Tulpen en wetenschapswinkels: komen overwaaien uit Nederland

| Redactie

Science shops - wetenschapswinkels - zijn een Nederlandse uitvinding, zegt Nicole Farkas, hebben we niet in de States. De Amerikaanse promovenda bezoekt de UT en andere universiteiten in ons land om the dutch model te doorgronden. 'Wetenschapswinkels brengen kennis naar het volk. Het zouden de maatschappelijke voelhorens van een universiteit kunnen zijn.' Farkas studeerde biologie aan de Rensselaer Polytechnic University in Troy, New York.

Eigenlijk is het woord ongelukkig gekozen. Een 'wetenschapswinkel' veronderstelt een handel in kennis, een adres waar tegen betaling wetenschap kan worden verkregen. Zo is het juist niet. Die kennishandel - synoniem met de 'derde geldstroomonderzoek' - voltrekt zich zo'n beetje overal aan een universiteit, behalve in een wetenschapswinkel.

Een wetenschapswinkel werkt juist pro deo of hooguit tegen geringe kosten, en heeft als doel minder draagkrachtige instanties, actiegroepen, bedrijven, of particulieren kostenloos te helpen bij het beantwoorden van wetenschappelijke vragen. Onderzoek in opdracht dus, maar vanuit ideële overweging en niet met het financiële nevenmotief van het zogenoemde contractonderzoek. Tenminste, met die gedachte zijn de wetenschapswinkels aan de Nederlandse universiteiten ooit geopend.

Dat ideële karakter, weet Nicole Farkas, stamt rechtstreeks uit de tijd van de democratisering van het Nederlandse universitaire bestel, de jaren zeventig. 'Toen kwam de gedachte op dat minder vermogende groepen ook recht hebben op toegang tot kennis', zegt de 28-jarige Amerikaanse in redelijk Nederlands. 'Men begreep dat wetenschappelijk onderzoek ingezet kon worden als argument in het politieke debat. Om dat debat eerlijk te houden, vond men, moesten groepen zonder kapitaal die argumenten ook kunnen verzamelen.'

Ze tikt op een recent rapport van de wetenschapswinkel. Een tunnel in Nijverdal: korte of lange termijn oplossing? heet het stuk, en spreekt zich uit over de voor- en nadelen van een verkeerstunnel door de gemeente Nijverdal. De overheid ziet die tunnel graag komen, maar een deel van de Nijverdalse bevolking denkt daar anders over. Dus liet de inwonersvereniging Veilig Verkeer Onze Toekomst een onafhankelijk onderzoek uitvoeren door de Wetenschapswinkel.

'Met de cijfers in dit rapport kunnen de bewoners een vuist naar de regering maken', zegt Farkas. 'Zonder een instelling als de wetenschapswinkel hadden ze een dergelijk onderzoek nooit kunnen bekostigen.' Ze is te spreken over wat zij the dutch model noemt. 'In Amerika, maar ook in landen als Frankrijk en Duitsland en voormalige sovjetrepublieken, refereert men op die manier aan dit soort onderzoek: de Nederlandse aanpak. Bij ons is men er beducht voor.'

Amerikaanse wetenschappers, vertelt ze, zijn als de dood om werk te doen voor wat ze 'belangengroepen' noemen. 'Ze zijn bang om beschuldigd te worden van subjectiviteit, van vooringenomenheid. Als de wetenschap voor de politieke kar wordt gespannen, redeneert men, is de objectiviteit zoek. De conclusies kunnen niet zuiver zijn.'

Een stelling die verdedigbaar zou zijn, als die wetenschappelijke principes niet te koop waren geweest. Farkas: 'De Amerikaanse wetenschap is heel dubbel op dit punt. Het onderzoek is namelijk wel verweven met het bedrijfsleven. Universiteiten laten hun onderzoek als het even kan financieren door multinationals. Een van mijn eigen hoogleraren werkt de helft van zijn tijd voor Rank Xerox, verdient daarmee meer dan zijn universitairesalaris. En niemand die het heeft over beïnvloeding of in het geding geraakte objectiviteit.'

Farkas wil die huichelachtigheid aan de kaak stellen. 'Ik hoop in mijn dissertatie aan te tonen dat onderzoek voor belangengroepen wel degelijk 'objectief' kan worden uitgevoerd, in elk geval minstens zo neutraal als onderzoek voor grote geldschieters.' Daartoe wil de Amerikaanse in anderhalf jaar tijd de Nederlandse praktijk uitvoerig in kaart brengen.

Ze gaat drie wetenschapswinkels intensief bestuderen, die van Groningen, Nijmegen en Twente. Alle drie zijn ze anders: de RUG koos voor een decentrale aanpak. Elke faculteit heeft er een apart wetenschapswinkeltje. Nijmegen werkt net als Twente met een overkoepelende winkel, maar behandelt met name vraagstukken uit de sociale wetenschappen, waar de UT ook technische problemen aanneemt.

Farkas: 'Deze universiteit is vanwege de campus extra interessant voor mijn onderzoek. Net als de UT hebben bijna alle universiteiten in Amerika zo'n leef- en studeergemeenschap ineen. Net als hier wordt daar de scheiding tussen maatschappij en wetenschap fysiek benadrukt. Ik ben zeer benieuwd hoe hier het contact met de directe omgeving gelegd wordt.'

Een maand lang is Dick Schlüter, coördinator van de wetenschapswinkel, haar gastheer. Hij komt de interviewruimte binnen en geeft haar het visitekaartje van Jan Scholten, regiomanager midden- en kleinbedrijf. Moet ze maar eens bellen. Schlüter: 'Nicole haalt alles overhoop, de geschiedenis, onze werkwijze, de resultaten. Ze spreekt met betrokkenen, vanmorgen zit ze bij het CvB. De uiteindelijke bedoeling van haar onderzoek is dat het Nederlandse model navolging krijgt in de VS. Dat zou mooi zijn: komen overwaaien uit Nederland: tulpen en wetenschapswinkels.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.