UT-hoogleraar politicologie Jacques Thomassen analyseerde afgelopen donderdag de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart, tijdens een door de faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie georganiseerd actualiteitencollege.
`De afgelopen gemeenteraadsverkiezingen waren duidelijk genationaliseerde lokale verkiezingen,' begon Thomassen. `Over het hele land heeft dezelfde beweging plaatsgevonden: een uniforme swing naar links. Kiezers lieten zich leiden door traditionele linkse punten.'
De hoogleraar toonde een opsomming van zeven beleidsterreinen met daarachter percentages. `62 procent van de ondervraagden vond werkgelegenheid een belangrijk item tijdens deze verkiezingen. Armoede staat met 59 procent op een tweede plek. Typisch rechtse punten als integratie en veiligheid, staan met 42 procent onderaan. Een zichtbaar einde van de Fortuynrevolte dus, en dat zie je terug in de verkiezingsuitslagen. Alle Leefbaar-partijen zijn flink afgestraft, uitzonderingen zoals Rotterdam daargelaten. In 2002 slaagde Pim Fortuyn er in dat alle partijen zijn punten, zoals veiligheid en integratie, absorbeerden in hun gevestigde agenda. Het fortuynisme was inhoudelijk zichtbaar, in alle programma's.'
De afgelopen verkiezingen, vertelt Thomassen, lieten zien dat links en rechts en de verschillen die daarbij horen weer helemaal terug zijn. `Toch is het vaak moeilijk gemeentelijk beleid in te delen naar deze stromingen. Het aftreden van Van Aartsen als gevolg van de slechte score van de lokale VVD, was vanuit staatsrechtelijk oogpunt dan ook volkomen idioot. Het zou immers tragisch zijn wanneer de gemeenteraadsverkiezingen louter dienen voor nationale peilingen.' Volgens Thomassen moet de landelijke politiek nog helemaal geen conclusies trekken. `Wat de gevolgen zijn voor de landelijke politiek is nu nog koffiedik kijken. De parlementsverkiezingen zijn te ver weg en er kan nog van alles gebeuren.'
![]()
Jacques Thomassen