Hij heeft de verandering met eigen ogen kunnen aanschouwen, vertelt filosoof Hans Achterhuis zijn publiek. Hannah Arendt, 25 jaar geleden slechts in beperkte kring bekend, is hot. `Bij een filosofische boekhandel op het Place de la Sorbonne kreeg ze tien jaar geleden voor het eerst haar eigen plankje. Nu is het plankje Arendt groter dan dat van Aristoteles.' Het blijkt ook uit het aantal bezoekers; het Amfitheater beschikt afgelopen dinsdagavond over te weinig stoelen om alle belangstellenden voor deze derde Arendt-lezing van Studium Generale te herbergen. Opvallend is dat slechts een handjevol studenten zijn weg naar de Vrijhof heeft kunnen vinden.
Achterhuis behandelt twee van Arendts werken: On Violence en Eichmann in Jerusalem. A report on the banality of evil. In On Violence, een sterk polemisch boek, veegt Arendt de vloer aan met haar illustere tijdgenoot Jean-Paul Sartre en bestrijdt ze het in haar ogen onterechte vooroordeel dat de termen `macht' en `geweld' synoniem en inwisselbaar zijn. Sartre gooide die begrippen voor haar gevoel op een hoop. Mao's lijfspreuk, `politieke macht komt uit de loop van een geweer', klopt niet, stelt ze. Uit de loop van een geweer komt slechts geweld. Macht en geweld zijn twee fundamenteel verschillende begrippen, betoogt Arendt. Wanneer het een ontbreekt, dan heerst de ander. Geweld kan macht vernietigen, maar wanneer geweld alles overspoelt, dan is het resultaat een Pyrrusoverwinning. Achterhuis: `Zoals een Amerikaanse militair tijdens de Vietnamoorlog een actie rechtvaardigde met de woorden: we moesten het dorp vernietigen om het te bevrijden.'
Daarmee is overigens niet gezegd dat Arendt geweld categorisch afwijst. Achterhuis: `Dat lijkt misschien zo, maar de tekst is gericht tegen de ideeën van Sartre en dus sterk polemisch. Want Arendt zegt ook: macht kan leiden tot conformisme.' Hetzelfde conformisme dat leidde tot de terdoodveroordeling van de Griekse wijsgeer Socrates door de inwoners van de stadsstaat Athene. De gifbeker moest, in dit geval letterlijk, helemaal leeg.
Net zomin als dat macht per definitie goed is, is geweld gelijk aan het kwade. Maar, zegt Arendt, geweld moet in toom gehouden worden en dat kan alleen door een doel nabij in de tijd te kiezen. Wanneer een doel te ver in de toekomst ligt, kan geweld ontsporen.
Arendt doorspekt haar werk met, voor haar tijd actuele, voorbeelden. `Zo laat ze in haar analyse van de Vietnamoorlog zien dat het superieure geweld van de Amerikanen het moest afleggen tegen de superieure macht - gekoppeld aan geweld - van de Vietcong.' De gebeurtenissen in Praag eind jaren zestig vormen ook een voorbeeld, legt Achterhuis uit. Toen de Russen daar op 20 augustus 1968 een einde maakten aan de Praagse Lente was de uitkomst op korte termijn voorspelbaar. Op de lange termijn blijkt geweld zonder machtsbasis ineffectief. Achterhuis trekt die lijn door en wijst op de zogenaamde `fluwelen revoluties' in voormalige Sovjetrepublieken.
Voor ze On Violence schreef baarde Arendt al opzien met haar verslag van het proces tegen nazi Adolf Eichmann, de logistiek verantwoordelijke voor het vervoer van de joden naar de vernietigingskampen. Eichmann was geen sadist, geen ultieme slechterik, maar een banale bureaucraat die opdrachten uitvoerde. Het waren zijn gedachteloosheid en zijn totale gebrek aan werkelijkheidszin die haar het meeste troffen. Achterhuis: `Arendt merkte dat Eichmann niet kon denken; hij was niet dom, maar kon zich absoluut niet in andere mensen verplaatsen.' Dat concludeerde ze ondermeer uit zijn taalgebruik tijdens het proces in Jeruzalem. Toen een van de rechters hem aansprak op zijn ambtelijke manier van spreken, verontschuldigde Eichmann zich: `Amtssprache ist mein einzige sprache'. Achterhuis: `Wat is het denken dat bij Eichmann ontbreekt? Had denken Eichmann en zijn collega's kunnen behoeden voor hun daden? Had denken de holocaust kunnen tegenhouden?'
Het gebrek aan werkelijkheidszin is het tweede dat Arendt opvalt aan Eichmann. Het is volgens haar het gevolg van wereldvervreemding. Ontworteling van grote massa's in het interbellum beschouwt ze om precies die reden als de belangrijkste oorzaak van de Tweede Wereldoorlog. Eichmann, stelt ze, was ook op zoek naar een groep die hem een thuis kon bieden. Het cynische is dat hij eerst lid wilde worden van een vrijmetselaarsloge, tot hij door een Oostenrijkse kennis gewezen werd op de SS. Eichmann was voor Arendt niet het monster dat ze had verwacht, maar een doorsnee-mens. In haar beschouwing suggereert Arendt dat het anders had kunnen lopen. Dat maakt hem echter niet minder schuldig.
![]()
Hannah Arendt (Foto: Lemniscaat)