvan een deel doorgaat voor zijn PhD dat veelal nog eens vier jaar duurt. Al kan het in veel gevallen korter. Zeker nu ook daar de bachelors/masters opzet nadert.

Die vijfhonderd afstudeerders zijn bij lange na niet genoeg om de landelijke behoefte van 25 tot 30 duizend ingenieurs te dekken. Vandaar dat er nu ook universitaire ingenieursopleidingen zijn gevestigd in Troyes en Belfort, volgens de UTC-opzet. De drie vormen een netwerk op zich, helpen elkaar, maar zijn ook elkaars rivaal als het om beginnende studenten gaat. Maar erg hard wordt het spel niet gespeeld: daarvoor zijn de wederzijdse belangen te groot. En bovendien: over animo van studentenzijde heeft het trio niet te klagen.

Selectie aan de poort is er echter wel. Peccoud vertelt dat alle nieuwe studenten voor het begin van het nieuwe cursusjaar, stuk voor stuk in een-op-een-gesprekken worden beoordeeld op interesse en motivatie. Dat is een karwei dat drie maanden in beslag neemt, maar het rendeert. Alleen de besten gaan door.

Het verschil met de ingenieursscholen is dat de studenten daar, na een voorselectie op cijfers, gedurende twee voorbereidende jaren keihard moeten werken om tot de eigenlijk studie toegelaten te worden. Vandaar dat veel studenten eieren voor hun geld kiezen en direct naar Compiègne afreizen.

Competitie

Decaan Chopineau, wiens vakgebied zich uitstrekt van 'voedsel' tot 'protheses', bevestigt het beeld van de president en tekent erbij aan dat UTC, met behoud van de huidige toegangsnormen, slechts wil groeien door het starten van nieuwe studies. 'Urban systems' is daar een voorbeeld van. 'De industrie heeft mensen nodig met een global view, van design tot manufacturing. We reguleren onze stroom, dat klopt, maar dat doen de scholen ook.'

De competitie met de grandes écoles bestaat er uit dat deze van oudsher nauwere betrekkingen onderhouden met de industrie, vertelt hij. Veel studenten worden weggekocht nog voordat ze er goed en wel afgestudeerd zijn. Maar ook UTC mag niet mopperen, alle afgestudeerden staan voor een goudomrand toekomstperspectief. Chopineau: 'Wij willen óók de beste studenten, maar kijken ook naar hun sociale kanten.' Die sociale kant wordt tijdens de studie nog eens stevig gevoed met diverse blokken onderwijs vanuit de sociaal-wetenschappelijke sector.

Kent het eerste en tweede jaar nog 10 % afvallers, de laatste drie jaar is er hoegenaamd geen uitval meer. Per jaar houden rond de honderd PhD-studenten promovendi er hun promotie. Een fraaie score vindt president Peccoud: 'Let maar op, Compiègne komt eraan'.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.