![]()
Bruusk komt de donkerblauwe Mercedes voor het stoepje van de universitaire bestuursvleugel tot stilstand. De minister is iets te laat. Gehaast springt hij uit de auto en grijpt de eerste de beste toegestoken hand. Die is niet geheel toevallig van Marcel Kummel: manager corporate communications.
De 'contactenmakelaar' - zo noemt Kummel zichzelf - leidt de ministeriële stoet - Hermans voorop, gevolgd door zijn persoonlijk medewerkster M.J.C. Fennema, de directeur wetenschappelijk onderwijs W.J.J. van Velzen en de voorlichter - vlot richting de enigszins gespannen UT-bestuurders. Tussendoor beantwoordt de minister routineus de eerste vraag.
Bedrijven die opleidingen van studenten sponsoren. Wat vindt u daarvan?
'Het gebeurt! Stel dat ik al zou zeggen: het is een verkeerde ontwikkeling. Wat moet ik er tegen doen? Het gebeurt gewoon. Ik kan geen enkele student verbieden om met een bedrijf een contract te sluiten.'
Na warme welkomstwoorden en de innemende glimlach van de rector scharen de bestuurders zich rond de grote tafel. De dames en heren van de UT aan de ene, de minister met zijn gevolg aan de andere kant. En alsof het een belangrijke EU-vergadering betreft, krijgen cameramannen en fotografen - voor de deuren sluiten - nog een ogenblik om hun plaatjes te schieten.
Na afloop van het dik anderhalf uur durende overleg met de raad van toezicht en het college van bestuur beent de minister - te linkerzijde geflankeerd door de rector en te rechterzijde door de CvB-voorzitter - met grote passen richting Vrijhof.
Krijgt de UT al per september dit jaar een telematicaopleiding?
'Dat kan juridisch niet zo één, twee, drie. Maar misschien heeft de minister daar een mogelijkheid. Alleen moet eerst ik het ACO-advies van afgelopen vrijdag bekijken. Ik kan daar niet nu meteen een uitspraak over doen.'
Neemt u die beslissing wel voor september?
'Ik weet het niet. En dat is niet omdat ik dat niet wil zeggen, maar omdat het uitermate onzorgvuldig is iets te roepen zonder alle ins en outs te kennen.'
In de Vrijhof aangekomen neemt Hermans de uitleg van Student Union-voorzitter Imre ten Pas belangstellend tot zich. 'Een interessant initiatief', vindt de minister. 'Goed ook dat de studentenbelangen niet door een aparte club maar juist door een organisatie vanuit studentengeledingen worden bestierd. Over een jaartje kom ik terug om te kijken hoe het gaat.'
Bij de SRD voelt Hermans zich duidelijk minder op z'n gemak - kennelijkhoudt de bewindsman toch een weinig rekening met taarten, eieren of ander ongerief.
De vakbondsbestuurders bieden de minister op ludieke wijze een 'blik studiefinanciering' en een 'blik op de toekomst' aan. Het eerste pleit voor een hogere en langere basisbeurs. In het tweede kan de minister zijn ideeën voor de toekomst verzamelen. Bovendien sluiten alle SRD-leden zich collectief aan bij de onlangs in Groningen opgerichte Loek Hermans-fanclub. 'Want', weet SRD voorzitter Petra Boom, 'Loek is koel.'
Wat vindt u van alle ondernemendheid op de UT?
'Als ik hoor dat er vanuit deze universiteit meer dan honderd bedrijven zijn opgericht, en dat die in de regio voor een flink aantal arbeidsplaatsen zorgen, als je ziet wat voor uitstraling dat heeft, dan vind ik dat een heel duidelijk voorbeeld van een universiteit die goed inspeelt op vragen uit de maatschappij.'
Maar wat als tweedejaarsstudenten die een eigen bedrijfje starten nauwelijks meer aan studeren toekomen? Laat staan aan academische vorming?
'Als het zo zou zijn dat studenten die een bedrijfje opstarten hun studie niet afmaken, dan vind ik dat doodzonde. Maar er staat nergens in het land geschreven dat je per se voor het starten van een onderneming je studie moet afronden. Alleen neemt je employbility er wel aanzienlijk door toe natuurlijk.'
En verder gaat het weer. Met grote stappen terug naar de bestuursvleugel. Alwaar UT-nieuws nog een paar minuten de gelegenheid krijgt tot het stellen van vragen.
Hoe groot is de kans dat er u nog een extra technisch topinstituut aanwijst? Van de Kamer kreeg u uitdrukkelijk opdracht tijdens de tweede toewijzingsronde meer aandacht aan alfa- en gammainstituten te besteden.
'Ja, maar goed, we zitten midden in de tweede fase van die vijftig miljoen. Als ik nu al ga roepen "waarschijnlijk wel of waarschijnlijk niet", dan leg ik al een druk op dat hele traject. Dat wil ik niet.'
Al die miljoenen die de UT in MESA steekt zijn niet voor niets?
'Die zijn sowieso niet voor niets. Stel, MESA wordt geen topinstituut, dan is er toch helemaal niks weg. Het feit dat wij de aanvraag niet honoreren wil niet zeggen dat de onderzoeksschool vervolgens niet interessant is. Een universiteit zet een instituut toch niet alleen op voor het extra geld?'
De UT gebruikt de mogelijke erkenning als topinstituut wel als legitimering om geld bij andere faculteiten of onderzoeksgroepen vandaan te halen.
'Een legitimering gebaseerd op een lege huls is geen goeie legitimering. Het opzetten van een instituut zal dus wel op een duidelijke inhoudelijke behoeften gebaseerd moeten zijn.'
Natuurlijk, maar kleinere vakgroepen hebben net zo goed inhoud.
'Inderdaad, het is een extra legitimering. Wordt MESA een toponderzoeksschool, dan geeft dat een extra effect. Maar lukt dat niet dan doet dat niks af aan de kwaliteit van het instituut.'
Bits onderbreekt de voorlichter het gesprek. 'Ik moet heel streng zijn. Het is nu echt tijd om te gaan.'
'Nog één laatste vraag?' Hermans maakt een royaal gebaar.
Uit allerlei enquêtes blijkt keer op keer dat de Universiteit Twente de beste universiteit van Nederland is - in ieder geval de beste technische. Vindt u dat ook?
'Ik heb inderdaad in HP/De Tijd gelezen dat de UT de beste technische universiteit is. Ik moet u zeggen: op alle universiteiten die ik heb bezocht, kwam ik vele goeie zaken tegen. Hier zie ik die ook. Dit is een goeie universiteit.'
Maar niet de beste?
'Er zijn hier veel originele initiatieven en er wordt enthousiast gezocht naar nieuwe wegen. Ik vind het lastig om een objectief oordeel te geven - voorzover dat niet al onmogelijk is. Je kunt wegingsfactoren niet zomaar bij elkaar optellen om er vervolgens één gedeeld cijfer van te maken. Ik denk dat je heel voorzichtig moet zijn om zomaar een absoluut eindoordeel te geven.'
'Dat waren al twee vragen', concludeert de voorlichter. Hermans staat op, knoopt z'n jasje dicht, beent met grote passen richting uitgang. Ondertussen kiest de voorlichter strategisch positie. Met zijn brede rug beschermt hij de minister tegen de verzamelde pers.
Maar meneer Hermans, wat voor cijfer had u vroeger eigenlijk voor hoofdrekenen? Was dat hoger dan dat van uw collega Peper, denkt u?
'Poeh, daar vraag je me wat. Dat weet ik zo niet meer', antwoordt de minister lachend. 'Een twaalf!', grapt Van Vught geforceerd.
'In ieder geval voldoende om de CAO-onderhandelingen goed te kunnen afronden', weet Hermans toch nog. Twee minuten en tien geschudde handen later rijdt de glimmende dienstauto in vliegende vaart de campus af. Opgelucht uitgezwaaid door Van Vught, Van der Hek en de leden van het ambtelijk apparaat.
![]()