Waaijer staat naast een speciaal voor nieuwsgierige bezoekers ingerichte vitrinekast. Links een printplaat van vroeger: een rechthoekig stuk plastic met daarop een wirwar aan zilverkleurige lijntjes die her en der verspreide, geboorde gaatjes met elkaar verbinden - het geheel doet denken aan het bovenaanzicht van uitgebreid spoorwegstation.
Daarnaast een printplaat van nu: eenzelfde lijnen- en gatenstelsel, maar dan met meer en dunnere lijntjes, die veel fijner en gelijkmatiger getrokken lijken. 'Tegenwoordig trekt een plotter de lijnen en boort de gaten', licht Waaijer toe (zie foto). 'Vroeger deden wij dat met de hand. Dat kostte veel meer tijd en ging lang niet zo precies. Handwerk kon op tweetiende millimeter nauwkeurig, de computer legt leidinkjes met onderlinge afstanden van maar tweehonderdste millimeter.'
Waaijer ontwerpt en maakt zijn printplaten op bestelling van onderzoekers van EL en in mindere mate TN. 'In de gaatjes stoppen ze later hun chips, weerstanden en processoren,' zegt hij. Hij houdt van z'n werk, maar zou op zich best eens ergens anders willen kijken. 'Maar', zegt hij, 'wat ik kan is zó specifiek, dat ze op de UT nergens iets soortgelijks doen.'
Gelukkig heeft Waaijer vriendelijke collega's en is zijn werk afwisselend. 'Wij bedraden ook elektrische kasten en maken spoelen. Bovendien maak ik zelf computerprogramma's die me van nut zijn bij het ontwerpen van de printplaten.'
![]()