Geen doorstroming van vrouwelijke docenten

| Redactie

Vrouwen aan de UT: bijna een zeldzaamheid. En de vrouwen die er zijn studeren of bekleden een lagere functie, zoals schoonmaakster, kantinemederwerkster of secretaresse. Vrouwen in hoge wetenschappelijke functies zijn er nauwelijks te vinden. Het ministerie OC&W wil dat anders en verplichtte daarom vorig jaar alle Nederlandse universiteiten een balans op te maken van het aandeel van vrouwen in hoge functies, de streefcijfers te openbaren en te beschrijven hoe zij die denken te bereiken. De vakgroep vrouwenstudies van de Universiteit Leiden zette voor OC&W alle uitkomsten op een rij in het rapport Eerdaags evenredig?. Conclusie: geduldig afwachten leidt niet tot evenredige vertegenwoordiging.

Mannen leiden de meeste vakgroepen, en bezetten in het kielzog de invloedrijke functie functies binnen faculteiten en universiteitsbesturen. Nu de instroom van nieuw personeel is stopgezet door reorganisaties of teruglopende studentenaantallen, is de doorstroom van vrouwen naar hogere functies - volgens OC&W - van groot belang. Maar door de enorme concurrentie om de overgebleven plaatsen is de kans dat een vrouw één van de schaarse hoge posities bemachtigt, sterk verlaagd.

Met de wet 'Evenredige Vertegenwoordiging' wil OC&W de universiteiten dwingen aandacht hierop te vestigen, en het aantal vrouwelijke hoofddocenten en hoogleraren te verhogen. Dat betekent voor de UT, dat zij eens in de vier jaar (1 maart 1998 was de eerste keer) verplicht is OC&W de cijfers te berichten, en een plan op te stellen om de vrouwelijke doorstroming te vergroten.

De cijfers van de UT: 22 vrouwelijk universitaire (hoofd)docenten, een uitstroom van 14 procent en een interne doorstroom van nul - een zwarte streep in de tabel, oftewel vrouwelijke UD's stromen niet door naar UHD- en hoogleraarplaatsen. Mannen daarentegen wel, 7 procent van hen is in de afgelopen vier jaar een tree omhoog gegaan. Van de 351 mannelijke universitaire (hoofd)docenten verliet eveneens 14 procent de UT.

De uitstroom in Twente is laag vergeleken bij de rest van de Nederlandse universiteiten (26 procent voor vrouwelijke en 21 procent voor mannelijke U(H)D's). De interne doorstroom voor vrouwen ligt in Twente onder het gemiddelde dat 7 procent bedraagt; voor mannen is dat 8 procent.

Netwerken

Mannelijke en vrouwelijke wetenschappers verschillen nauwelijks van elkaar. Ambities, de geïnvesteerde tijd in het werk, netwerken en het aantal publicaties - de onderzoekers vonden geen afwijkingen. Dit in tegenstelling tot wat zij verwacht hadden en wat in de literatuur te vinden is. Vrouwen ondervinden wel méér tegenwerking door collega's en moeten meer moeite doen om steun van hun hoogleraar te krijgen.

Als verklaring voor het geringe aantal vrouwen in hoge functies worden de zware belasting met huishoudelijke en verzorgende taken en beperkingen in de geografische mobiliteit regelmatig gegeven. Mogelijk gaan die werkzaamheden ten koste van andere zaken, maar niet van het werk, stelden de Leidse onderzoekers vast. Want meer dan de helft van de in deeltijd werkende vrouwen maakt desondanks meer dan 38 uren per week.

Veel vrouwen werken in deeltijd, en mogelijk belemmert dat bevordering. Want het beeld van part-timers is nog steeds negatief. Zij zouden minder ambitieus en slechter betrokken bij het onderzoek zijn.

De UT stimuleert de doorstroming van vrouwen met een speciaal fonds. Faculteiten die een vrouwelijke universitair hoofddocent of hoogleraar aannemen, mogen aanspraak maken op subsidie uit die pot. In Twente wordt daar nauwelijks gebruik van gemaakt. Toch roemen de onderzoekers dat soort fondsen. Zij schrijven de gemiddelde toename van de doorstroming van vrouwen naar hoge wetenschappelijke functies in de afgelopen vier jaar toe aan de geldelijke beloning. 'In hun geval compenseert het niet voor de belemmeringen op andere vlakken, maar biedt het extra's kansen voor vrouwen die toch al niet voor hun mannelijke collega's onderdeden,' aldus het rapport van OC&W.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.