`Ze hebben een streek met me uitgehaald!', zegt Ruud Spiering over de verrassingstactiek waarmee zijn naaste collega's hem overrompelden. Hij was bijna klaar met een lang en zwaar college toen iemand van de portiersloge binnenviel met de mededeling dat de zaal ogenblikkelijk ontruimd moest worden omdat er iets mis zou zijn met de ventilatie. `Ik was laaiend, wilde gewoon m'n college afmaken. Buiten liep ik de opleidingsdirecteur tegen het lijf. Ik stapte op hem af: moet je horen wat mij net gebeurd is, begon ik. De stoom kwam zo ongeveer uit mijn oren. Toen zei iemand: Ruud, draai je eens om. Zie ik ineens m'n vrouw Gemma en m'n zoon Vincent staan. Toen viel het kwartje.'
Spierings geschiedenis is vergroeid met die van de UT. Hij zette zijn eerste schreden op de campus toen de UT nog de THT was. `Ik kan me nog goed herinneren dat ik hier voor het eerst kwam en werd ontboden bij de heer Van Bodegom, het hoofd personeelszaken. De universiteit werd destijds geleid door Guineagangers die, toen Nieuw-Guinea weer in Indonesische handen overging, in Nederland allerlei bestuurlijke functies kregen. Van Bodegom was iemand die echt nog in termen van koelies en bazen dacht. Van medewerkers verwachtte hij dat ze zich dag en nacht inzetten voor de studenten en eigenlijk moesten ze daarom ook op de campus wonen. Dat zag ik niet zo zitten. Gelukkig kon het ook niet, want alle huizen waren al bezet. Dat hele campusidee werd heel nadrukkelijk uitgedragen toen.'
Spiering, die in Delft technische mechanica studeerde, bespeurde onder het personeel echter een heel andere houding. `Het gevoel: we gooien alle conventies overboord, heerste heel sterk in die periode. Als je in Delft een hoogleraar op de gang tegenkwam, zei je hem met knikkende knietjes gedag. Hier kwam ik bij professor De Pater en het eerste wat hij zei was: zeg maar Kees. Hij was nota bene professor!'
`Kun je je voorstellen', vervolgt hij, `dat er op de hele campus één computer was toen ik hier kwam? Een Amerikaanse IBM was dat, die in een aparte zaal stond met airco. Twee keer per dag klonk het system down! Dat ding werkte nog met ponskaarten. Als je mensen met grote pakken zag lopen op de campus dan wist je: die gaan naar het rekencentrum. Elk kaartje was een regel programmatekst.'
Vanzelfsprekend is het in een dienstverband van vier decennia niet altijd hosanna. Een jaar of vijftien geleden had Spiering het even helemaal gehad met lesgeven aan lagerejaars studenten. Hij schreef de decaan een brief waarin hij aangaf te weigeren om nog langer college te geven aan die groep. `Het was een wanhoopskreet.' blikt hij terug. `Zo rumoerig als de studenten in die tijd waren… het was dodelijk vermoeiend. Ik moest van alles verzinnen om de aandacht er een beetje bij te houden en hield geen stem over. Ik verdomde het om nog langer als een entertainer voor de zaal te staan. Tegenwoordig lijkt men weer een stuk serieuzer.'
Wat is het recept? Spiering, lachend: `Veertig jaar ergens werken is geen verdienste. Iedereen kan het, mits hij of zij voldoende gebrek aan initiatief toont. Ik vind het vak zelf gewoon heel erg leuk en heb het hier altijd heel erg naar m'n zin gehad. Nog steeds kan ik me verbazen over allerlei nieuwe dingen.'
Zijn laatste dag op de UT is 31 juli. Wat hij als gepensioneerde gaat doen, weet hij nog niet. Hij sluit niet uit dat-ie nog bij de UT betrokken blijft. Zeker is dat echter niet. `Veertig jaar is een hele lange tijd en ik heb ook een achterban waar ik rekening mee moet houden. Mijn echtgenote zou het zeer op prijs stellen als ik straks de deur definitief achter me dicht trek. Maar, er zal ongetwijfeld wel weer wat op m'n pad komen.'
![]()
Ruud Spiering, zijn vrouw Gemma en zoon Vincent. `Als je in Delft een hoogleraar op de gang tegenkwam, zei je hem met knikkende knietjes gedag.' (Foto: Arjan Reef)