Kenniscentrum voor subsidies

| Redactie

Aya van den Kroonenberg studeerde werktuigbouwkunde aan de UT, promoveerde aan het MIT in Boston en is senior consultant bij PNO Consultants. Het adviesbureau voor subsidies en overheidskredieten werd twintig jaar geleden opgericht door drie UT-studenten. PNO helpt onder meer wetenschappers met het vinden van financiering voor onderzoeksprojecten. Aya is gespecialiseerd in Europese subsidieregelingen.

`Het subsidievak heeft een hele ontwikkeling doorgemaakt. Vroeger lag onze toegevoegde waarde met name in regelgeving en matchten we projecten met subsidieregelingen. Tegenwoordig zijn veel regelingen wel bekend en gaat het meer om de zaken er omheen; bijvoorbeeld om strategisch advies ten aanzien van het optimaal managen van alle subsidiegerelateerde zaken binnen een organisatie. Een herkenbare trend is dat steeds meer níet-wetenschappelijke zaken van belang zijn bij het schrijven van een subsidieaanvraag. Projectmanagement, genderaspecten, de disseminatie van resultaten, aansluiting bij Europese policies en regelgeving, training, enzovoorts. Daar houden wetenschappers zich in de regel niet zo mee bezig. Daar komt bij dat de regelgeving in Europa veel complexer is dan in Nederland. De wirwar aan regels is voortdurend onderhevig aan veranderingen en er zijn ook steeds andere project officers werkzaam bij de Europese Commissie zodat het lastig is te weten bij wie je moet zijn. Het is ook praktisch onmogelijk dit allemaal bij te houden, want zo'n voorstel schrijven is vaak iets dat even tussendoor moet. Juist door die complexiteit raken onderzoekers wel eens ontmoedigd. Tegelijkertijd kún je je niet permitteren niet mee te doen; je moet erbij zijn om in Europa mee te tellen.

Binnen veel grote kennisinstellingen zoals de UT is de kennis op het gebied van subsidies vaak erg versnipperd. Daarom is het ook goed dat de UT werkt aan de totstandkoming van een kenniscentrum voor subsidies, zodat dit op centraal niveau gecoördineerd kan worden. Je moet als instelling wel opletten dat je niet teveel wilt gaan sturen, je moet de onderzoekers zoveel mogelijk vrij laten in hun keuzes. De toegevoegde waarde van zo'n centraal kenniscentrum moet evident zijn, anders zal het niet werken. Een belangrijke rol voor zo'n instantie kan bijvoorbeeld zijn de informatieverstrekking over nieuwe subsidieregelingen en deze informatie up-to-date houden. Andere taken die ik zie voor zo'n kenniscentrum zijn bijvoorbeeld: workshops geven over bepaalde regelingen en ondersteuning bieden bij het schrijven van een aanvraag. Wordt een aanvraag goedgekeurd, dan kan een kenniscentrum je bijstaan tijdens de contractonderhandelingen met de EC. Daar komt altijd een boel administratieve rompslomp bij kijken, net als bij de administratieve afwikkeling van het project zelf.

In de Verenigde Staten wordt al tijdens de studie veel aandacht besteed aan fundraising en dat is verstandig. Wel of niet subsidie krijgen hangt in Nederland vaak af van individuen en daardoor van een beperkt aantal mensen. Daarom is het ook een goed idee om door middel van een kenniscentrum subsidiekennis structureel te gaan aanbieden aan jonge onderzoekers binnen de UT.'

Aya van den Kroonenberg (Foto: Arjan Reef)
Aya van den Kroonenberg (Foto: Arjan Reef)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.