Ook HP/De Tijd heeft nu een ranglijst 'beste opleidingen'. Het weekblad voegt zich in de groeiende rij lijstjesmakers. Bestaan er zoveel visies op onderwijs? Nee, dat niet. HP onderscheidt zich vooral door het slordig
opwarmen van oude kwaliteitsoordelen, tot ver na de uiterste
consumptiedatum. De resultaten zijn ernaar.
Onderwijsvoorlichters en -bestuurders werden vorige week door een nieuwe hitparade wakker geschud. Voor de universiteiten was het al de vijfde ranking in één jaar tijd. Maar na de polls van Der Spiegel in mei en Elsevier in september en NRC/De Keuzegids in oktober was het een tijd stil geweest. Dus kwam de coverstory van HP/De Tijd ('Waar ga ik studeren?') ook
voor het WO nog onverwacht.
Na lezing konden velen het weekblad weer terzijde leggen. Er was weinig nieuws. Het ging vooral om al bekende resultaten van onderwijsvisitaties, die ook elk jaar worden gepubliceerd in de Keuzegids. De lijstjes beste opleidingen en instellingen kwamen grotendeels bekend voor.
Bij de universiteiten stonden opnieuw Maastricht, Twente en Wageningen in de top en Utrecht met de UvA onderaan. En in het hbo gooiden hogescholen in Deventer, Leeuwarden (CHN), Rijswijk en Helmond weer hoge ogen. Bij deze instellingen zette alleen een ijverige voorlichter in Deventer het nieuws
(we are the best) nog eens op de fax.
Toch zorgde de HP/De Tijd-lijst hier en daar wel voor opwinding. In Nijmegen bijvoorbeeld, waar de hbo-studie sociaal-pedagogische hulpverlening (SPH) eind '97 zware kritiek kreeg van een landelijke visitatiecommissie. In oktober stond dat in de Keuzegids. De faculteit werkt nu aan een nieuw curriculum en de onderwijs-inspectie is daar enthousiast over. 'En nu staan we in HP weer gewoon op de onderste plaats', moppert faculteitsdirecteur Jan Bankers. 'Daar word je toch horendol van?'
Verbazing ook bij de Tilburgse universiteit. Die kreeg recent bij alle grote studies positieve rapporten, maar zakt in HP naar de middenmoot. Heeft het weekblad dan nieuwe informatie? Nee, het hanteert alleen zijn eigen aanpak. Het telt bijvoorbeeld een negatief rapport van vier jaar geleden over de Tilburgse psychologie mee.
Maar waar verliezers zijn, zijn ook winnaars. In het hbo wordt een reeks pabo's geprezen voor de kwaliteit die ze in 1995 hadden. En enkele landbouwscholen mogen nog eens pronken met de toestand van de milieukunde anno 1994.
Bij de universiteiten keerde Leiden dankzij HP/De Tijd zelfs terug aan de top. Opnieuw kwam dat vooral door oude rapporten, over kleine studies als wiskunde, natuurkunde en geschiedenis. Maar rector W. Wagenaar is er blij mee: 'Dit is nogal wat anders dan die onderzoeken van Elsevier of de Keuzegids. Die zijn teveel afhankelijk van persoonlijke opinies.'
Met `persoonlijke opinies' doelt Wagenaar op het oordeel van honderden Leidse studenten in de enquêtes van Elsevier en de Keuzegids. Hun oordelen wantrouwt hij. Minder moeite heeft hij kennelijk met de zeer persoonlijke aanpak van journalist Robert Sikkes, die in zijn eentje voor HP/De Tijd de
ranglijsten maakte. Toch zijn diens keuzes zeer aanvechtbaar.
Kwaliteitseisen
Ook voor ranglijsten gelden kwaliteitseisen. Bij de Consumentenbond of bij makers van Amerikaanse rankings kent men ze uit het hoofd. In discussies over kwaliteitszorg in het hoger onderwijs zijn ze inmiddels bekend. Net als in de horeca gaat het om versheid, kwaliteit en goede verwerking van
ingrediënten. Informatie moet dus actueel, relevant en dekkend zijn, de verwerking moet objectief en transparant zijn en er is evenwicht nodig tussen gehanteerde criteria.
Over actualiteit kunnen we kort zijn. Visitatiecommissies zijn nuttige waakhonden, maar hun rapporten lopen bij verschijning wel al twee jaar achter op de realiteit. De Keuzegids Hoger Onderwijs gebruikt daarom alleen visitaties van de laatste twee jaar voor zijn kwaliteitsvergelijking. Eigenlijk is dat al lang - zie SPH in Nijmegen. Wie zoals HP/De Tijd zelfs
rapporten van vier jaar terug gebruikt, overschrijdt de uiterste houdbaarheidsdatum met meerdere jaren.
Nu wordt elke opleiding maar eens in de zes, zeven jaar aan visitatie onderworpen. Op elk moment bestaat dus maar over dertig procent van de opleidingen een bruikbaar rapport. Wie een `dekkend' beeld van de onderwijskwaliteit wil geven, kan dus nooit alleen toe met visitaties. Daarom begonnen Elsevier en de Keuzegids jaren geleden hun grootscheepse, dure
enquêtes onder studenten. De resultaten zijn actueel en ze blijken ook zeer relevant.
Maar Sikkes wist voor HP/De Tijd een simpeler oplossing. Eerst verdubbelt hij de stapel visitaties met oude oordelen. En hij voegt iets toe: de lijst opleidingen die een waarschuwing of `gele kaart' kregen van de onderwijsinspectie. Ook dit botst met de regelen der kunst. Gele kaarten zijn zelf gebaseerd op bevindingen uit visitaties. Wie ze meeneemt in de beoordeling
van universiteiten en hogescholen, doet aan dubbeltelling van zwakke plekken. Dat is niet evenwichtig. Bovendien zijn gele kaarten nog korter houdbaar dan visitaties. Een waarschuwing uit 1997 blijkt in de praktijk bijna een garantie dat het anno nu met een opleiding wel goed zit!
Er zijn meer bezwaren tegen de aanpak van HP/De Tijd. Het is dezelfde kritiek die De Volkskrant tot 1997 kreeg, toen Sikkes in dat dagblad zijn eerste ranglijstjes publiceerde. Het gaat om degelijkheid en transparantie van oordelen. De journalist heeft drie grove criteria: niveau, onderwijskwaliteit en rendement. Voor het laatste gebruikt hij gegevens uit een ver
verleden - soms van studenten die in 1987 met hun studie begonnen. Van beide andere criteria blijft ondoorzichtig hoe hij ze hanteert.
Opmerkelijk is ook dat in HP/De Tijd bij `letteren' niets terug te zien is van de lof voor Tilburg en Maastricht, of van de kritiek op Leiden en Utrecht. Het lijkt erop dat Sikkes alleen de samenvatting van dit in december verschenen rapport gelezen heeft. Alleen over de UvA is te lezen dat letteren er `matig' is. Maar juist die faculteit kreeg lof voor zijn opleidingen Frans, Italiaans en kunstgeschiedenis.
Dat HP/De Tijd zijn ranglijsten presenteert als 'onderzoek' naar de kwaliteit van het hoger onderwijs, is dus op zijn minst overdreven. Het is als een snackbar die voor de derde keer oude patatten opbakt, het niet zo nauw neemt met de hygiëne en ze verkoopt als haute cuisine. Verschil is dat de bezoeker van die snackbar het direct kan ruiken en proeven. Met ranglijstjes is dat moeilijker. Er zou een keurmerk moeten komen voor makers van ranglijstjes.
![]()