Voor het opruimen van een schrijftafel, heeft Rudy Kousbroek ooit eens geopperd, zouden mensen eigenlijk een speciale archeologische opleiding moeten genieten. Het bureaublad van Oscar van Heffen geeft voeding aan deze stelling: een grillig berglandschap van nota's, paperassen, hand-outs, beschreven A4'tjes en lege enveloppen onttrekt de oppervlakte van het kantoormeubel vrijwel geheel aan het zicht.
De chaos op het blad correspondeert niet met de orde in het boek dat Van Heffen schreef, of het moet in omgekeerde evenredigheid zijn: Hitlers aanval op de Sovjet-Unie is een zorgvuldig, overzichtelijk en logisch opgebouwde monografie over een cruciale fase in de Tweede Wereldoorlog. Daartoe volgde de auteur met een zekere rigiditeit de zogenoemde wetenschappelijke methode: hij bestudeerde bronnen, selecteerde en rangschikte feiten, en trok op basis daarvan andere conclusies dan zijn voorgangers.
Van Heffen bepleit als relatieve eenling in het historische debat rond de persoonlijkheid van Adolf Hitler dat de Führer in 1941 op rationele gronden voor een tweefrontenoorlog met Groot-Brittanië en de Sovjet-Unie koos. Tot dusver luidde de communis opinio dat Hitlers aanval op het Rusland van Stalin de beslissing was van een ideologisch verblinde danwel strategisch zwakbegaafde megalomaan. Uitgaande van Hitlers wereldbeeld en zijn situatie aan het eind van 1940, betoogt Van Heffen dat de dictator weinig anders restte dan een militaire campagne in het oosten.
Zo legt de gemiddelde academicus zijn ei: Hitlers aanval op de Sovjet-Unie lijkt in aanpak, schrijfstijl en paragrafenindeling geconcipieerd binnen de muren van een historische of politicologische vakgroep. De keuze voor uitgever Twente University Press versterkt die gesubsidieerde, academische sfeer eens te meer. Toch is Van Heffens boek een geheel private onderneming. En dat werpt een iets ander licht op auteur en prestatie.
De tochtige zolderkamer dus. Oscar van Heffen, voltijds aangesteld aan de Universiteit Twente, werkte acht jaar in avonduren, vakanties en verloren uurtjes aan zijn studie over de motivaties en achtergronden van Operatie Barbarossa. Een dergelijk gewoeker met vrije tijd vereist een bovengemiddelde standvastigheid - standvastigheid die slechts op te brengen is met een bovengemiddelde belangstelling voor de materie.
Randverschijnselen verraden reeds de fascinatie. Vanzelfsprekend raadpleegde Van Heffen voor zijn boek een aanmerkelijke hoeveelheid bronnen. Behalve de gigantische hoeveelheid serieuze secundaire literatuur die over het onderwerp bestaat, bestudeerde hij onder andere de Neurenberger processen. Niet in het Duitse Bundesarchiv in Koblenz, dat hij overigens wel bezocht, maar gewoon thuis: Van Heffen heeft de complete transscriptie - met bijlagen zo'n veertigduizend pagina's - in zijn boekenkast staan.
Wat drijft deze 'amateur-historicus'? Van Heffen geeft drie antwoorden. Het eerste komt uit de mond van de beleidswetenschapper die hij ook is, en klinkt wat gratuit, zeker in verhouding tot de drijfveren die nog volgen. 'De doorwerking van de Tweede Wereldoorlog in onze huidige maatschappij kan alleen onderschat worden', doceert hij. 'Om het heden echt te begrijpen, kun je niet zonder een gedegen kennis van die periode.'
Hij geeft voorbeelden. 'De gedachte van de maakbare samenleving wortelt bijvoorbeeld in het succes van de geallieerde invasie. Pas na Normandië is het besef doorgedrongen tot hoeveel de mens in korte tijd in staat kan zijn. Tegelijk werden daar de vooroorlogse traditionele sociale structuren op zeer basale wijze doorbroken: arm en rijk, plebs en adel maakten tijdens de opmars naar Berlijn gebruik van dezelfde latrines. En op een abstracter niveau heeft na 1945 de democratie natuurlijk vaste voet gekregen als mondiale norm.'
Akkoord, ongezien, maar dat verklaart de in vakantietijd ondernomen reisjes naar Koblenz niet. Motivatie nummer twee zet de deur naar de zolderkamer op een kier. 'Wat mij stoort in vrijwel alle literatuur over het Derde Rijk', vertelt Van Heffen, 'is de expliciete of impliciete dehumanizering van de nazi's, en dan met name Adolf Hitler.'
'Het is de verwerpelijke maar al te begrijpelijke neiging om Hitlers persoon te beschouwen als onmenselijk en duivels, als een fenomeen dat buiten de menselijke orde zou staan. Bijvoorbeeld door te beweren dat hij geen persoonlijk leven gekend heeft, geen warmte kon voelen, geen vriendschappen aan kon gaan. Maar de feiten logenstraffen dit, niets menselijks was Hitler vreemd - hij was er een van onze soort.'
Juist dat beangstigt Van Heffen, de volgens hem inherente menselijkheid van het kwaad. Het maakt dat hij de nazi's wil doorgronden. 'Het klinkt wat zwaar, maar ik wil het boze recht in de ogen kijken', zegt hij, 'en niet afdoen als iets onbegrijpelijks.' Een zwaarmoedige, filosofische missie, die uiteindelijk geworteld blijkt in persoonlijke bodem.
'De geschiedenis van mijn familie', begint hij omzichtig. 'Die is op navrante wijze verstrengeld met die oorlog. Mijn grootvader kwam onder gruwelijke omstandigheden om in een concentratiekamp in Letland. Hij werd gemarteld door Letse SS'ers en stierf net na de bevrijding een trieste hongerdood. Tegelijkertijd, heel cynisch, vochten familieleden aan het oostfront in dienst van de Waffen-SS. Even verderop vertraagde zij dus de Russische opmars, en droegen indirect bij aan mijn grootvaders dood.'
Een familietragedie met andere woorden. Van Heffen raakte in ieder geval geïntrigeerd door de zwartste episode uit de twintigste eeuw - definitief, zo lijkt het. Een volgend project, veel ambiteuzer van opzet, kan wel eens een biografie van Hermann Göring worden, de corpulente kroonprins van de Führer en opperbevelhebber van de Luftwaffe. 'Ik zou graag de neergang van Göring beschrijven, de man die in de Eerste Wereldoorlog als luchtheld een zeker ridderdom verwierf, maar in zijn nazi-tijd werkelijk alle wil, normbesef en maat verloor en vreselijk ontaardde. Een fascinerende Werdegang.'
Maar voorlopig blijft dat plan in portefeuille.
Van Heffen werkt momenteel aan een ander boek - een kookboek. 'Ik hou ook nog van gezellige dingen', grapt hij droogjes. 'Ik maak momenteel een receptenboek naar de maaltijden van Maigret, de schepping van detectiveschrijver George Simenon. Er wordt heerlijk gegeten en gekookt in de Maigret-reeks. Ik heb al dertig maaltijden gereconstrueerd.'
Hitlers aanval op de Sovjet-Unie, auteur Oscar van Heffen, uitgegeven door Twente University Press, druk: universiteitsdrukkerij UT.
Oscar van Heffen
![]()