Markante werken op de campus (1)

| Redactie

Een sluier van grauwheid ligt over de campus. De dunne sneeuwdeken steekt nauwelijks af tegen de grijze lucht. Het lijkt alsof de sneeuw de schoonheid van de campus verbergt. De kunstwerken aan de Drienerlolaan verdwijnen bijna in de grauwe massa. Deze week een portret van het Signaal, het Ding en het Sardienenblikje, die normaalgesproken de hoofdader van het UT-terrein een bijzonder aanzicht geven.

Tien jaar staat het Signaal nu op de campus, maar niet altijd op dezelfde plek. De Hengelose kunstenaar Bert Meinen plaatste het na zijn vertrek uit de Boerderij op het plein voor de Vrijhof. Eerst tijdelijk, omdat hij exposeerde in het culturele gebouw van de UT. De reacties waren zo positief dat de UT het kunstwerk voor achttienduizend gulden aankocht. Voor Meinen waren de signalen uit het verkeer de grote inspiratiebron voor het geheel uit polyester gefabriceerde werkstuk.

Information Plaza, het vele tonnen vergende kunstwerk met lichtkrant van de Amerikaanse Andrea Blum, verdrong het Signaal van zijn oude stek. Nu staat de paal vlakbij Checkpoint Charly, het hoofdkwartier van de bewakingsdienst - een misschien wel betere plek. De zwart-wit gestreepte paal torent hoog boven de portiersloge uit. De fel gekleurde rode bollen steken schril af tegen de grijze lucht.

Even verderop staat het Ding. Kunst is het officieel niet. Want slechts een groepje studenten produceerde dit opvallende bouwwerk, en geen artiest. Op 12 april 1974, bijna vijfentwintig jaar geleden dus, stond het er opeens. Alsof het uit de lucht was komen vallen. Zeven techniek-studenten hadden die nacht koortsachtig zitten werken om hun creatie nog voor zonsopkomst een vast anker op de campus te geven.

Het werkstuk is het resultaat van een jaar lang voorbereiden en veel rekenen. Het bestaat uit zes afgedankte telefoonpalen, verbonden door voorgerekte stalen kabels van exact dezelfde afmeting. Het principe is eenvoudiger gezegd dan gedaan: de palen zijn druk elementen, de kabels de trek elementen; bereken met de computer diverse druk- en trekkrachten en een stabiele basis is ontstaan. Het voorwerp is een zogenaamd twintigvlak, bestaande uit veertien gelijkbenige en zes gelijkzijdige driehoeken. Het geheel is gefundeerd door zware betonnen blokken.

Maar is het nu kunst of niet? Wie zal het zeggen. De opzet was creatief maar niet origineel. De Amerikaan Kenneth Snelson maakte tien jaar daarvoor al dergelijke constructies. In de beeldentuin van Kröller-Möller in Otterlo staan een paar van zijn werken. Goedkoop waren de studenten wel: het toenmalige UT-bestuur keek er aanvankelijk wat vreemd van op, maar na een korte gedoogperiode en een felle discussie in de universiteitsraad, kreeg het zijn eigen status. Zonder kosten. Daar kan geen artiest tegen op. Het Ding staat er nog steeds. Terecht, want het kijkobject is het schoolvoorbeeld van ondernemendheid van studenten. Géén kunst betekent echter géén onderhoud, want het Facilitair Bedrijf - verantwoordelijk voor de buitenwerken - rekent het niet tot zijn collectie.

Dichter naar de Vrijhof, eveneens aan de Drienerlolaan, ligt het Sardienenblik van Ger van Elk. De sneeuw maakt het kunstwerk aparter dan het al is. De neerslag geeft het iets magisch alsof de kwikzilveren vis daadwerkelijk in het vocht ligt. De kunstenaar wilde met zijn werk het opbreken van asfalt uitbeelden. Het oprollen van de grijze pek verruilde hij voor het oprollen van het metalen blik.

De passie voor sardientjes van de artiest stamt uit de oorlog. Vaak hoorde Van Elk zijn vader praten over het goede eten van vóór die tijd. Op een goede dag trakteerde hij zijn gezin op sardientjes. Hoe lang het blik al inde kast lag, wist niemand. Van Elk werd ook geïnspireerd door het pakje sigaretten onder het asfalt dat hij ontdekte na een aardbeving in Los Angeles. De aanblik daarvan trok zijn gedachten naar het sardienenblikje van zijn vader. De glimmende vissen verstootten de witte staafjes van hun plek, en daar was het kunstwerk geschapen: een sardienenblik geplaatst op een lap asfalt. Een herkenningspunt van de UT moest het worden, vond de kunstenaar destijds. Dat is er nooit van gekomen. Het is wel een karakteristiek stukje van de Drienerlolaan.

Volgende keer: buitenkunst rond de Vrijhof

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.