Afgelopen voorjaar wees NWO zes onderzoeksgroepen aan die met bedragen van zo'n tien miljoen per jaar moeten uitgroeien tot toponderzoekscholen. Met name het feit dat alle zes groepen afkomstig waren uit de bèta-hoek, riep weerstand op. Dat was voor NWO aanleiding de gang van zaken nog eens onder de loep te nemen. De tweede selectieronde, die gepland is in het jaar 2002, kan dan misschien beter.
Het rapport van Bartels bevat vooral kritiek op oud-minister Ritzen. Die wilde het aantal topscholen klein houden en vond dat de bedragen per school rond de tien miljoen gulden per jaar moesten liggen. Deze voorwaarden waren een 'te strak keurslijf'. Kleinschalig onderzoek - oververtegenwoordigd in
de alfa- en gamma-hoek - kreeg daardoor geen kans.
Het ministerie van Onderwijs is zelf inmiddels ook tot inkeer gekomen, merkte Bureau Bartels in gesprekken met ambtenaren. De richtlijnen over aantallen en bedragen zijn 'te veel een eigen leven gaan leiden', wordt in het rapport uit hun mond opgetekend.
Ritzens opvolger Hermans twijfelt sowieso over de selectie van toponderzoekscholen. 'Het is zelfs de vraag of het ministerie wil doorgaan', concludeert Bartels uit diezelfde gesprekken. Ook voor de universiteiten en de wetenschappelijke academie KNAW blijkt dat een vraag. De universiteiten vinden het toponderzoekbeleid 'geen goed doordacht instrument, maar het
product van toevalligheden'. En de KNAW noemt dat beleid 'overbodig'.
Zelf vinden de consultants van Bartels dat de tweede selectieronde zeker moet doorgaan. Er zijn 'in sterke mate verwachtingen gewekt', schrijven zij. Bovendien werkt 'een verbeterde versie van een al beproefde aanpak' beter dan een heel nieuw plan voor het stimuleren van toponderzoek. Het
bestuur van NWO neemt die conclusie over.
De selectie moet overigens ook op andere punten verbeterd worden, vindt Bureau Bartels. In de eerste ronde zijn aanvragen soms door te weinig onafhankelijke `referenten' beoordeeld. En de commissie die uiteindelijk de keus maakte, bestond te veel uit Nederlanders en gepensioneerden. Daardoor
waren de oordelen wellicht niet altijd onbevangen en gebaseerd op een bij-de-tijds overzicht over het vak.