Nee, dan de hooggeleerde man die onlangs emplooi vond aan de UT en op zijn cv 'literatuur' en 'tochten maken door de natuur' had vermeld onder het kopje 'liefhebberijen'. Lezen en wandelen dus, even legitiem als gewoontjes. Gewoontjes - totdat 's mans leeshonger ter sprake kwam. 'Lezen', zei hij aan het einde van het interview, 'dat doe ik veel, heel veel.' Sceptisch, bij voorbaat afgunstig lampje flikkerde op. 'Zo zo. U slaat nog wel eens een romannetje kapot? Hoe doet u dat met zo'n drukke, zware baan als de uwe?'
De klap van het antwoord kwam hard aan. Wij stonden namelijk in het aanschijn van de man die sneller bleek te lezen dan de grote Simon Vestdijk schrijven kon. Sneller dan God dus, want A. Roland Holst sprak ooit de onsterfelijke woorden dat zelfs Onze Lieve Heer Vestdijks productie niet bijgelezen kon krijgen. 'Een gemiddeld boek in de trein naar huis', glimlachte ons genie, 'een goeie pil op een avond'. Daar doen wij op z'n tweezesentachtigs drie weken over.
Vertalen we, stijf van jaloezie, 's mans leestempo voor de grap (boer met kiespijn) naar wandelbegrippen - zijn andere hobby - dan zou hij, om eens wat te noemen, de complete vierdaagse lopen binnen het uur, zó snel leest de lettervreter. De olympische 100 meter zou hij wandelend winnen, mét picknickmand en knickerbocker. De paden op, de lanen in.
Eigenlijk moet het leeswonder gedetacheerd worden bij het parket in Almelo. 'De rechter doet uitspraak over drie minuten.'
ZelfmedicatieKoorts. Niet genoeg om in bed te blijven, maar te veel om redelijk normaal te studeren of te werken. Acht of negen streepjes boven de rode punt in de glazen ovaal van de kwikthermometer. Zevenentwintig-acht. Niemand die je serieus neemt wanneer je achtt-iende graad verhoging hebt.
'Neem een aspirientje', roepen je huisgenoten. 'Ik haal wat sinaasappels. Morgen is het over', verordonneert je liefde. En de botsten zeggen: 'Als je nou gewoon een fles Glorix pakt en je corvee doet. Boven de pot gaan hangen en diep inademen. Dan lost je virus zo op.'
Toch maar naar bed: slapen. Totdat je ontwaakt uit een peilloze diepte. Het duurt even voordat je in de gaten hebt dat je beste vriend op de rand van je bed het etiket van een groenige fles voorleest: '...wordt traditioneel bereid uit 71 zorgvuldig geselecteerde kruiden, die voor een deel langs de Friese waterkant worden geplukt.'
'Wat is dat?', vraag je slaperig.
'Dit is gezond', mompelt je vriend: 'Stel je voor: 71 kruiden!' Hij houdt de fles tegen het licht van de leeslamp boven het bed. 'In ieder geval één voor liefdesverdriet, minstens drie verschillende tegen griep en twee hele, hele beste om een kater te overwinnen. Hier, in één keer opdrinken.'
Zonder morren klok je de bruin transparante inhoud van een tot de randgevuld longdrink glas naar binnen. Voordat je het weet gloeit alles en voel je hoe een heerlijk zachte golf de zeurende hoofdpijn wegspoelt.
'Hee,' vraag je nog eens, 'wat is dit voor spul?'
'Berenburg', antwoordt je vriend. 'Volgens het beproefde oude en geheime recept uit 1860. Van Fedde Sonnema. Slaap maar lekker verder, morgen ben je weer beter.'
Je hoort het al niet meer.