Bedrijven profiteren van elkaars onderzoek

| Redactie

Tijdens de stervensfase van onze nationale trots Fokker vond er een stevige discussie plaats over de zin van overheidssteun aan dit technologisch topbedrijf. Een belangrijk argument vóór steun was, dat het onderzoek van de vliegtuigbouwer andere economische sectoren zou stimuleren. Econoom Bart Los ontwikkelde bij Bestuurskunde een model, waarin die economische wisselwerking een plaats krijgt. Volgende week verdedigt hij het proefschrift 'The impact of research and development on economic growth and structural change.'

'In de Fokker-discussie ontbrak een goede methode om de invloed van Fokker's research and development (R&D) op de overige sectoren te meten', stelt Bart Los. 'Wel heeft TNO in de laatste maanden nog snel een onderzoek gedaan, maar die schatting berustte voornamelijk op een soort gewogen gemiddelde van de meningen van mensen "die het weten konden". Mijn model geeft een aanzet tot een objectievere schattingsmethode.'

Het doel van Los' onderzoek was in eerste instantie theoretisch. Waar de recente economische groeimodellen veronderstellen dat alle bedrijven identiek zijn, wilde hij een model construeren dat rekening houdt met de verschillen en de wisselwerking tussen die sectoren. Los: 'De kern van het model beschrijft hoe, gemiddeld genomen, de R&D en de productiviteitsgroei in de verschillende sectoren samengaan, en welke invloed de R&D in de overige sectoren heeft. Want de invloed van R&D in bijvoorbeeld de papierindustrie op de auto-industrie is natuurlijk heel anders dan die van de vliegtuigindustrie.'

Input-output

Het basismateriaal voor Los werd gevormd door input-output tabellen die door statistische bureaus als het CBS gepubliceerd worden. Deze tabellen geven weer hoeveel handel er tussen de verschillende sectoren plaatsvindt. Los: 'Het CBS onderscheidt in zijn reguliere tabellen 59 verschillende sectoren, uiteenlopend van visserij tot chemische basisproductenindustrie en gezondheids- en veterinaire diensten. Die sectoren kun je weer onderverdelen in grotere sectorgroepen. Vliegtuigbouw behoort bijvoorbeeld met sectoren als de elektronica-industrie, de computerindustrie en de farmaceutische industrie tot de "high-tech" sectoren'.

Los gebruikte die input-output tabellen niet alleen om de handelsstromen te schatten, ze vormden ook de basis voor zijn schatting van de R&D-uitwisseling tussen de sectoren. Los: 'Die uitwisseling valt moeilijk te becijferen omdat de uit R&D voortvloeiende kennis niet tastbaar is. Door de input-output tabellen op een bepaalde manier te bekijken kwam ik tot een praktische en makkelijk hanteerbare maat voor de uitwisseling van door R&D gegenereerde kennis.'

Vervolgens verfijnde Los die maat met uitgebreidere gegevens uit de VS. Los: 'Er was een gedetailleerde dataset beschikbaar met de gegevens van zo'n zeshonderd industriële bedrijven, waaronder de sector waarin zij opereren. Aan de hand van die gegevens maakte ik schattingen van de invloed van de R&D van bedrijven uit de ene sector op de productiviteit van bedrijven uit de eigen sector, en op die van bedrijven uit andere sectoren.'

Fokker

Daarbij bleek, dat met name de invloed van R&D in de 'high tech' belangrijk is voor de 'medium tech' sectoren. Een gulden, of dollar, die in de 'high tech' sectoren wordt uitgegeven heeft dus relatief veel positieve invloed op bedrijven in onder andere de auto-industrie, de chemische industrie, de elektrische apparaten industrie en de rubber- en plastic industrie. Los: 'Dit was de sterkste beïnvloeding. Bedrijven uit de 'low tech' industrie, bijvoorbeeld, profiteerden veel minder van R&D uit andere sectoren. De technologische spill-over effecten zijn bijna altijd groot, maar verschillen duidelijk tussen sectoren.'

Tenslotte paste Los zijn model toe op een fictieve economie. Los: 'Ik zag intessante verschuivingen, die je alleen met dit model kunt verklaren. Zo hebben veranderingen binnen bepaalde sectoren sterk verschillende uitwerkingen voor de overige. Daarbij kwam met name de "high tech" naar voren als een belangrijke, strategische sector. Een toename in de R&D hier merk je volgens mijn model sterk in de groei van de rest van de economie.' Dus de overheid had meer moeten doen om Fokker overeind te houden? Zo ver wil Los niet gaan. 'Fokker was inderdaad "high-tech", maar het lijkt er ook op dat juist de vliegtuigindustrie binnen die sector een relatief ge´soleerde plaats inneemt, met maar een beperkte uitstraling naar de "medium tech" bedrijven.' Het definitieve antwoord laat dus nog even op zich wachten.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.