Gezien de financiële problemen van de technische faculteiten lijkt de 50 miljoen euro, die de 3TU's bijna binnengehaald hebben in het kader van de onderzoeksamenwerking, een geschenk uit de hemel. Immers, als het aandeel van de UT daarin ongeveer een derde is, dan kan in vijf jaar meer dan 3 miljoen per jaar verspijkerd worden, terwijl het gezamenlijke tekort van de technische faculteiten 6 miljoen bedraagt. Maar dat is wat simpel gedacht. De colleges hebben namelijk in hun plannen gesteld dat het tijdelijke geld voor een groot deel moet worden ingezet voor nieuwe activiteiten, vooral door tophoogleraren in vaste dienst aan te trekken. Daarenboven dienen zij de beschikking te krijgen over faciliteiten en mankracht om hun vernieuwend onderzoek uit te bouwen. Omdat de financiële aardgasbel na vijf jaar leegloopt, becijfert men dat de uitvoering van deze plannen noopt tot het opheffen van zo'n 15% van de huidige wetenschappelijke functies, zonder dat duidelijk is in welke wetenschapsgebieden en op welke termijn deze sanering dient plaats te vinden. Bovendien zal het binnenhalen van toppers het oplossen van de matchingproblematiek zeker niet vergemakkelijken.
Toch hebben de colleges deze plannen met enige trots gepresenteerd als onomkeerbare stappen in de richting van een 3TU-federatie.
Maar het is van tweeën één: óf er volgt bovenop de concept-reorganisatieplannen van de technische faculteiten een tweede reorganisatiegolf om de centers of excellence ook structureel te kunnen bekostigen, óf de nu gepresenteerde plannen zaten toch al in de pen waarmee de reorganisatieplannen zijn geschreven, en de 50 miljoen maakt het mogelijk deze plannen eerder uit te voeren.
Het college moet maar eens duidelijk aangeven welk scenario we nu volgen. En vervolgens een actief personeelsbeleid ontwikkelen waarmee voorkomen wordt dat over vijf jaar de volgende grijze prop weggewerkt moet worden.