De docent

| Redactie

Naam: dr. ir. Jan Kuper Cluster: TKI (Taal, Kennis en Interactie, INF) Vak: Voortgezette Logica 'Soms sluit ik een weddenschap af met studenten. Als ze naar me toekomen met een probleem waar ze niet uitkomen dan zeg ik: wedden dat je straks roept: "Shit, wat simpel!" Dat win ik geheid. Ik probeer studenten iets uit te leggen zonder ze te vertellen hoe het zit. Door vragen te stellen probeer ik ze

Naam: dr. ir. Jan Kuper

Cluster: TKI (Taal, Kennis en Interactie, INF)

Vak: Voortgezette Logica

'Soms sluit ik een weddenschap af met studenten. Als ze naar me toekomen met een probleem waar ze niet uitkomen dan zeg ik: wedden dat je straks roept: "Shit, wat simpel!" Dat win ik geheid. Ik probeer studenten iets uit te leggen zonder ze te vertellen hoe het zit. Door vragen te stellen probeer ik ze de juiste kant op te sturen. 'Wat weet je? Schrijf dat eens op!' De barrière waar ze op vastgelopen zijn, probeer ik op die manier te doorbreken. Al gauw zeggen ze dan: " O, dit zat zó!" Heerlijk is dat. Je ziet ze enthousiast worden op het moment dat ze het begrijpen. Daarna hebben ze meer lol in het vak en dat is belangrijk want ze moeten er uiteindelijk zelf mee aan de slag.

'Uitleggen is de ene kant van de zaak, de inhoud de andere. Ik wil dat studenten iets weten van de wiskundige grondslag van hun vakgebied. In de eerste helft van het vak voortgezette logica behandel ik hoe een wiskundig bewijs in elkaar steekt. Hoe redeneer je correct en aan welke regels moet een bewijs voldoen? Een computer redeneert óók, maar maak die overeenkomst maar eens zichtbaar. In computerprogramma's kun je verschillende typen onderscheiden: bijvoorbeeld een programma dat salarissen uitrekent of eentje dat stoplichten aanstuurt. In de tweede helft van het vak blijkt dan, dat deze verschillende typen van programma's dezelfde vorm hebben als logische formules. Een computerprogramma is dus een bewijs van een wiskundige stelling! Dat is toch een prachtige overeenkomst?!

'Een van de moeilijkste zaken vind ik studenten die maar niet aan het werk komen. Op het VWO haalden ze negens en tienen, met twee vingers in de neus. Hier gaan ze op hun gezicht. Als mentor probeer ik van alles om ze aan het werk te krijgen. 'Verdomme, doe nou eens wat!' denk ik dan, maar vaak ben ik machteloos. Ik zou willen dat faculteiten meer structuur aanboden. Een werkomgeving. Dat kan bijvoorbeeld een bureau zijn op een kamer met andere mensen. Studenten die niet in een werkomgeving zitten, komen moeilijk aan de slag. Misschien komen de faculteiten straks vanzelf in actie als ze per diploma betaald worden en dus belang hebben bij elke student die afstudeert.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.