De trend bestaat al jaren: scholieren melden zich steeds later aan bij hun vervolgstudie. Het aantal vooraanmeldingen bij universiteiten is daarom steevast lager dan op dezelfde datum een jaar eerder. Dat is voor studentenwervers even schrikken, maar in september blijkt er vaak weinig aan de hand: de eerstejaars zijn toch nog gekomen. Bij de algemene universiteiten is het dit jaar niet anders. De tussenteller staat op meer dan tien procent verlies. Dat was vorig jaar ook zo. Uiteindelijk meldden zich in september toch ongeveer vier procent meer eerstejaars.
Maar de technische universiteiten doen het dit jaar opvallend goed. De vooraanmeldingen van dit jaar liggen slechts vijf procent achter op die van vorig jaar. In 1997 was het verschil veel groter: negen procent. Dat resulteerde uiteindelijk in een toename van het aantal studenten met enige procenten. De kans is dus groot dat het aantal techniek-eerstejaars in september flink stijgt. Statisticus Willem Heeringa van de TU Delft maant tot voorzichtigheid omdat nog niet de helft van de scholieren een keuze heeft gemaakt: 'Maar deze cijfers geven zeker een indicatie.'
Tussen de drie tu's bestaan wel grote verschillen. Delft staat op vijftien procent verlies, terwijl Twente en Eindhoven bijna vijf procent winst boeken ten opzichte van de vooraanmeldingscijfers van vorig jaar januari. Toch ziet het er voor de Delftenaren minder beroerd uit dan het lijkt. Want
traditioneel komt deze tu langzamer op gang dan Eindhoven en Twente. Vorig jaar stonden ze in januari op -14 procent, wat uiteindelijk resulteerde in 4 procent winst.
Ook onder de grote studies zijn er flinke verschillen. Luchtvaart- en ruimtevaarttechniek en bedrijfskunde mogen fors meer studenten verwachten. Wiskunde, werktuigbouw en (technische) bestuurskunde trekken waarschijnlijk minder studenten. Opvallend is dat ook de grootste stijger van vorig jaar, Informatica, nu op min vijf procent staat. Vorig jaar rond deze tijd stond de teller op plus 35 procent.