Volgende week is het zover: op de campus van de Technische Universiteit Eindhoven opent het tweede twinning centrum officieel zijn deuren. Maar het gebouw wordt nog maar door een handjevol IT-starters gebruikt. Dat komt, zegt directeur Jan Uylings, omdat het tijd kost om de aanvragen te beoordelen. Maar ook het aantal aanvragen is niet veel hoger dan tien.
Ook bij het eerste twinning centrum in Nederland, in de Amsterdamse Watergraafsmeer, loopt het nog niet storm, hoewel het al enige maanden draait. Toch zijn er potentiële klanten genoeg: jaarlijks groeit het aantal IT-bedrijven in Nederland met vele honderden.
Het twinning-idee werd vorig jaar uitgebroed door toenmalig economieminister Hans Wijers en Philips-topman Roel Pieper. Startende IT-bedrijfjes kunnen geld lenen van de overheid, zo was het idee, en krijgen daarnaast advies van deskundigen en onderdak in een speciaal gebouw. Met deze stimulans moest de Nederlandse IT-branche tot Amerikaanse hoogte opgestuwd worden.
Aanvankelijk stelde Wijers veertig miljoen beschikbaar. Maar zijn opvolgster Jorritsma was zo enthousiast dat zij dit bedrag uiteindelijk verhoogde tot negentig miljoen. Toch klagen de IT-starters in het Amsterdamse Twinning Centrum juist over de hoge huur.
Het ministerie van Economische Zaken is niet onder de indruk van de trage start. Nog dit jaar zal een derde twinning centrum zijn deuren openen, zegt een woordvoerster van het twinning-project. Over enkele jaren moeten er zelfs vijf of zes van dergelijke IT-paviljoens bestaan.