Het college van bestuur had met CSR en COR afgesproken dat het volledige Major-minorprogramma in de vergadering van maart besproken zou worden. Maar omdat een aantal faculteiten hun minors nog niet voor elkaar heeft, gaat dat niet lukken.
Bovendien willen de Centrale Commissie Onderwijs en het CvB voordat zij de minors definitief voor instemming aan de beide raden aanbieden eerst nog een belangstellingsonderzoek onder derdejaars-UT-studenten houden. Uiteindelijk kunnen de minors dan in april naar CSR en COR.
De voorstellen voor een flexibele propedeuse en de majors worden naar verwachting wel in maart besproken.
De kleine vertraging heeft vooralsnog alleen consequenties voor de voorlichtingsdagen in maart. 'Daar moeten we wat de minors betreft enige terughoudendheid in acht nemen', aldus rector Van Vught. 'De voorlichters van de faculteiten zullen selectieve voorbeelden geven en hier en daar vertellen dat een minor er waarschijnlijk zo en zo uit gaat zien.'
Van Vught twijfelt er 'geen moment aan' dat Major-minor uiteindelijk in september van start gaat.