Vroeger, toen was alles natuurlijk veel beter. Dan kon je er ten minste van uitgaan dat de treinen stipt te laat kwamen. Gewoon het tabelletje uit het boekje erbij pakken en overal tien minuten bij optellen. En als er een of andere gek voor de trein was gesprongen deden de machinisten niet zo moeilijk. Ach, die paar bloedspetters regenen er wel weer af, gewoon even doorrijden en maar hopen dat er niets blijft kleven.
Er verstreken 15 minuten. Er was nog steeds geen vervangende busverbinding tot stand gekomen, en de treintaxi wil tegenwoordig alleen nog maar 2.1 kilometer ver rijden, en alleen in de richting van de plaats waar de volgende klant opgehaald kan worden. Ondertussen hebben je handen al een mooie blauwe kleur gekregen, bijna net zo blauw als het petje van die conducteur die verveeld voor zich uit kijkt op het perron. Ik kijk opnieuw op het saaie gele bord met treinaansluitingen.
Tegenwoordig sluiten de treinverbindingen perfect aan. Je hebt precies een hele minuut om van station 2 naar station 9 te rennen en dan nog twee minuten (kun je rustig aan doen) om van het volgende station naar buiten door naar de bushalte te lopen, als er geen 'variaties in vertrek- en aankomsttijden' (lees: vertragingen) van A naar B zijn.
Met veel gedender rolt een trein binnen op spoor 3. Je ergste nachtmerrie wordt waar. Het is een Pools model boemel, zeg maar een veewagon met drie bankjes per hok erin geschroefd. Een grove schatting levert een bouwjaar rond 1940 op. De hokken lopen vol. Deuren worden met de hand dichtgeschoven. Een conducteur met een klein snorretje holt voorbij. Duidelijk een Nederlandse Spoorwegen Bediende.
Goh, raar, 55 jaar geleden konden ze wel snel en veel mensen vervoeren, en werd er een gratis reisbewijs bijgeleverd, ingenaaid en wel. Met de snelheid van twee koeien schuurt de boemel over de rails. Het tocht en het is vochtig. Gelukkig is de te overbruggen afstand kort. Maar toch zit er een geflipte conducteur tussen die drie minuten voor aankomst graag eventjes alle kaartjes, bewijzen en pasjes wil zien. En dan ben je er. Je hebt het overleefd. Je staat eindelijk op je eindbestemming. Maar ooit zul je weer die barre tocht moeten ondernemen, terug van B naar A. Je zou jezelf tocheen paar keer spontaan voor de trein gooien, gewoon om ze te irriteren.
De auteur is student Informatica. Hij geeft de pen door aan Stijn Donders, student Technische Natuurkunde.