Eer
Het ken ook anders. Tof van jottem, die uitspraak van het befgajes in Kassel. Armin Meiwes, de kannibaal van Hessen, heb daar vanuit het rijkshotel gedaan gekregen dat een film over zijn culinaire escapade niet vertoond ken worden in de Duitse bioscoop. De cassatie in zijn zaak loopt nog en Meiwes vreesde met recht dat hij na het uitkomen van de film niet wegens zijn daden veroordeeld zou worden maar wegens een filmscène. Het persoonlijke belang van de verdachte weegt zwaarder dan het financiële belang van de filmproducent.
Op de achtergrond speelt natuurlijk een andere principe kwestie. De maatschappij veroordeelt weliswaar de misdaad, maar ondertussen smult ze ervan. De kranten worden niet gevuld met zoetsappige verhaaltjes over lulletje rozenwaters die ouwe mensjes helpen oversteken. Nee, gewelddadig beroofde oudjes verkopen beter. De tv-kijker mot crimi's. De bioscoopbezoeker mot zware misdaad. En wie levert al dat vermaak? Wij dus. Dit is al de tweede film over de kannibaal van Hessen. En ook rockband Rammstein scoorde er een hit mee. Is het gek dan dat bedenker Meiwes nou zijn credits opeist?
In 2001 was een Amsterdamse diamantroof voorpaginanieuws. Dennis P. maakte zijn baas 9 miljoen euri lichter met een magnetrondoos. Binnenkort verschijnt de speelfilm. De distributeur loopt binnen. Maar wat houdt Dennis P. daar aan over? Noppes.
De ergste lintworm is Peter R. de Vries. Zijn succes is geheel het onze. Als wij met de armen over elkaar gaan zitten heb hij geen programma. Zijn boek over de ontvoering van Heineken vloog als warme hemaworstjes over de toonbank. De filmrechten hebt ie verkocht aan Endemol. Alsof hij dat karweitje heb bedacht! Krijg de vellen. Na een goed gesprek begrijpt Peter nou ook dat dit dus niet kan. We hebben een regeling getroffen. De details zijn iets tussen Peter en ons. Voorop staat in elk geval dat recht gedaan wordt aan de gouwen wetten van de straat. Misdaad loont. En ere wie ere toekomt.