Wat vindt u van de ideeën van minister Herfkens?
'De ideeën zijn bepaald niet nieuw. Ze worden al langer toegepast, met wisselend succes, ook door haar eigen departement.
'Zelf was ik betrokken bij zo'n project in Thailand. Daar verzorgden specialisten uit de regio trainingen in verschillende landen over energievoorziening. Het land benutte hier succesvol de locale expertise. Ook betaalde het mee, al kwam de hoofdfinanciering uit Nederland.
'Hierdoor is meer mogelijk met minder geld. Maar, aan de andere kant, wanneer de verantwoordelijkheid helemaal wordt overgeheveld naar het ontvangende land, kunnen de bestedingen van een project niet meer worden gecontroleerd.'
U bent dus niet echt onder de indruk.
'Ik vind dat de minister een naïeve denkfout maakt wanneer ze zegt alleen landen te willen helpen die een goed landbestuur hebben met een dito beleid. India, bijvoorbeeld, mag dan een democratisch land zijn maar dat garandeert allerminst dat projecten op provinciaal of regionaal niveau automatisch succesvol verlopen.'
Waarom wil de minister deze veranderingen zo graag?
'Het uitvoeren en controleren van ontwikkelingsprojecten vergt veel werk, en het brengt een hoop politieke verantwoordelijkheid met zich mee. Ik denk dat de minister in de eerste plaats de hoofdpijn thuis wil verminderen. Verder zijn de ideeën ongetwijfeld mede ingegeven door kostenbesparende motieven.'
Maar ontwikkelingslanden weten zelf toch het beste wat ze nodig hebben?
'Een reden dat uitbesteding van ontwikkelingsprojecten aan ontvangende landen vaak slecht valt, is dat de donorlanden zelf een vinger in de pap willen houden. Zo participeert Nederland in Bangladesh het liefst in waterbouwkundige projecten, omdat wij daar goed in zijn en omdat we daar zelf ook wat aan hebben. Het gevaar is dan dat andere dingen te lang blijven liggen, maar dat is zeker niet het hoofdknelpunt van ontwikkelingssamenwerking.
'Een groot bezwaar vind ik dat je een erg zware wissel trekt op de lokale overheden. Die moeten ook politieke afwegingen maken, en kunnen dus ook falen. Zo heeft de vliegtuigindustrie in Indonesië de regering handenvol geld gekost, terwijl het weinig heeft opgeleverd. Het is niet ondenkbaar, of zelfs waarschijnlijk, dat bij een vrije besteding daar veel hulpgeld naar toe wordt gesluisd.'
Hoe moet het dan wel met ontwikkelingssamenwerking?
'Op twee punten ben ik het met de minister eens: de ontwikkelingssamenwerking moet meer worden geconcentreerd, en mede-inspraak is gewenst om de werkelijke behoeften boven water te krijgen.
'Maar de politieke verantwoordelijkheid zou ik nooit alleen bij de ontvangende landen willen leggen. Wel zou ik willen dat de experts van de ontwikkelingslanden in gelijkwaardige samenspraak samenwerken met experts uit de donorlanden.
'Deze uitgangspunten zijn volgens mij te bereiken zonder teveel politieke verantwoordelijk op je te laden. Zo zou een groep experts uit twintig landen - zowel uit ontwikkelingslanden als uit ontwikkelde landen - vanuit een groot consortium projecten kunnen uitvoeren. Dit consortium kan bijvoorbeeld gelieerd worden aan de Verenigde Naties. De voortgang van de projecten kan gezamenlijk op roulatiebasis worden gecontroleerd. Met dit vernieuwende idee kan de minister enerzijds de eigen verantwoordelijkheid van de ontvangende landen vooropstellen, en anderzijs excessen en mislukkingen helpen voorkomen.'
![]()