Over en sluiten

| Redactie

'Of het college van bestuur denkt dat de procedures die voor de verhuizing in de Vrijhof gelden correct zijn uitgevoerd?' De stilte op de bovenste etage van de WB-toren is net zo dreigend als de plensbui die door het open raam van de twaalfde verdieping naar binnen drijft. De vragensteller - een student van de Centrale Studentenraad - blikt grimmig in de ogen van de rector. De andere leden van de Centrale Gezamenlijke Vergadering schuiven dreigend naar het puntje van hun stoel.

Bureaucratie

Aangeslagen buigt de rector zijn hoofd. Al meer dan drie uur lang pareerde hij samen met zijn voorzitter alle bureaucratische scherpslijperij van CSR en COR. Soms kropen ze diep door het stof, de mannen van het college. Van der Hek: 'Ik moet toegeven dat het schriftelijk antwoord wat summier was.' En Van Vught zuchtend: 'Ik ben genoodzaakt alweer uitstel te vragen: het vastgoedplan laat nog wel een halfjaar op zich wachten. Ik vraag begrip.'

Maar nu, aan het eind van de vergadering, tijdens de rondvraag, nu heeft de Centrale Gemeenschappelijke Vergadering een heus punt. 'Procedures voor verhuizingen in de Vrijhof, bestaan die dan?', mompelt de rector lijkbleek.

Ha, zie je de leden denken, eindelijk kunnen we de bestuurlijke invloed van medezeggenschap krachtig demonstreren. 'Ja, de studentenorganisaties uit de Vrijhof willen best verhuizen, maar alleen als de betreffende UT-dienst ze op tijd én volgens de vastgestelde procedures informeert', voert de student de spanning op.

'En dat is niet gebeurd', concludeert Van Vught terneergeslagen.

'Als u vandaag uw post gelezen had dan wist u dat dat inderdaad nog niet gebeurd is.'

'Ik maak er een notitie van', repliceert de rector werktuigelijk. Waarmee er wederom een punt geruisloos van de agenda verdwijnt.

Man noch hond

Je zou er bijna voor terugrijden, maar je weet het zeker: ze waren er niet. De hele weg van huis naar de UT heb je ze niet gezien, de man niet en zijn hond niet, het duo waar je je klok gelijk op zet. 'Het is weer zomertijd', denk je in eerste instantie, 'zie je wel, het ligt aan mij. Uur te laat opgestaan, stomkop. De hond is een uur vooruitgezet.'

'Zomertijd?', twijfel je vervolgens terwijl de ijzige januariwind door je jas dringt. Sneeuwvlokken dwarrelen in de lucht, op de campusvijver schaatsen mensen, schooljongens zijn verwikkeld in een sneeuwballengevecht, het fietspad is een ijsbaan - op dat moment slipt je achterwiel weg en ga je onderuit. Terwijl je fiets nog doorglijdt, stamel je tegen de afgestapte mevrouw die je de hand reikt: 'Waar is de man met de hond?'

Je maakt je nu toch ernstige zorgen. Zou de man ziek zijn? Niet uit z'n bed kunnen komen van de maag- en darmklachten en loopt zijn trouwe makkertje nu zachtjes jankend door het huis? Of is het de viervoeter zelf? Zakte die gisteren tijdens de ochtendwandeling door z'n pootjes, en heeft de man met de hond zijn hond toen naar de dierenarts gebracht, en hebben de broeders de huilende man vast moeten houden terwijl de dokter met zwaar gemoed een spuitje toebereidde? Het zal toch niet?

Misschien hebben de man en zijn hond ruzie gemaakt met hun vrouw. Zaten ze de laatste dagen met bedrukte gezichten te zwijgen aan de avonddis, en kon de man het vanochtend niet meer aan. 'En als je nog langer je kop houdt', schreeuwde hij toen zijn vrouw zwijgend zijn brinta voor hem neerzette,'dan laat je dat rotbeest voortaan maar zelf uit!' Woest is hij opgestaan, heeft de etensbak van zijn vriend een rotschop gegeven, en is de trap opgevlogen. Slaapkamerdeur dichtgeknald, snikkend op bed gedoken.

'Nu gaan we het krijgen', heeft zijn vrouw gemompeld en lijnde doodkalm het beest aan. 'Wat een pokke weer', heeft ze gedacht toen ze buitenkwam, en voelde dat het glad was op het pad. In de verte zag de vrouw met de hond een fietser onderuit glijden. 'Die ligt', dacht ze grimmig.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.