Politie-acties Betuweroute onderzocht

| Redactie

Voorafgaand aan grootschalig optreden bij acties, bezettingen of ontruimingen doet de politie er goed aan contact te leggen met actievoerders. Zij moet proberen een afspraak te maken over het vermijden van geweld en over de ruimte die actievoerders krijgen zich te uiten. Dat kan de afstand tussen politie en actievoerders helpen te overbruggen, kan begrip voor elkaars positie en uitgangspunten wekk

Voorafgaand aan grootschalig optreden bij acties, bezettingen of ontruimingen doet de politie er goed aan contact te leggen met actievoerders. Zij moet proberen een afspraak te maken over het vermijden van geweld en over de ruimte die actievoerders krijgen zich te uiten. Dat kan de afstand tussen politie en actievoerders helpen te overbruggen, kan begrip voor elkaars positie en uitgangspunten wekken, en wederzijdse beeldvorming doorbreken.

Dit zijn conclusies uit een onderzoek naar het optreden van de politie bij de ontruiming van acht panden in de Betuwe, in februari 2000. Het onderzoek, waarover op 21 december een rapport verschijnt, is uitgevoerd door het IPIT, het Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de Universiteit Twente.

Begin februari bezette de actiegroep Groenfront! panden in de Betuwe uit protest tegen de aanleg van de Betuweroute. De ontruimingen van deze panden hebben in de pers destijds veel aandacht getrokken vanwege de grootschaligheid van het politieoptreden en de geweldloze opstelling van politie en actievoerders. De actievoerders pleegden geweldloos verzet door zich in tunnels in te graven en in boomhutten te verbergen. Zoals het IPIT-onderzoek laat zien, lag het politieoptreden bij bestuurders en bevolking erg gevoelig omdat het draagvlak voor de aanleg van de Betuweroute beperkt is. In de aanloop naar de ontruimingen zijn er daardoor tussen politie en lokale gezagsdragers verschillen in opvatting naar voren gekomen. Terwijl de politieleiding ervan uitging dat een te verwachten uitspraak van de rechter de ontruimingen onvermijdelijk zou maken, was bij een deel van de burgemeesters sprake van grote aarzeling en een afwachtende houding.

In het onderzoek komen de dilemma's naar voren waarmee de politie zich bij een dergelijk grootschalig optreden ziet geconfronteerd. Enerzijds lijkt het de voorkeur te hebben een centrale aanpak te hanteren, de voorbereidingen zo vroeg mogelijk te beginnen en zo weinig mogelijk risico%s te accepteren. Maar anderzijds kan een centrale aanpak ten koste gaan van flexibiliteit bij de politie. Daarnaast is, op lokaal niveau, persoonlijk contact met actievoerders van belang, omdat een overdaad aan middelen en menskracht bij de politie een escalerend effect kan hebben.

Van politiemensen en actievoerders wordt veel geëist om geweld te vermijden. Beide partijen moeten beschikken over een grote evenwichtskunst, en moeten beseffen dat ze elkaar niet enkel als tegenstander tegemoet kunnen treden, maar ook van elkaar afhankelijk zijn, wil het komen tot een ontruiming zonder geweld.

Een extra complicatie was dat zowel politie als actievoerders groot belang hechtten aan een goede relatie met de pers. Achter de eigenlijke ontruimingen ging dan ook een tweede strijd schuil: welke partij het er in de pers het beste af zou brengen.

Het onderzoeksverslag Grootschalig politieoptreden, maatschappelijk verzet en geweldsvermijding. Een onderzoek naar de ontruimingen van acht tegen de aanleg van de Betuweroute gekraakte woningen, Enschede: IPIT, 2000, is aan te vragen bij: IPIT, tel. (053) 489 39 17, Postbus 217, 7500 AE Enschede.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.