Die stijging is voornamelijk toe te schrijven aan een vooruitgang in het gericht schieten. Van de in 1997 en 1998 afgevuurde kogels trof 76 procent doel. In de jaren daarvoor was dat 53 procent. Het lossen van een waarschuwingsschot blijkt betrekkelijk ineffectief: in slechts 46 procent van de situaties leverde dat het gewenste resultaat op. Dreigen daarentegen, hielp maar liefst in 92 procent van de gevallen.
Van de 887 keer dat de dienders hun Walther P5 trokken, werd er 88 maal gericht geschoten. In de helft van deze gevallen betrof het - tijdens of na een achtervolging - schieten op auto's. Ook de afgelopen twee jaar zijn daardoor verscheidene gewonden en één dode te betreuren geweest.
Een en ander blijkt uit een onderzoek dat het Centrum voor Politiewetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam uitvoerde in opdracht van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.