De kerktoren van Steenwijk, die moest gezien worden, dus die werd volop in de schijnwerpers gezet. En mensen die mooi woonden, die wilden dat ook graag laten zien, dus die zetten hun huis in de gevelverlichting. In Rotterdam is het nog bonter. De architect die drie woontorens heeft ontworpen is zo trots op z'n liftschachten dat hij ze alle kleuren licht laat uitstralen. Maar het kantoorgebouw ernaast is natuurlijk nog weer mooier, dus die wordt nog weer helderder verlicht. En toen kwam er een Zwaan, en die is zo mooi dat ook de Zeeuwen hem moeten zien. En tussen al die pracht en praal door proberen hotels en andere bedrijven met felle lichtreclames vierentwintig uur per dag zichtbaar aanwezig te zijn. Al dit gepronk produceert zoveel licht dat ik 's avonds in bed kan liggen lezen zonder een lampje aan te hoeven doen.
Russische ruimtedeskundigen experimenteren met ruimtespiegels waarmee ze steden vanuit de ruimte kunnen bijlichten. Ze hopen hiervoor orders van grote steden te ontvangen. De reden waarom dit echter nooit een commercieel succes zal worden is dat het hele fantastische plan is gebaseerd op dezelfde achterhaalde opvatting over de functie van verlichting als die waarmee ik door 's Heren dreven fiets. De Russen gaan er vanuit dat steden worden verlicht om er te kunnen zien. Om er 's avonds in bed een boek te kunnen lezen. Op zich is dit niet verwonderlijk, want de betrokken technici zijn allen militair geschoold, en op het slagveld is licht altijd bedoeld om (de vijand) te zien en niet om (door de vijand) gezien te worden. Maar als je de moderne Europese steden vanuit de ruimte in het licht zet, zullen architecten en bruggenbouwers nog weer sterkere schijnwerpers moeten gebruiken om hun pronkstukken tegen de omgeving te doen afsteken.