Wiskunde

| Redactie

Minister van der Hoeven komt, wat het wiskundeonderwijs in de bovenbouw betreft, tegemoet aan de kritiek van hogescholen en universiteiten. Voor wiskunde-B worden voortaan zeshonderd lesuren gereserveerd in plaats van de eerder aangekondigde 520. Deze tachtig uren komen uit de `vrije lesruimte' die de school zelf mag invullen en gaan niet ten koste van het keuzevak wiskunde-D of het nieuwe bètavak natuur, leven & techniek.

De minister heeft de instellingen wel te verstaan gegeven dat het reguliere wiskundeaanbod aldus volstaat als voorbereiding op het hoger onderwijs. Het zwaardere wiskunde-D geldt als extra vak, dat bovendien niet overal wordt aangeboden. Het kan daarom niet als instroomeis gelden.

Van der Hoeven wil ook het wiskundeonderwijs in de basisvorming van het voortgezet onderwijs aanpassen. Het gesignaleerde kennistekort bij studenten wijt ze vooral aan de gebrekkige inleiding tijdens de eerste drie jaar. In een brief aan de Tweede Kamer stelt de bewindsvrouwe dat de studenten algebraïsche basisvaardigheden missen die ze al hadden moeten opdoen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Het gaat volgens haar eerder om een inhoudelijk probleem dan om de hoeveelheid lesuren, meent Van der Hoeven. Bij de invoering van de basisvorming in 1993 zijn kerndoelen geformuleerd zonder dat daarin een onderscheid in wiskundeniveaus is aangebracht.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.