Nieuw centrum symbool hightech-universiteit

| Redactie

Een bibliotheek voor de 21ste eeuw, die wil de Universiteit Twente de komende jaren realiseren. In het op te richten Centrum voor Onderwijskundige ondersteuning en Wetenschappelijke Informatievoorziening (COWI) zal ict het bindmiddel moeten zijn voor een organisch geheel van informatie, onderwijs en onderzoek. Hans Roosendaal (51), fysicus en voormalig uitgever bij Elsevier Science, moet de kar gaan trekken.

De huidige universiteitsbibliotheek moet de komende jaren vertimmerd worden tot een hightech informatiecentrum. Papieren kennisopslag heeft zijn langste tijd gehad, wetenschappelijke informatie zal steeds vaker elektronisch gepubliceerd, gearchiveerd en opgevraagd worden. Als uitgesproken ict-universiteit moet de UT voorop lopen in deze ontwikkeling, vindt het college van bestuur.

De overstap naar zo'n 'elektronische informatieomgeving' heeft nogal wat voeten in de aarde, op wetenschappelijk, organisatorisch en personeel gebied. Daarom zocht het CvB het afgelopen najaar een kundige figuur van buitenaf. Een persoon met bestuurlijke ervaring en bewezen managementcapaciteiten, met visie op elektronische kennisverstrekking, en bovendien zwaar genoeg voor een leerstoel wetenschappelijke informatievoorziening. Een schaap met vijf poten dus.

De keus viel op Hans Roosendaal, fysicus en uitgever. In de jaren zeventig was hij wetenschappelijk medewerker aan de natuurkundefaculteit van de universiteit van Bielefeld. Op uitnodiging van Elsevier Science schreef hij in 1983 een consultancyrapport over hun fonds materiaalwetenschappen, waarop de uitgever hem vroeg de adviezen te komen uitvoeren.

Roosendaal bleek een rasse klimmer. Als fondsbeheerder van wetenschappelijke tijdschriften op het gebied van natuurkunde en materiaalwetenschappen richtte hij zich al snel op het algemene management. In 1991, inmiddels adjunct-directeur, was hij nauw betrokken bij de overname van Pergamon Press, tot dan toe de grootste concurrent van Elsevier Science.

Lange tijd droeg Roosendaal bij aan de langetermijnplanning van de uitgever, de analyse en overname van uitgeverijen, en de ontwikkeling van een strategie voor een elektronische uitgeefomgeving. Zeker dat laatste moet in Twente tot de verbeelding hebben gesproken.

Het 'Centrum' moet namelijk een 'geïntegreerde informatie-omgeving voor onderwijs en onderzoek' worden. De eerste stap naar die integratie is een fusie: de oude UB en het Onderwijskundig Centrum zullen worden samengevoegd.

Volgens Roosendaal een logische manoeuvre: 'Wetenschappelijke informatie die onmisbaar is voor onderzoek is ook van belang voor onderwijs. Dus moeten wij die informatie ontsluiten voor beide doeleinden. De manier waarop moet passen bij de initiatieven van de universiteit. Passend bij de curricula die worden aangeboden, bij het Major-minorconcept, bij het onderzoek in de faculteiten.'

Dat lijkt een open deur. De stand van de informatietechnologie geeft echter een nieuwe betekenis aan 'passend maken'. Roosendaal: 'De winst van zo'n elektronische omgeving is dat je informatie op verschillende manieren kunt ontsluiten. De wijze van ontsluiten wordt een integraal deel van de toepassing. Je kunt informatie toesnijden op theoretisch en experimenteel onderzoek, maar die moet voor onderwijsdoeleinden volstrekt anders en op verschillende niveaus worden aangeleverd. Het is een kwestie van herinrichten van elektronische databanken. Papier biedt wat dat betreft weinigmogelijkheden.'

'Op grotere schaal', zegt Roosendaal, 'moet de versmelting van informatie, onderwijs en onderzoek leiden tot het gedeeltelijk terug winnen van "de meester-gezelrelatie" tussen docent en student. De grootschaligheid van tegenwoordig heeft de afstand tussen beiden doen toenemen, de ict biedt de mogelijkheid de vroegere, vaak zeer productieve, verhoudingen enigszins te herstellen.'

'Ziedaar de kern van wat ik met integratie bedoel. Wetenschappelijke informatie ligt immer aan de basis van nieuw onderzoek, en zonder onderzoek geen onderwijs. Dat die drie momenteel min of meer gescheiden zijn, is niet meer dan een technologische beperking. Het wordt tijd om die grenzen te laten vervagen.'

Roosendaal heeft concrete voorstellingen bij het resultaat. 'Uitgeven is een integraal onderdeel van de wetenschap', schreef hij al in 1983. In een elektronische omgeving zal dat statement aan diepte winnen, zegt hij nu. Veel wijst erop dat de informatietechnologie onze huidige notie van wetenschappelijk publiceren op losse schroeven zal gaan zetten.

Vorig jaar, tijdens een congres in Engeland, speculeerde Roosendaal dat het wetenschappelijke artikel in zijn huidige, afgeronde vorm wellicht plaats zal maken voor een dynamische variant. Publiceren op internet, meteen na of zelfs tijdens het onderzoek, maakt het dynamic document mogelijk. Zo'n artikel zou opgebouwd zijn uit modulen, die met elektronische links hergebruikt kunnen in publicaties van anderen. En dat kan het wetenschappelijk bedrijf danig verdiepen, aldus Roosendaal.

'Een elektronisch tijdschrift is een list op internet waar nieuwe artikelen per stuk aan toe worden gevoegd en dus meteen na het onderzoek toegankelijk zijn. Uitgevers hoeven niet meer te wachten tot ze een nummer vol hebben, de omloopsnelheid neemt toe. Ook wordt mogelijk om de data uit het eigenlijke onderzoek mee te publiceren. De meetresultaten, de analyse, de wiskundige bewerking - alles wat nu nog in het laboratoriumboek belandt, kan in een elektronische omgeving op het net worden gezet. Collega's in alle hoeken van de wereld kunnen je experiment nogmaals analyseren, en waar nodig een alternatieve verklaring, een andere interpretatie aandragen.'

Roosendaal krijgt de gelegenheid om deze inzichten uit te werken. De bedoeling is dat hij op termijn een leerstoel Wetenschappelijke Informatievoorziening zal bekleden. 'Onderzoek en onderwijs op dit gebied moeten de motor van het Centrum worden', stelt hij.

'Onderwijs geeft het Centrum gelegenheid om voeling te houden met een belangrijke klant, de student. Hoe reageert die op de electronische informatieomgeving? Die wisselwerking leidt als vanzelf tot evaluatie. Bedienen we de universiteit naar behoren, en hoe kan dat beter?'

'Het onderzoek heeft veeleer een strategisch belang. De Universiteit Twente wil wat ict-toepassingen betreft leidend zijn, en het Centrum moet daar een uitdrukking van worden. Hoe kan dat beter dan door onderzoek te doen aan het front? Er zal een afstudeermogelijkheid gecreëerd worden, mensen moeten straks kunnen promoveren in de Wetenschappelijke Informatievoorziening, alles in samenwerking met de faculteiten natuurlijk. De output wordt internationaal getest, en levert behalve naamsbekendheid en erkenning de benodigde dynamiek op.'

'We willen vooroplopen en tegelijkertijd dienend zijn. Eigenlijk impliceren die twee elkaar: zodra het Centrum zich niet meer ontwikkelt, raken we achterop en zijn we niet langer dienend, dan heb je een dood Centrum. En daar hebben we niet zoveel aan.'

foto

Hans Roosendaal

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.